1. Home
  2. Ontwerpen
  3. Wat kan ik met het modellenrecht?

Wat kan ik met het modellenrecht?

Het tekeningen- en modellenrecht beschermt het uiterlijk van een voortbrengsel. Een voortbrengsel is elk op industriële of ambachtelijke wijze vervaardigd voorwerp. Je kunt daarbij denken aan gebruiksvoorwerpen, zoals servies, maar ook aan meubels, het patroon van een stof of behang, speelgoed, of zelfs een keuken.

Algemeen

Waarop heb je modellenrecht?

Als tekening of model kan worden beschermd het nieuwe uiterlijk van een voortbrengsel met een eigen karakter.

Centraal staat het uiterlijk van een voortbrengsel. Het uiterlijk daarvan wordt afgeleid uit de kenmerken van de lijnen, de omtrek, de kleuren, de vorm, de textuur of de materialen van het voortbrengsel of de versiering daarvan. Een modelrecht hoeft echter niet op het uiterlijk van het volledige voortbrengsel te berusten Het kan ook betrekking hebben op een deel of onderdeel ervan. Één van de voorwaarden voor bescherming van deze onderdelen is dat het onderdeel bij normaal gebruik zichtbaar is.

Nieuwheid

Een model is nieuw indien er niet eerder (dus voor de datum dat het depot is gedaan) een identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld. Een model is identiek indien de kenmerken ervan slechts in onbelangrijke details verschillen. Een model is pas eerder aan het publiek beschikbaar gesteld indien de openbaarmaking ervan redelijkerwijs ter kennis kan zijn gekomen van ingewijden in de betrokken sector. Als een model dus openbaar is gemaakt aan ingewijden in de ene sector, kan het toch nog nieuw zijn voor gebruik in een andere sector.

Eigen karakter

Een eigen karakter bestaat indien de algemene indruk bij de geïnformeerde gebruiker, verschilt van de algemene indruk die bij deze gebruiker wordt gewekt door andere modellen. Het gaat dus om de totaalindruk die het model wekt, waar het bij het nieuwheidscriterium gaat om de kenmerkende eigenschappen. Een geïnformeerde gebruiker is overigens meer dan een gewone gebruiker. Deze zal dus sneller een andere algemene indruk hebben.

Wat is uitgesloten van bescherming?

Er zijn voortbrengselen die niet voor modellenbescherming in aanmerking komen. Dat zijn uiteraard de voortbrengselen die niet nieuw zijn en/of geen eigen karakter hebben, maar ook voortbrengselen waarvan de uiterlijke kenmerken enkel worden bepaald door de technische functie. Deze uitzondering is bedoeld om het modellenrecht af te bakenen van het octrooirecht. Uiterlijke kenmerken worden uitsluitend door de technische functie van het model bepaald indien het uiterlijke kenmerk het voortbrengsel beter geschikt doet zijn voor zijn gebruiksfunctie. Denk bijvoorbeeld aan de spiraalvorm van een kurkentrekker. Of het feit dat een fluitketel een handvat heeft, komt bijvoorbeeld niet voor bescherming in aanmerking. Dat uiterlijke kenmerk maakt de fluitketel immers veel beter geschikt voor de gebruiksfunctie daarvan, namelijk het koken van water en het uitschenken daarvan. Dat er wellicht ook een andere wijze is om hetzelfde resultaat te bereiken, maakt niet uit.

Uitgezonderd van bescherming is ook het uiterlijk van een verbindingsstuk. Een verbindingsstuk is een voortbrengsel dat noodzakelijkerwijs in precies dezelfde vorm en afmetingen geproduceerd moet worden om het mechanisch te kunnen verbinden met een ander voortbrengsel, zodat elk van beide voortbrengselen hun eigen functie kunnen uitvoeren. Een voorbeeld hiervan is de aansluiting van de stofzuigerslang op de stofzuiger. Door de uitsluiting van het modellenrecht is de consument niet gebonden aan de onderdelen van de fabrikant van het originele product, maar kan hij ook kiezen voor een andere, goedkopere fabrikant.

Daarnaast zijn er nog een aantal restricties, zoals. Een modelrecht wordt niet verkregen indien er reeds een ouder modelrecht bestaat. Een model mag niet in strijd zijn met de goede zeden of de openbare orde. Een model mag geen gebruik maken van wapens, vlaggen en andere staatsemblemen.

Wanneer heb je een modellenrecht?

De verkrijging van een modellenrecht is afhankelijk van inschrijving. Door middel van een Benelux-depot bij het BBIE (Benelux Bureau voor Intellectuele Eigendom, gevestigd in Den Haag) verkrijg je bescherming voor het gehele Benelux-gebied. Wie voor zijn model bescherming verlangt voor een groter gebied dan de Benelux kan een internationaal depot verrichten. Een internationaal depot wordt verricht bij het Internationale Bureau te Genève. Elk internationaal depot dat is ingeschreven heeft in ieder van de lidstaten die de deposant heeft aangewezen dezelfde werking. Je kunt ook een uniform modelrecht verkrijgen voor de gehele Europese Gemeenschap. Door één inschrijving bij het OHIM (Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt, gevestigd in Alicante) verkrijg je een exclusief recht op een Gemeenschapsmodel met gelding voor het gehele gebied van de EU.

