Rechtswinkel de Clinic https://clinic.nl De gespecialiseerde rechtswinkel op het gebied van Technologie, Media en Communicatie (TMC) Wed, 29 Apr 2015 03:18:52 +0000 nl-NL hourly 1 http://wordpress.org/?v=4.1.4 Wijn, kaas en intellectueel eigendomsrecht https://clinic.nl/columns/wijn-kaas-en-intellectueel-eigendomsrecht/ https://clinic.nl/columns/wijn-kaas-en-intellectueel-eigendomsrecht/#comments Tue, 28 Apr 2015 08:54:52 +0000 http://clinic.nl/?p=1967 Afgelopen donderdagavond was Ilja Gort te gast bij Pauw. Gort, wijnboer en schrijver, werd geïnterviewd over zijn nieuwste boek: Château Fatale, een thriller over de internationale wijnfraude. Naast vermaken, zou het boek de lezer ook wat bijbrengen op het gebied van wijnfraude. Maar wat heeft dit te maken met het intellectuele eigendomsrecht?

Consumenten hebben bij bepaalde namen een zekere verwachting. Zo kunnen zij na het ontkurken van een fles Champagne, een mousserende wijn verwachten en van een stuk Goudse kaas kan een zachte, romige of lichtpittige smaak verwacht worden. En een fles Chablis (afkomstig uit een klein dorpje in midden Frankrijk) is van een veel hogere kwaliteit (en prijs) dan een willekeurige fles uit de supermarkt. Sommige herkomstnamen zijn daarom beschermd. Zij mogen alleen gebruikt worden voor producten die daadwerkelijk uit de betreffende streek afkomstig zijn. Het zou immers niet eerlijk zijn als een wijnboer uit een ander gebied, met ...]]> Afgelopen donderdagavond was Ilja Gort te gast bij Pauw. Gort, wijnboer en schrijver, werd geïnterviewd over zijn nieuwste boek: Château Fatale, een thriller over de internationale wijnfraude. Naast vermaken, zou het boek de lezer ook wat bijbrengen op het gebied van wijnfraude. Maar wat heeft dit te maken met het intellectuele eigendomsrecht?

Consumenten hebben bij bepaalde namen een zekere verwachting. Zo kunnen zij na het ontkurken van een fles Champagne, een mousserende wijn verwachten en van een stuk Goudse kaas kan een zachte, romige of lichtpittige smaak verwacht worden. En een fles Chablis (afkomstig uit een klein dorpje in midden Frankrijk) is van een veel hogere kwaliteit (en prijs) dan een willekeurige fles uit de supermarkt. Sommige herkomstnamen zijn daarom beschermd. Zij mogen alleen gebruikt worden voor producten die daadwerkelijk uit de betreffende streek afkomstig zijn. Het zou immers niet eerlijk zijn als een wijnboer uit een ander gebied, met andere druiven een andere wijn produceert, maar door het gebruik van ‘Chablis’ op zijn etiket, meelift op de goede reputatie van de wijnen uit die streek. Deze beschermde herkomstbenamingen lijken daarom op intellectuele eigendomsrechten. Net als bij intellectuele eigendomsrechten is het voeren van de herkomstbenaming een exclusief recht. Het gebruik van de herkomstbenaming is voorbehouden aan de producent uit een bepaald gebeid of de producent van een traditionele specialiteit.

Er zijn 3 smaken herkomstbescherming te onderscheiden: de beschermde geografische aanduiding, de beschermde oorsprongsbenaming en de gegarandeerde traditionele specialiteit. Hiernaast biedt het merkenrecht bescherming.

Beschermde geografische aanduiding

Voor de beschermde geografische aanduiding is het nodig dat tenminste één van de stadia van productie, verwerking of bereiding van het product plaatsvindt in een bepaald gebied. Het onderdeel van de productie, verwerking of bereiding dat heeft plaatsgevonden in het betreffende gebied moet de karakteristieke eigenschap van het product opleveren. Een voorbeeld van een beschermde geografische aanduiding uit Nederland is ‘Gouda Holland’ voor kazen. De kaas moet in Nederland geproduceerd zijn uit in Nederland gewonnen koemelk van in Nederland gevestigde melkveehouderijbedrijven en gerijpt in Nederlandse rijpingskamers.

Beschermde oorsprongsbenaming

De beschermde oorsprongsbenaming is nog een striktere bescherming dan de beschermde geografische aanduiding. Producten die deze status genieten, moeten namelijk niet alleen geproduceerd, verwerkt en bereid worden in een bepaald gebied, maar dit moet ook gebeuren volgens een erkende en gecontroleerde werkwijze. Een voorbeeld van zo’n product is Parmaham. Dus een ham mag alleen Parmaham genoemd worden als deze geproduceerd, verwerkt en bereid wordt in de regio rond Parma (Noord-Italië), volgens een erkende en gecontroleerde werkwijze. Een Nederlands voorbeeld is de Noord-Hollandse Edammer kaas. ‘Edam Holland’ is ook een beschermde geografische aanduiding. Een kaas die het beschermde oorsprongskeurmerk draagt, is dus niet alleen afkomstig uit Nederland, maar ook volgens de erkende Noord-Hollandse werkwijze gemaakt.

