1. Home
  2. Uitvindingen
  3. Hoe kan ik een Octrooi verkrijgen?

Hoe kan ik een Octrooi verkrijgen?

Waarop heb je octrooirecht?

Volgens de Rijksoctrooiwet zijn uitvindingen op alle gebieden van technologie die nieuw zijn, op uitvinderswerkzaamheid berusten en toegepast kunnen worden op het gebied van de nijverheid, vatbaar voor octrooi.

  • Uitvinding

Het begrip ‘uitvinding’ staat niet verder uitgewerkt in de wet. Het octrooi kan o.a. betrekking hebben op een werkwijze, een eindproduct, of een hulpstof. Vast staat in elk geval dat de uitvinding technisch van aard moet zijn. Er zijn verder een aantal (niet limitatieve) niet octrooieerbare uitzonderingen beschreven in artikel [2] en [3] Rijksoctrooiwet.

  • Nieuwheid

Het vereiste van nieuwheid geldt absoluut en wereldwijd. Als de uitvinding waar dan ook ergens ter wereld al bekend is, dan is het al niet meer mogelijk om een octrooi hierop te verkrijgen. De absolute werking hiervan betekent niet dat je daadwerkelijk van de uitvinding op de hoogte behoort te zijn, maar dat het in theorie mogelijk was. Dit gaat dus zelfs zo ver, dat indien je het al aan iemand hebt verteld, je de uitvinding in de openbaarheid hebt gebracht en daarmee de nieuwheid van het product hebt geschaad. Vertel dus alleen over je uitvinding onder geheimhoudingsverklaring!

  • Op uitvinderswerkzaamheid berusten

Oftewel: inventiviteit. Inventiviteit in het octrooirecht betekent dat de uitvinding echt ‘verrassend’ moet zijn. Het moet iets nieuws behelzen en moet bovendien een bestaand technisch probleem oplossen ( artikel [2] en [6] Rijksoctrooiwet). Deze oplossing moet tevens niet al te veel voor de hand liggen. Er wordt hierbij uitgegaan van de kennis en kunde van de (gemiddelde) vakman.

  • Toepasbaar op het gebied van de nijverheid

Het octrooi dient te leiden tot een praktisch resultaat, dat voor de praktijk ook daadwerkelijk van belang is. De uitvinding moet dus toepasbaar zijn. Het doel van de uitvinding doet er niet toe, enkel het praktische resultaat is van belang.

Waarop heb je geen octrooirecht?

Er zijn een aantal uitzonderingen toepasselijk op hetgeen hierboven beschreven is. Zo komen onder meer ontdekkingen en computerprogramma’s niet voor een octrooi in aanmerking. Maar ook planten- of dierenrassen en uitvindingen die in strijd zijn met de openbare orde en goede zeden vallen onder niet octrooieerbare uitvindingen. Bij dit laatste moet je denken aan werkwijzen voor het klonen van mensen, het gebruik van menselijke embryo’s, et cetera.

Wanneer heb je octrooirecht?

Een octrooi op een uitvinding ontstaat niet vanzelf. Je moet hiertoe een octrooiaanvrage doen die vervolgens moet worden verleend door de desbetreffende octrooiverlenende instantie. Er zijn verschillende instanties in het leven geroepen en de procedure bij elk van deze instanties verschilt enigszins van elkaar. Het uitgangspunt is dat het octrooi voor elk land afzonderlijk verkregen dient te worden.

Ten eerste bestaat de mogelijkheid een Europees octrooi te verkrijgen door middel van een aanvrage bij het Europees Octrooi Bureau. Hierbij worden alle Europese landen aangewezen waarin de uitvinder een octrooi zou willen verkrijgen. Deze aanvrage valt vervolgens uiteen in een bundel nationale octrooien. Het is dus niet mogelijk een uniform geldend Europees octrooi te verkrijgen, de verkregen octrooien worden beheerst door het desbetreffende nationale recht.

Hiernaast bestaat de mogelijkheid om een Nederlands octrooi te verkrijgen op basis van de Rijksoctrooiwet. De aanvrage moet gedaan worden bij het Octrooicentrum Nederland. De eisen die aan de Nederlandse octrooiaanvrage gesteld worden verschillen niet van de voorwaarden die gesteld worden aan een Europese aanvrage. De procedure is wel anders. Er is bijvoorbeeld geen sprake van een vooronderzoek naar de geldigheid van de aanvrage, waar het Europees Octrooi Bureau wel in voorziet.

Tot slot bestaat er nog een internationale mogelijkheid op basis van het Patent Cooperation Treaty (PCT). Hierbij wordt slechts één aanvrage gedaan waarbij de gewenste beschermde landen worden aangegeven. Ook hierbij wordt de internationale aanvrage gesplitst in evenzoveel nationale aanvragen als er landen zijn aangewezen, net als bij een Europees octrooi.

