De nieuwswaarde van de man in een container, het recht vergeten te worden voor de Nederlandse rechter

Het is bijna een jaar geleden sinds Europese Hof zich uitsprak in de Google Spain zaak (ook bekend als het Costeja arrest) waarbij het recht om ‘vergeten te worden’ werd geïntroduceerd. Sindsdien bestaat de mogelijkheid om een zoekmachine te verzoeken om bepaalde zoekresultaten, welke persoonsgegevens bevatten, te verwijderen indien deze ontoereikend, irrelevant of bovenmatig zijn ten aanzien van het doel van het gebruik van de gegevens door Google.

Begin deze maand is een zaak gewezen welke goed illustreert hoe de Nederlandse rechter de plicht van Google om onder omstandigheden bepaalde zoekresultaten te verwijderen beoordeelt. (voor het origineel zie http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:716 )

Het geschil

De eiser, partner bij KPMG, raakte in een conflict verzeild met een aannemer over het schilderwerk van zijn villa. De aannemer beweerde dat er een rekening openstond van 200.000 euro en verving alle sloten van het huis. Hierdoor werd de eiser gedwongen om in containers op zijn eigen landgoed te kamperen. Deze kwestie werd voor de Raad van Arbitrage opgelost en de aannemer was enkel gerechtigd 60.000 te ontvangen. Desalniettemin gaf dit conflict aanleiding tot de publicatie van een aantal artikelen en stond er zelfs een artikel hierover op de voorpagina van de Telegraaf.
De eiser waardeerde deze media-aandacht niet en diende bij Google een verzoek in om bepaalde zoekresultaten te verwijderen. Google was het hier echter niet mee eens en beargumenteerde dat de zoekresultaten informatie bevatten over de eiser welke relevant, in het algemeen belang en niet verouderd zijn.

De beoordeling

De voorzieningenrechter benadrukt de maatschappelijke functie van Google en stelt dat in deze zaak twee fundamentele rechten in het geding zijn, zijnde het recht op privacy van de eiser en het recht op de informatievrijheid van Google, terwijl ook aandacht dient uit te gaan naar de belangen van internetgebruikers, webmasters en auteurs/aanbieders van informatie op het internet.
Het belang van de informatievrijheid dient in ieder geval te wijken indien er zwaarwegende en gerechtvaardigde redenen zijn die verband houden met de bijzondere situatie van de eiser.

De rechter stelt vervolgens dat het bij het verwijderingsrecht vooral gaat om de relevantie van de gevonden zoekresultaten en niet zozeer om de inhoud van de gevonden artikelen. Ingeval de eiser problemen ondervindt met de inhoud van de artikelen, dan is het aan hem om het medium waarop het artikel vermeld staat aan te spreken. Een geschikte procedure hiervoor is de dezelfde als die van onrechtmatige perspublicaties. Dit is, zo stelt de rechter, de juiste procedure in een dergelijke kwestie en deze mag niet omzeild worden met een verwijderingsverzoek bij een zoekmachine.

Kortom, de artikelen waartegen de eiser bezwaar heeft, bevatten in essentie de waarheid en geven geen aanleiding te voldoen aan het verwijderingsverzoek van de eiser. Het ongemak dat de eiser ervaart is onvoldoende grond om het verwijderen van de resultaten, dus het beperken van de informatievrijheid, te rechtvaardigen.

Andere uitkomst?

De rechter volgt Google in het argument dat deze kwestie niet te vergelijken is met Google Spain, aangezien het daar ging om publicaties van 16 jaar geleden, terwijl de artikelen in de huidige kwestie verschenen tussen 2012-2014. Daarnaast wist Google de nieuwswaarde van de publicaties te schetsen. Het ging, volgens Google, om publicaties in het bredere kader van verschillende financiële affaires rond KPMG en rond de discussie over de financiële moraal van topmannen in het bedrijfsleven, waartoe de eiser behoorde. Ten derde verschenen artikelen over de ‘container-kwestie’ in verschillende lokale en landelijke media, hetgeen een belangrijke factor is om te bepalen of een onderwerp relevant is. Kortom, hier betrof het zoekresultaten van Google welke artikelen bevatten die recent en, zo stelt Google, relevant zijn.