Gegarandeerde traditionele specialiteit

Om het gegarandeerde traditionele specialiteit-keurmerk te hebben, is het niet nodig dat het product uit een bepaalde regio afkomstig is. Het is wel vereist dat het product een bijzonder traditioneel karakter heeft, vanwege de samenstelling of de bereidingswijze. Iets is ‘traditioneel’ wanneer het binnen de EU 30 jaar of langer op dezelfde wijze of met dezelfde samenstelling geproduceerd wordt. Voorbeelden hiervan zijn Mozzarella en Serranoham.

Merkenrecht

Naast deze bescherming van herkomstbenaming, volgt ook bescherming van herkomstbenamingen uit het merkenrecht. Uit het merkenrecht volgt namelijk dat het niet is toegestaan om een merk voor een wijn te registreren dat een oorsprongsaanduiding bevat, terwijl het product niet uit het aangegeven gebied afkomstig is.

Regelmatig komt het voor dat fraudeurs willen meeliften op de reputatie van zo’n beschermde herkomstnaam. Zij vervalsen het etiket, vullen een fles met druivensap en verkopen deze voor de prijzen van een originele fles. Een lucratieve business, zolang je niet gepakt wordt…

Chablis of nie, ik neem er nog een. Goed weekend, cheers!

Menno Loos, april 2015

]]> https://clinic.nl/columns/wijn-kaas-en-intellectueel-eigendomsrecht/feed/ 0
Social Media War https://clinic.nl/columns/social-media-war/ https://clinic.nl/columns/social-media-war/#comments Mon, 20 Apr 2015 18:50:47 +0000 http://clinic.nl/?p=1964 Op het moment van schrijven vindt in Den Haag de Global Conference on Cyber Space plaats. Een van de agendapunten van deze conferentie is het debatteren over de uitdagingen die de internationale gemeenschap ondervindt bij het beschermen van online vrijheden en het tegengaan van criminele activiteiten op het internet.

De komst van het internet heeft door de anonimiteit, gemakkelijke toegang, gebrek aan regulering en wereldwijd bereik mogelijkheden geboden voor een vrijwel onbeperkte verspreiding van informatie. Deze aspecten van het web zijn een van groot belang voor de vrijheid van meningsuiting. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft vaak beschreven dat het recht op vrijheid van meningsuiting essentieel is voor een democratische samenleving en de basis vormt voor de menselijke ontwikkeling. Ondanks het belang van dit recht zijn er vanzelfsprekend  grenzen aan uitingsvrijheid. Extreem negatieve uitingen – zoals discrimineren of haat zaaien –  zijn strafbaar.

De grenzen van ...]]> Op het moment van schrijven vindt in Den Haag de Global Conference on Cyber Space plaats. Een van de agendapunten van deze conferentie is het debatteren over de uitdagingen die de internationale gemeenschap ondervindt bij het beschermen van online vrijheden en het tegengaan van criminele activiteiten op het internet.

De komst van het internet heeft door de anonimiteit, gemakkelijke toegang, gebrek aan regulering en wereldwijd bereik mogelijkheden geboden voor een vrijwel onbeperkte verspreiding van informatie. Deze aspecten van het web zijn een van groot belang voor de vrijheid van meningsuiting. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft vaak beschreven dat het recht op vrijheid van meningsuiting essentieel is voor een democratische samenleving en de basis vormt voor de menselijke ontwikkeling. Ondanks het belang van dit recht zijn er vanzelfsprekend  grenzen aan uitingsvrijheid. Extreem negatieve uitingen – zoals discrimineren of haat zaaien –  zijn strafbaar.

De grenzen van het fundamentele recht op vrijheid van meningsuiting worden vandaag de dag op gruwelijke en stelselmatige wijze overschreden door online berichtgeving van terroristische organisaties. Een van die organisaties is de Islamitische Staat. De terreurgroep maakt zich schuldig aan zeer ernstige schendingen van fundamentele mensenrechten: van discriminatie op basis van geloof tot aan het executeren van alle mogelijke tegenstanders en de online verspreiding van de beelden daarvan. Om hun doelen te verwezenlijken maakt de IS op grote schaal gebruik van social media zoals Facebook, YouTube en met name Twitter.

Twitter vormt met zijn 284 miljoen maandelijkse actieve gebruikers en 500 miljoen berichten per dag een ultiem middel om de vrijheid van meningsuiting te gebruiken en informatie, ideeën en gevoelens de wereld in te sturen. De Islamitische Staat misbruikt deze vrijheid echter, en gebruikt social media met name voor het verspreiden van oorlogspropaganda, de werving van nieuwe strijders, het bedreigen van tegenstanders en fondsverwerving.

Op welke manier kan de online oorlogsvoering van de IS aangepakt worden?
Een logische stap zou zijn om sites zoals Facebook, YouTube en Twitter te verplichten terroristische berichtgeving van IS te voorkomen. Deze sites hebben namelijk de mogelijkheid in te grijpen en om gebruikers te identificeren.

