Nietigheid en vernietigbaarheid van overeenkomsten

Nietigheid brengt met zich mee dat de overeenkomst in beginsel geen rechtsgevolg heeft, de overeenkomst is nimmer rechtsgeldig geweest. In geval van vernietigbaarheid gaat het om de bevoegdheid van een partij om in bepaalde gevallen de overeenkomst ongeldig te verklaren. Het verschil is dat de vernietigbare overeenkomst geldig blijft, alvorens men een beroep op een vernietigingsgrond heeft gedaan.

Gevolg van zowel nietigheid als vernietigbaarheid is dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen. Met betrekking tot vernietigbaarheid is dit dan wel met terugwerkende kracht. Hetgeen wat al is verricht door een van de partij geldt als onverschuldigd betaald en kan teruggevorderd worden. Het is ook mogelijk om de overeenkomst voor een gedeelte (partieel) nietig te verklaren of te vernietigen. Voor het overige blijft de overeenkomst dan gewoon in stand.

GRONDEN:
1. Strijd met wet, goede zeden of openbare orde = nietigheid (zie artikel 3:40 Burgerlijk Wetboek). Indien het sluiten, inhoud of de strekking van de overeenkomst in strijd is met de wet, goede zeden of openbare orde brengt dit in beginsel nietigheid van de overeenkomst met zich mee. Men kan hierbij bijvoorbeeld denken aan het verkopen van een wapen.

2. Bedreiging, bedrog en misbruik van omstandigheden = vernietigbaarheid (artikel 3:44 Burgerlijk Wetboek).

Komt een overeenkomst door bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden tot stand dan is deze vernietigbaar. Men dient dan een beroep hierop te doen.

Bedreiging houdt in dat iemand een ander beweegt tot het sluiten van een overeenkomst door diegene met onrechtmatig nadeel te bedreigen. Onrechtmatig is bijvoorbeeld het dreigen met fysiek geweld om iets gedaan te krijgen waar men geen recht op heeft.

Bedrog houdt in dat iemand een ander beweegt tot het sluiten van een overeenkomst door opzettelijk een onjuiste mededeling te doen dan wel door middel van een onterechte verzwijging of een andere kunstgreep. Men vertelt de koper bijvoorbeeld dat het een schilderij van Rembrant betreft terwijl hier feitelijk geen sprake van is. Echter onware aanprijzingen in algemene bewoordingen vormen in beginsel nog geen bedrog.

De een wordt bewogen tot het sluiten van een overeenkomst terwijl de ander weet of had moeten weten dat dit komt door de bijzondere omstandigheden van het geval. De laatstgenoemde heeft desondanks de totstandkoming van de overeenkomst bevordert, terwijl hij weet of had moeten begrijpen dat hij de ander ervan had moet weerhouden om de overeenkomst te sluiten. Men kan bijvoorbeeld denken aan een verzwakte geestelijke conditie.

3.Vormvoorschriften = nietigheid (artikel 3:39 Burgerlijk Wetboek) In geval van schending van vormvoorschriften is de overeenkomst nietig, tenzij de wet hier anders over bepaald (artikel 3:39Burgerlijk Wetboek).

4.Geestelijke stoornis = vernietigbaar (artikel 3:34 Burgerlijk Wetboek) Indien iemand een overeenkomst sluit onder invloed van een geestelijke stoornis, is deze overeenkomst vernietigbaar (artikel 3:34Burgerlijk Wetboek). Voorwaarde is wel dat deze stoornis een redelijk waardering belette van de betrokken belangen of invloed heeft gehad bij de verklaring.

5. Handelingsonbekwaamheid = vernietigbaarheid (artikel 3:32 Burgerlijk Wetboek).

Handelingsonbekwaam zijn onder meer minderjarige (tenzij deze toestemming van hun ouders of verzorgers) of onder curatele gestelden (tenzij er toestemming is van de curator). Indien handelingsonbekwamen een overeenkomst sluiten is deze in beginsel vernietigbaar.

6. Dwaling = vernietigbaarheid (artikel 6:228 Burgerlijk Wetboek)

Onder bijzondere omstandigheden kan degene die een onjuiste voorstelling van zaken heeft (oftewel dwaalde) hier een beroep op doen en de overeenkomst vernietigen, indien diegene de overeenkomst in geval van een juiste voorstelling van zaken niet de overeenkomst zou hebben gesloten. Dit is onder meer mogelijk in de volgende gevallen:

a. Dwaling door een inlichting van de wederpartij: De wederpartij heeft de ander onjuist ingelicht en zonder deze inlichting zou de ander de overeenkomst niet zijn aangegaan.

b. Dwaling door het zwijgen van de wederpartij:

De wederpartij verzwijgt relevante informatie en weet of had moeten weten dat deze informatie essentieel is om al dan niet een overeenkomst aan te gaan. De wederpartij dient in een dergelijk geval er rekening mee te houden dat de ander dan dwaalt en heeft niet aan haar mededelingsplicht voldaan.

c: Dwaling door beide partijen:

Beide partijen gaan van een onjuiste voorstelling van zaken uit, in geval van een juiste voorstelling van zaken had de wederpartij moeten begrijpen dat de dwalende dan de overeenkomst niet zou hebben gesloten.

Algemene uitzonderingen voor een beroep op dwalingen betreffen louter toekomstige omstandigheden, de aard van de overeenkomst of de onderzoeksplicht van de koper (echter de mededelingsplicht gaat in beginsel voor de onderzoeksplicht).