Conclusie


Google Spain was een baanbrekende zaak waaruit bleek dat het recht van privacy in beginsel zwaarder weegt dan het commerciële belang van Google of het maatschappelijke belang van informatievrijheid. De Nederlandse rechter benadrukt minder dan een jaar later echter dat ‘het recht om vergeten te worden’ niet absoluut is.

Darya Bondarchuk, febuari 2015 

Reactie op de XS4ALL column beantwoord

Een geïnteresseerde lezer heeft een reactie ingestuurd op de recent verschenen XS4ALL column (ook onderstaand). Darya en Menno hebben een antwoord opgesteld dat ook voor overige lezers voor verduidelijking kan zorgen.

Geachte lezer,

In uw bericht heeft u gerefereerd aan de Meltwater zaak van afgelopen zomer met de vraag waarom de regel hieruit niet opgaat bij streamen. We zullen dit zo goed mogelijk proberen uit te leggen.

Even terug naar de basis. Er is sprake van een inbreuk op het auteursrecht van een maker op het moment dat een ander zonder zijn toestemming een werk openbaar maakt of verveelvoudigd. Er zijn echter situaties waarin wij het acceptabel vinden dat een werk gebruikt wordt. In de wet staan duidelijk uitzonderingen op het exclusieve recht van de maker. Hiervan is bijvoorbeeld bij een citaat (een afbeelding plaatsen van de cover van een boek bij een recensie in de krant) of de thuiskopie (een kopie maken voor eigen gebruik zonder deze te verspreiden).  

Sinds dit jaar heeft het hof duidelijkheid gegeven rondom het maken van thuiskopieën van materiaal dat zonder toestemming van de maker op het internet is geplaatst: dit is illegaal. De uitzondering van de thuiskopie geldt niet bij illegaal materiaal.

De Meltwater zaak ging over de juridische status van de cachekopie. In de kern ging het om de vraag in hoeverre de wettelijke uitzondering van de ‘tijdelijke reproductie’ gold bij een cachekopie. Kortom is er toestemming nodig van de maker van een werk wanneer een gebruiker een cachekopie maakt? Het hof stelde vast dat er geen toestemming nodig was, de cachekopie valt onder de wettelijke uitzondering. Het speelde een rol dat deze kopieën van belang zijn voor het gebruik van internetwebsites, zij worden uitsluitend hiervoor gebruikt en bovendien doen zij geen afbreuk aan de exploitatie van de rechten van de maker. Het zou ook onredelijk zijn, zo stelt het Hof, als elke bezoeker van een internetwebsite toestemming zou moeten vragen aan de rechthebbende wanneer een kopie in de cache opgeslagen werd.
U zult zich nu mogelijk afvragen waarom deze redenering niet opgaat voor het streamen van illegaal materiaal. Wel, de wettelijke uitzondering geldt slechts bij ‘rechtmatig gebruik’. Wanneer een film op een website geplaatst wordt zonder dat er toestemming van de maker is verkregen dan is dit illegaal en kan er geen sprake zijn van rechtmatig gebruik. Tenzij er dus een uitzondering geldt, hetgeen zich hier niet voordoet. Dit is waarom Meltwater niet relevant is bij illegale streamingsites.

In uw e-mail maakte u de analogie met de luisteraars van piraterijzenders. U stelde dat de luisteraars niet illegaal handelen, maar de piraten wel. In strikt juridische zin maakt een luisteraar geen kopie van het illegale materiaal, dan gebeurt wel bij het gebruik van een streamingdienst (of de gebruiker zich hiervan bewust is of niet). 
Daarnaast geeft u aan dat het lastig is voor de consument om de verschillende websites te onderscheiden. Dat is begrijpelijk. In het kader van onze werkzaamheden bij Clinic hebben wij gemerkt dat er doorgaans weinig bekend is omtrent intellectuele eigendomsrechten bij consumenten. Wij zien het dan ook als een doel om de kennis op dit gebied te vergroten en consumenten zo goed mogelijk te helpen met hun problemen op het gebied van technologie, media en communicatie. Gelukkig is de handhaving in Nederland doorgaans niet zo ingericht dat een consument de dupe wordt van de beschikbaarheid van dergelijke websites.

Uiteindelijk is de beste tip voor de consument om kritisch te kijken naar de dienst die wordt aangeboden door een website. De omroepen bieden doorgaans veel programma’s zonder betaling aan, maar producenten van films en series meestal niet.

