1. Home
  2. Overige
  3. Handelsnaam

Handelsnaam

Het kan zo zijn dat u een handelsnaam voert die ook door een ander wordt gevoerd of die daar heel erg op lijkt. Dit kan verwarring opleveren bij uw klanten of afnemers. Wanneer kunt u hier iets tegen doen? 

Verwarring

De verwarring kan of van ‘directe’ aard of van ‘indirect’ aard zijn. ‘Direct’ betekent bijvoorbeeld dat een klant bij onderneming A wilde bestellen, maar dat door de verwarring per ongeluk bij onderneming B is besteld.  

‘Indirecte’ verwarring betekent dat klanten wel zien dat er een verschil is tussen beide ondernemingen, maar dat ze aannemen dat een band bestaat tussen deze twee ondernemingen. 

Beide vormen van verwarring kunnen, om meerdere redenen, vervelend zijn voor een onderneming waardoor de behoefte ontstaat dat de andere onderneming deze handelsnaam niet meer voert. 

Verbod

Daarom is het mogelijk om op grond van de Handelsnaamwet naar de rechter te stappen om te verzoeken dat het gebruik van de handelsnaam door de andere organisatie verboden wordt. (Let wel, beschrijvende handelsnamen zullen niet snel verboden worden door de rechter omdat zij onderscheidend vermogen missen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de handelsnaam ‘Knippende Kappers’)     

De regel is dat de organisatie die de handelsnaam, of de daarop lijkende handelsnaam, het eerst voerde dit mag blijven doen. 

Daarnaast wijst de wet op ‘verwarringsgevaar’ tussen twee handelsnamen. Dit betekent niet dat er ook daadwerkelijk sprake is van verwarring. 

Verwarringsgevaar

Als twee organisaties dezelfde handelsnaam gebruiken, of in ieder geval twee handelsnamen die slechts in geringe mate van elkaar afwijken, zijn er een aantal factoren van belang die (mede-) bepalen of verwarringsgevaar daadwerkelijk te verwachten is. Deze factoren zijn slechts indicatief bedoelt, maar het is wel een toetsingskader die vaak wordt toegepast door de rechter. De indicatoren zijn: 

  1. Mate van gelijkenis tussen de handelsnamen. De maatstaf om dit te bepalen is het oordeel van het op normale wijze – dus niet goed – oplettend en onderscheidend voor alle personen die met de onderneming in aanraking komen.
  2. Plaats van vestiging. Deze factor is logisch in de zin dat hoe dichter ondernemingen bij elkaar gevestigd zijn hoe groter de kans is op dezelfde personen die met de onderneming in aanraking komen en hoe groter de kans op verwarringsgevaar. Door het internet lijkt dit criterium steeds minder belangrijk te worden bij het vaststellen van verwarringsgevaar.
  3. Karakter van de vestigingsplaats. Dit doelt op factoren zoals aantal inwoners en grootte van een plaats, maar ook op hoe vaak een type onderneming in een plaats voorkomt. Als een onderneming zich bijvoorbeeld ‘De Delfts blauwe pauw’ noemt, dan mag aangenomen worden dat dit in Delft minder onderscheidend is dan op Schiermonnikoog.
  4. Aard van de onderneming. Als de werkzaamheden van de twee ondernemingen gelijkenissen met elkaar vertonen kan verwarringsgevaar worden aangenomen. Denk hierbij aan het voeren van een vergelijkbaar assortiment, of een deel van het assortiment.

Uiteindelijk kijkt de rechter naar alle omstandigheden van het geval om vast te stellen of er sprake is verwarringsgevaar. Deze factoren zijn dus alleen als handvatten bedoeld en zullen altijd nog afgewogen moeten worden tegen andere omstandigheden. 

Geupdate op 19 juli 2018

Was dit artikel nuttig?

Gerelateerde artikelen