Wie heeft het octrooirecht?

Degene die een voortbrengsel heeft uitgevonden en een octrooiaanvrage heeft gedaan, is houder van het octrooirecht voor deze uitvinding indien het octrooi wordt verleend door de desbetreffende instantie. En ook al is de aanvrager niet de echte uitvinder, de aanvrager wordt toch gezien als de uitvinder.

Het verlenen van een octrooi kan in sommige gevallen ongewenst zijn. Denk bijvoorbeeld aan een gestolen uitvinding waar een aanvrage voor wordt gedaan. Er bestaan daarom uitzonderingen die ervoor zorgen dat niet de aanvrager, maar de werkelijke rechthebbende het octrooi kan opeisen. Een van deze uitzonderingen is het recht van voorrang. Dit houdt in dat indien je een octrooiaanvrage hebt gedaan in een land, je binnen twaalf maanden in sommige andere landen een octrooi kan aanvragen voor dezelfde uitvinding. Je latere aanvrage krijgt dan dezelfde aanvraagdatum als de eerste. Deze voorrangsdatum is geldend en dus niet de datum van de werkelijke aanvrage.

Hoe lang duurt het octrooirecht?

Zoals al eerder aan de orde is gekomen is een octrooi altijd tijdelijk. Een octrooi duurt twintig jaar, te rekenen vanaf de aanvraagdatum. Voor geneesmiddelen kan een langere termijn gelden. Daarvoor moet de octrooihouder een aanvullend beschermingscertificaat aanvragen. Toch halen maar weinig octrooien deze maximale duur, omdat de uitvinder vaak tot de conclusie komt dat de inkomsten uit zijn uitvinding niet meer opwegen tegen het betalen van de jaarlijkse taksen.

Wat kan je met een octrooirecht?

Je kan als octrooihouder dus anderen bepaalde handelingen betreffende jouw octrooi verbieden. Het tijdelijke monopolie dat je als octrooihouder verkrijgt zorgt ervoor dat je het exclusieve recht hebt je uitvinding te exploiteren. Indien anderen dit ook willen moeten zij eerst jouw toestemming vragen en je kan hier bovendien (financiële) voorwaarden aan verbinden. Bij geoctrooieerde voortbrengselen heb je het exclusieve recht tot vervaardiging, verhandeling en gebruikmaking. Anderen dan de octrooihouder mogen zich hier niet zonder jouw toestemming aan wagen. Bij een geoctrooieerde werkwijze heb je het exclusieve recht tot toepassing van die werkwijze of hetgeen door de werkwijze rechtstreeks is verkregen de vervaardigen, verhandelen en gebruiken. Ook hier is altijd jouw toestemming nodig indien anderen hier iets mee willen doen.

Let wel: voor het bepalen van de beschermingsomvang van een octrooi zijn de beschrijvingen in de conclusies van doorslaggevend belang.

Wanneer maak je inbreuk op een octrooirecht?

Je maakt inbreuk op andermans octrooirecht indien je hetgeen waar het octrooi betrekking op heeft zonder toestemming van de rechthebbende gebruikt, in het verkeer brengt, verder verkoopt, verhuurt, aflevert of op andere manier verhandelt. Ook het enkel in voorraad hebben is inbreukmakend. Bovendien maak je inbreuk indien je een van voorgenoemde handelingen voor een ander doet. Ook het gebruik van enkel een wezenlijk bestanddeel van de uitvinding kan leiden tot een -indirecte- inbreuk. Kortom: vervaardiging, verhandeling en gebruik zonder toestemming is verboden en doe je dit wel, dan is sprake van inbreuk en ben je aansprakelijk.

Uitzonderingen

Niet alle handelingen leveren een inbreuk op andermans octrooirecht op. Indien bijvoorbeeld een uitvinding rechtmatig -dus zonder dat er sprake is van octrooi-inbreuk- in het verkeer is gebracht (bijvoorbeeld door de octrooihouder zelf), kan verdere verhandeling en gebruik door een ander dan de octrooihouder niet meer worden belet. Dit is de zogenoemde uitputtingsregel. Tevens kun je onderzoekshandelingen verrichten die betrekking hebben op een geoctrooieerde voortbrengsel / werkwijze, zonder dat er sprake is van inbreuk. Dit moet dan wel een bepaald, in de wet omschreven, doel diene. Dit wordt de onderzoeksexceptie genoemd.

Geupdate op 10 juli 2018

Was dit artikel nuttig?

Gerelateerde artikelen