Downloaden mag niet. Streamen mag wel/niet*. *doorhalen wat niet van toepassing is

Sinds 10 april 2014 is het downloadverbod van kracht in Nederland. Recentelijk zijn er Kamervragen gesteld over de enorme groei van het gebruik van streamingwebsites. Downloaden is illegaal, maar hoe zit dit met streamen?

Downloadverbod

Downloaden uit illegale bron, dat wil zeggen zonder toestemming van de maker, werd op 10 april 2014 per direct illegaal. Dit is het gevolg van een uitspraak van het Europees Hof van Justitie.

Downloaden voor eigen gebruik

Het downloaden van een werk (bijvoorbeeld een film) kan onder de wettelijke ‘thuiskopie-regeling’ vallen. Uit de Auteurswet volgt dat je onder omstandigheden een werk mag verveelvoudigen, hieronder valt downloaden. Van een legale verveelvoudiging is sprake wanneer deze voor eigen gebruik is en uit legale bron verkregen is. Een voorbeeld hiervan is: het downloaden van een liedje via Itunes op je laptop om vervolgens deze op je telefoon te zetten.

Thuiskopie-heffing

Vóór het downloadverbod was het ook toegestaan om te downloaden uit illegale bron, bijvoorbeeld via torrents. Artiesten, producenten, schrijvers en kunstenaars liepen hierdoor veel inkomsten mis. Om de makers te compenseren is in 2003 de thuiskopie-heffing in het leven geroepen: alle informatiedragers (lege cd’s, geheugenkaarten, computers, smartphones, eigenlijk elk apparaat waar je een download kan opslaan) werden iets in prijs verhoogd. Een lege cd bijvoorbeeld, werd 3 eurocent duurder. Verkopers van deze informatiedragers droegen al deze extra bedragen af aan een stichting, die het vervolgens weer verdeelde over de verschillende makers. Op deze manier verdienden makers dus nog wat aan alle illegale downloads en werden zij (enigszins) gecompenseerd voor de gemiste inkomsten. Het Europees Hof van Justitie heeft verklaard dat de thuiskopie-regeling niet langer mag gelden voor kopieën uit illegale bronnen.

Hoe zit het met streamen?

Recentelijk zijn er Kamervragen gesteld over de enorme groei van het gebruik van streamingwebsites. Downloaden is illegaal, maar hoe zit dit met streamen? Streamen werkt anders dan downloaden. Als je downloadt dan wordt de gehele film op jouw computer opgeslagen. Bij streamen wordt steeds een klein deeltje in het werkgeheugen van je computer opgeslagen, waarna het na korte tijd wordt verwijderd. Je hebt dus de film bekeken, maar je bent niet in het bezit van de film.

Verveelvoudiging of niet?

Bekende streamingservices zoals Netflix, Spotify en Youtube hebben toestemming en betalen artiesten. Er zijn ook streamingservices die films aanbieden zonder toestemming van producenten, zoals de populaire website Popcorn Time. Sommige mensen beweren dat streamen zonder toestemming legaal is, omdat het anders werkt dan downloaden. Je bekijkt de film slechts, maar slaat deze niet op op je computer. Er lijkt dus geen sprake te zijn van een verveelvoudiging en om die reden zou het legaal zijn. Maar technisch gezien is er wel degelijk sprake van een verveelvoudiging. Elk deeltje van de film heeft immers op je computer gestaan.

Conclusie

Het doel van het auteursrecht is om de makers te beschermen. Zij moeten eerst toestemming verlenen voordat mensen hun werk openbaar mogen maken en verveelvoudigen, zodat zij geen inkomsten mislopen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de filmmaker beloond wordt voor zijn inzet, zodat hij ons in de toekomst kan verblijden met nieuw werk. Niet alleen streamingwebsites die hun diensten aanbieden zonder dat zij hier toestemming voor hebben zijn illegaal. Ook ú bent in overtreding wanneer u gebruik maakt van deze dienst. Dus streamen is in zo’n geval, net als downloaden, illegaal.

Een vervolg op Svensson

Het was geen grote verrassing, maar het Europees Hof heeft nu duidelijk besloten dat het embedded plaatsen van auteursrechtelijk beschermd materiaal geen inbreuk vormt op de exclusieve rechten van de maker.