Het Europese recht biedt tevens bescherming voor een niet ingeschreven Gemeenschapsmodel. Het is een modelrecht dat vormvrij en gratis tot stand komt. Vooral de mode- en textielindustrie heeft hier baat bij. Deze bedrijfstakken produceren in korte tijd een groot aantal modellen met een korte levensduur. Inschrijvingsformaliteiten zijn dan onnodig bezwarend. Hier tegenover staat echter wel maar een korte beschermingsduur van slechts drie jaar.

Kijk voor meer informatie over registratie voor de Benelux op de website van het BBIE, voor meer informatie over registratie voor de Europese Gemeenschap op de website van het OHIM, en voor meer informatie over internationale registratie op de website van de WIPO.

Wie heeft het?

Het uitsluitend recht komt in principe toe aan de deposant. Het maakt daarbij niet uit of deze het model heeft ontworpen. Heeft de ontwerper een derde geen toestemming gegeven het depot te verrichten, dan heeft hij wel de mogelijkheid het modelrecht op te eisen.

Is het model in dienstbetrekking ontworpen, dan wordt de werkgever als ontwerper beschouwd en is hij gerechtigd het model te deponeren. Er dient een duidelijk verband te zijn tussen de aard van de werkzaamheden van de werknemer en het ontworpen voortbrengsel. Bijvoorbeeld als een medewerker van een porseleinfabriek een badkamertegel ontwerpt. Is dat verband er niet, dan geldt de werknemer als ontwerper en is hij gerechtigd het model te deponeren. Het is echter mogelijk om bij overeenkomst hiervan af te wijken.

Een soortgelijke regeling geldt voor op bestelling of in opdracht ontworpen modellen. De opdrachtgever wordt als ontwerper beschouwd, mits de bestelling is gedaan om het model te gaan vervaardigen en/of verhandelen.

Hoe lang duurt het modellenrecht?

Behoudens de hierboven genoemde beschermingsduur (drie jaar) voor het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel, bedraagt de duur van de bescherming vijf jaar vanaf de datum van het depot. De inschrijving kan vier keer met een termijn van vijf jaar worden verlengd.

Wat kan je ermee?

De houder van een modelrecht heeft het uitsluitend recht om het model te gebruiken. Onder ‘gebruiken’ wordt verstaan het vervaardigen, aanbieden, in de handel brengen, verkopen, leveren, verhuren, invoeren, uitvoeren, tentoonstellen of in voorraad hebben. Voorwaarde is dat een en ander gebeurt in het economisch verkeer.

Verder kan de modelhouder zijn uitsluitend recht overdragen en kan het uitsluitend recht voorwerp zijn van een licentie.

Wanneer maak je inbreuk?

De modelhouder kan zich verzetten tegen het gebruik van voortbrengselen met hetzelfde uiterlijk met een uiterlijk dat geen andere algemene indruk wekt. Wanneer er sprake is van een andere algemene indruk is moeilijk te bepalen. De rechter gaat bij de beoordeling uit van de totaalindrukken van beide voortbrengselen. Van eenzelfde algemene indruk is meestal sprake als de producten slechts ondergeschikte verschillen vertonen.

Het is de geïnformeerde gebruiker die als uitgangspunt genomen moet worden. Hij is geen deskundige, maar heeft wel kennis van de markt van het desbetreffende voortbrengsel. Aan hem mogen wel zwaardere eisen gesteld worden dan aan de ‘gewone’ gebruiker, d.w.z jij en ik.

Uitzonderingen

De modelhouder kan niet altijd optreden tegen inbreuk op zijn modelrecht. Er zijn een aantal uitzonderingen opgenomen in de wetgeving. Zo kan de modelhouder zich niet verzetten tegen: handelingen in de particuliere sfeer en voor niet-commerciële doeleinden handelingen ten behoeve van het onderwijs het gebruik van het model voor reparatie van een samengesteld voortbrengsel met de bedoeling het in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen

Daarnaast geldt net als in het merkenrecht de zogenaamde communautaire uitputtingsregel. Als een product eenmaal rechtmatig in het handelsverkeer is gebracht (dus door de modelhouder zelf of met zijn toestemming) mag het vrij verhandeld worden. Uitputting geldt alleen maar wanneer producten binnen de Europese Economische Ruimte in het verkeer zijn gebracht. (Klik hier om te zien welke landen er horen bij de EU en de EER). Praktisch betekent dit dus dat de IKEA zich niet kan verzetten tegen het feit dat jij een van hun kasten op Marktplaats verkoopt. Als je de kast in een winkel binnen de Europese Gemeenschap hebt gekocht zijn ze dus met toestemming van de rechthebbende in het verkeer gebracht en is het modelrecht van de IKEA op die kast uitgeput.

Dit alles geldt niet als de modelhouder gegronde redenen heeft om zich tegen verdere verhandeling te verzetten. Dat is bijvoorbeeld het geval als de producten, nadat deze in het verkeer zijn gebracht, kwalitatief verslechterd zijn.

Samenloop met auteursrecht

Er wordt gestreefd om model- en auteursrecht in één hand te houden. De deposant van een model wordt daarom vermoed tevens de houder te zijn van het corresponderende auteursrecht. Wordt het auteursrecht inzake het model overgedragen, dan houdt dit tevens overdracht is van het modelrecht en omgekeerd. Voor de ontwerper in opdracht of dienstbetrekking geldt dat ten aanzien van het door hem gemaakte model niet alleen het modelrecht aan de opdrachtgever of werkgever toekomt, maar ook het auteursrecht.

Geupdate op 10 juli 2018

Was dit artikel nuttig?

Gerelateerde artikelen