Achtergrond
Aan het begin van dit jaar deed het Hof een uitspraak die veel pennen deed schrijven, volop toetsen deed tikken en welke het onderwerp werd van vele discussies. De Svensson zaak ging over het plaatsen van hyperlinks naar nieuws uit verschillende media op een website genaamd ”Retriever Sverige”. Een aantal Zweedse journalisten naar wiens artikelen via deze website werd verwezen, bracht deze zaak voor de rechter met de stelling dat hun artikelen werden geëxploiteerd zonder hun toestemming. Bovendien, zo beweerden zij, was het voor de gebruiker onduidelijk dat hij werd doorgestuurd naar een andere website om de gekozen artikelen te bekijken. In de lijn van een aantal precedenten noemde het Hof het criterium van ”een nieuw publiek” waarmee bepaald werd of sprake is van een auteursrechtinbreuk. Immers, als door het linken de inhoud wordt getoond aan een dergelijk “nieuw publiek” is er eerder sprake van een inbreuk.

De journalisten verloren de zaak. Volgens het Hof ging het namelijk om artikelen die geplaatst waren op een voor alle internetgebruikers vrij toegankelijke website. Retriever Sverige maakte de artikelen toegankelijk voor hetzelfde publiek als dat de journalisten voor ogen hadden toen zij hun artikelen plaatsten op hun eigen website (de gehele internet-populatie).

( Zie voor een uitgebreide behandeling van Svensson)

Als een journalist zijn artikel op een internetwebsite plaatst, is het iedereen dus toegestaan om te hyperlinken naar zijn stuk. Deze stelling gaat echter niet op zodra het werk is afgeschermd (door bijvoorbeeld een paywall, waardoor er bijvoorbeeld eerst een bedrag betaald moet worden). Het omzeilen hiervan vormt dan wél een inbreuk op het auteursrecht.

Van linken naar embedden
Nu, een half jaar na Svensson, bevestigt het Hof dat ook het embedden van auteursrechtelijk materiaal is toegestaan indien dit beschikbaar is gesteld op het internet. Een bedrijf genaamd Bestwater klaagde voor de rechter dat haar promotiefilmpjes afkomstig van YouTube op de website van een concurrent zichtbaar waren door middel van embedding.  Het Hof herhaalt de eerdere redenering: het materiaal stond al op het internet en het embedden maakt de filmpjes niet beschikbaar voor een nieuw publiek.

Een interessant detail hier is dat de promotievideo’s illegaal op YouTube waren geplaatst, dat wil zeggen door iemand anders dan de maker. Hoe moeten wij deze uitspraak van het Hof begrijpen?

Het lijkt erop dat het Hof zegt dat het embedden van illegaal materiaal geen inbreuk vormt op het auteursrecht van de maker, terwijl het plaatsen van illegale content op zichzelf wel tot een inbreuk leidt. Zo’n uitleg gaat ver. Een website die illegale films en series aanbiedt door deze te embedden, zou dan niet kunnen worden aangesproken wegens het faciliteren van grootschalige auteursrechtinbreuk.

Aangezien het Hof niet gevraagd werd zich uit te laten over de positie van dit YouTube materiaal is een andere uitleg ook mogelijk. Het lijkt er in ieder geval op dat dezelfde aanpak gekozen is als bij Svensson. Het criterium van ‘een nieuw publiek’ is toegepast op het embedden? Embedden kan immers gezien worden als een bepaalde vorm van linken.

Het Hof houdt ons nog in spanning met hoe het zit met het embedden of hyperlinken naar een bronwebsite met illegaal materiaal. Op dit moment zal het wachten zijn op een uitspraak in de C More-zaak (C-279/13) waaruit duidelijk zal moeten blijken hoe moet worden aangekeken tegen het linken van illegaal materiaal.

Het recht om ehh… vergeten te worden?

Het internet vergeet nooit iets. Is het wenselijk dat alles voor altijd online staat? In Spanje speelde over deze vraag een interessante rechtszaak.

In 2010 diende een Spaanse burger een klacht in bij de Spaanse privacy toezichthouder tegen een regionale krant en tegen Google. De man had in 1998 schulden en ging failliet, de lokale krant schreef daarover. En hoewel dat al lang geleden gebeurd was, bleef het krantenartikel maar naar boven komen als je de naam van de man in Google opzocht. Daar had hij genoeg van, hij vond dat het artikel nu wel eens mocht verdwijnen. Dat is natuurlijk begrijpelijk, en vanuit zijn recht op gegevensbescherming is het ook een reële eis. Aan de andere kant was de publicatie in de krant destijds rechtmatig: over faillissementen mag geschreven worden. En een krantenarchief heeft ook een belangrijk doel: het vormt een verslaglegging van de geschiedenis. Die kun je niet …

Lees Meer

Een algemeen recht om onvindbaar te worden?

Enige (on-)voorziene consequenties van de de uitspraak in Google/Spanje..?

Op 13 mei 2014 heeft het Hof van Justitie prejudiciële vragen beantwoord op verzoek van de Spaanse nationale rechter. Het Hof heeft daarmee bevestigd dat de zoekmachinedienst van Google binnen de territoriale en materiële werkingssfeer van de richtlijn 95/46/EG valt.

Waar ging de zaak tegen Google over? Op 5 maart 2010 diende een Spaanse ingezetene een klacht in bij de Spaanse dataprotectie autoriteit tegen een regionale krant en tegen Google. De klacht betrof de links via de zoekresultaten van Google naar artikelen in de krant over de betrokkene. Deze artikelen stamden uit 1998 en bevatten informatie over schulden die klager toen had. Vanuit de klagers recht op privacy is het voorstelbaar dat hij na 12 jaar onvindbaar wil worden. Aan de andere kant was de publicatie in de krant rechtmatig en dient een online archief van een krant ook een doel, …

Lees Meer

Is er een recht om vergeten te worden?

In een uitspraak van het  Hof van Justitie van de EU op 13 mei  2014 werd op een aantal interessante rechtsvragen beslist. Het meest verrassende van de uitspraak is dat Google als verantwoordelijke onder de Europese dataprotectierichtlijn valt. Het gevolg van de toepasselijkheid van de dataprotectierichtlijn op de zoekresultaten van Google is, dat een betrokkene een verzoek kan instellen om links naar zijn naam te laten verwijderen. Is er dus nu een effectief recht om vergeten te worden, nog voor de Algemene Privacyverordening er is?

Waar ging de zaak tegen Google over? Op 5 maart 2010 diende een Spaanse ingezetene een klacht in bij de Spaanse dataprotectie autoriteit (AEPD) tegen een regionale krant en tegen Google. De klacht betrof de links via de zoekresulaten van Google naar artikelen in de krant over de betrokkene. Deze artikelen stamden uit 1998 en bevatten informatie over schulden die klager toen had. Vanuit de klagers recht op privacy is het voorstelbaar dat hij na 12 jaar vergeten wil worden.

Aan de andere kant was de publicatie in de krant rechtmatig en dient een online archief van een krant ook een doel, namelijk de vrijheid van meningsuiting. Wat heeft de Europese rechter nu beslist? De publicatie is rechtmatig en valt te rechtvaardigen onder de journalistieke exceptie in de richtlijn( art.9). Google daarentegen wordt vol aan de toets van de privacyrichtlijn onderworpen met als gevolg dat, kort gezegd, het vinden, indexeren en bewaren van persoonsgegevens door een zoekmachine als Google, gericht op Europese burgers ( dmv targeten met advertenties) onder de richtlijn valt.

Het Hof van Justitie concludeert dat Google zich kan baseren op de grondslag ‘ gerechtvaardigd belang’ om de persoonsgegevens te verwerken ( art.7-f). Er is dus geen toestemming nodig. Hierbij gaat het Hof voorbij aan bijzondere of gevoelige persoonsgegevens zoals over ras, politieke voorkeur en gezondheid, deze gegevens mogen alleen na expliciete toestemming verwerkt worden (art.8).

Waar komt nu het recht om vergeten vandaan? Als de richtlijn van toepassing is  heeft diegene wiens naam opkomt in de zoekmachine het recht dat de link gewist wordt als de gegevens niet meer up-to-date zijn of als een grondslag ontbreekt (art. 12 &14), zoals met gevoelige persoonsgegevens. Dit recht geldt ook als de gegevens rechtmatig openbaar zijn gemaakt zoals in dit geval door de krant.

In het voorstel voor een Algemene Privacyverordening is een exlictiet recht om vergeten te worden opgenomen (art.17). Dit recht zal echter niet zo sterk  zijn als het recht dat uit deze uitspraak volgt. In de Verordening komt een zwaarder gewicht toe aan de vrijheid van meningsuiting. In deze uitspraak komt de , evenzware grondrecht als dat van dataprotectie, vrijheid van meningsuiting maar summier aan de orde en weegt pas zwaar als het om een publiek figuur gaat. Het risico van het zwaarder laten wegen van dataprotectie, eenzijdig op verzoek van betrokkene, is dan ook censuur. Het is de vraag hoe dit recht zich  in de (rechts-) praktijk zal uitkristalliseren.

Voor een uitgebreidere versie van dit artikel zie de column: Een algemeen recht om onvindbaar te worden?

 

Geld verdienen met betaalgegevens

Het is ondertussen al geen nieuws meer dat de ING het plan heeft aangekondigd een proef te willen starten waarbij de betaalgegevens van klanten worden gedeeld met andere bedrijven. Deze bedrijven zouden dan persoonsgebonden aanbiedingen kunnen doen aan de klanten van de ING. In Nederland werd dit voornemen van de ING niet bepaald met open armen ontvangen, maar is dit plan van de ING wel zo onverwacht? Wellicht zat het er een keer aan te komen dat een bankde goudmijn aan persoonsgegevens waar het op zit wil gaan uitbuiten, maar is dit wenselijk?

Toestemming

Dat de bank alle noodzakelijke gegevens al lang tot haar beschikking heeft, betekent niet dat ze hiermee mogen doen wat ze willen. De meeste banken geven al adviezen en inzicht in je uitgavenpatroon. Door middel van allerlei mooi gekleurde diagrammen wordt mij nu in één oogopslag duidelijk hoe ik mijn geld blijkbaar maandelijks verdeel over allerlei posten. Hoe de …

Lees Meer

HvJ: website met illegale inhoud blokkeren is toegestaan

Een Duits en een Oostenrijks bedrijf maakten, als houders van de auteursrechten op verschillende films, bezwaar tegen het illegaal openbaarmaken van films als stream of download op het internet. Ook tussenpersonen, zoals ISP’s, kunnen een verbod opgelegd worden wanneer hun diensten worden gebruikt om inbreuk te maken op een auteursrecht. De Oostenrijkse ISP UPC Telecom Wien werd dan ook door de rechter bevolen om de toegang tot een illegale streaming- en downloadwebsite te blokkeren. Het Hof van Justitie heeft bepaald dat een dergelijk verbod gerechtvaardigd is.

In essentie gaat het hier om de voortdurende strijd tussen verschillende fundamentele rechten, namelijk het recht op bescherming van intellectuele eigendomsrechten van de filmbedrijven, het recht op vrijheid van ondernemerschap van de ISP en het recht op vrijheid van informatie van alle internetgebruikers. Nationale rechters zullen moeten zoeken naar een rechtvaardig evenwicht tussen deze grondrechten.

Na deze uitspraak is het duidelijk geworden dat rechters …

Lees Meer

Hoe kan je anoniem appen?

Sinds de overname twee weken geleden van mobiele berichtendienst Whatsapp door Facebook is een massale overstap gaande naar alternatieve berichtendiensten zoals de apps Telegram en Treema . Een verklaring voor deze overstap kan zijn dat gebruikers niet willen dat Facebook ook weet met wie je appt en misschien wel waarover. Door dit soort overnames ontstaat een concentratie van data over een steeds groter wordend terrein van het privéleven van de gebruiker.

Persoonsgegevens zijn zeer waardevol voor bedrijven. Zo kan er nog gerichter worden geadverteerd en kunnen gegevens worden gedeeld voor onbekende toekomstige doelen. Ook zijn al deze gegevens een goudmijn voor geheime diensten. In plaats van een  ‘gratis’ en ‘privé berichtendienst betaalt de gebruiker in feite met haar privacy.

Waarom zou je er dan niet voor betalen? Een andere kijk op ‘gratis’ apps doet een ander licht schijnen op betaalde varianten van mobiele berichtendiensten. Voorbeelden zijn Treema, …

Lees Meer