Internet tussenpersonen – zoals social media sites – zijn op grond van de Europese E-commerce Richtlijn enkel onder bepaalde omstandigheden juridisch aansprakelijk voor de berichtgeving op hun websites. Internet tussenpersonen kunnen niet verantwoordelijk gehouden worden wanneer zij slechts als doorgeefluik fungeren en ze geen toezicht uitoefenen over de informatie. Ze zijn desalniettemin aansprakelijk wanneer websites weten dat er onrechtmatig materiaal op hun website staat. Naderhand ingrijpen op social media is echter niet effectief, omdat de berichten snel verspreid kunnen worden over het internet; het kwaad is al geschied. In de E-commerce Richtlijn staat tevens beschreven dat social media websites geen maatregelen opgelegd mogen worden die verplichten dat ze actief op zoek te gaan naar onwettige berichtgeving. Een algemene monitorplicht voor internet tussenpersonen is verboden. In het algemeen is het op basis van de huidige wetgeving niet mogelijk om oorlogspropaganda via de aansprakelijkheid van social media volledig uit te bannen.

Duidt het feit dat IS tot op heden de online oorlogsvoering heeft kunnen voortzetten via Twitter op een tekort aan juridische verplichtingen en verantwoordelijkheden van internet tussenpersonen? En hoe zit het met het de aansprakelijkheid van natuurlijke personen die de IS berichtgeving delen op hun persoonlijke social media pagina’s? Moeten social media sites überhaupt wel verantwoordelijk gesteld worden voor het beschermen van internet vrijheden en tegengaan van internetcriminaliteit? Hopelijk biedt de uitkomst van de Global Conference on Cyber Space meer duidelijkheid over deze vraagstukken.

Britt van Breda, april 2015

]]> https://clinic.nl/columns/social-media-war/feed/ 0
Hoe zit het eigenlijk met de bewaarplicht? https://clinic.nl/columns/hoe-zit-het-eigenlijk-met-de-bewaarplicht/ https://clinic.nl/columns/hoe-zit-het-eigenlijk-met-de-bewaarplicht/#comments Sun, 12 Apr 2015 11:05:37 +0000 http://clinic.nl/?p=1954 Sinds precies één maand heeft Nederland geen bewaarplicht meer (hoera!) en daarom is dit een goed moment om stil te staan bij dit verschijnsel en de reden waarom deze plicht tot het verleden behoort.

In 2006 is de bewaarplicht van kracht geworden. De bewaarplicht kwam voort uit de Europese Dataretentierichtlijn en het doel van deze richtlijn was om autoriteiten zoals de politie en AIVD te helpen bij de bestrijding van georganiseerde misdaad en terrorisme. Deze verplichting werd geïmplementeerd in artikel 13.2a van de Nederlandse Telecommunicatiewet, waaruit volgde dat internet- en telecomdienst bepaalde verkeers- en locatiegegevens verplicht waren op te slaan. Voor telefonie gold de termijn van 12 maanden, terwijl internetgegevens gedurende 6 maanden werden bewaard.

Zo’n acht jaar lag deze verplichting onder vuur. Aan de discussies kwam een einde wanneer het Europees Hof van Justitie zich in de Digital Right Ireland zaak over de geldigheid van de richtlijn uitliet. Het ...]]> Sinds precies één maand heeft Nederland geen bewaarplicht meer (hoera!) en daarom is dit een goed moment om stil te staan bij dit verschijnsel en de reden waarom deze plicht tot het verleden behoort.

In 2006 is de bewaarplicht van kracht geworden. De bewaarplicht kwam voort uit de Europese Dataretentierichtlijn en het doel van deze richtlijn was om autoriteiten zoals de politie en AIVD te helpen bij de bestrijding van georganiseerde misdaad en terrorisme. Deze verplichting werd geïmplementeerd in artikel 13.2a van de Nederlandse Telecommunicatiewet, waaruit volgde dat internet- en telecomdienst bepaalde verkeers- en locatiegegevens verplicht waren op te slaan. Voor telefonie gold de termijn van 12 maanden, terwijl internetgegevens gedurende 6 maanden werden bewaard.

Zo’n acht jaar lag deze verplichting onder vuur. Aan de discussies kwam een einde wanneer het Europees Hof van Justitie zich in de Digital Right Ireland zaak over de geldigheid van de richtlijn uitliet. Het Hof stelt vast dat de bewaarplicht in strijd is met fundamentele grondrechten van de Europese burger. Deze rechten zijn echter niet absoluut en een algemeen belang kan onder omstandigheden prevaleren. Hiervan was hier echter geen sprake. Het belang van het bestrijden van georganiseerde misdaad en terrorisme weegt hier niet op tegen de rechten van de burgers. De Dataretentierichtlijn biedt de mogelijkheid om maatregelen te gebruiken die dermate ruim en vaag zijn, dat deze als disproportioneel beschouwd worden ten opzichte van hun doel. Het Hof is, onder meer, van mening dat er onvoldoende waarborgen zijn om misbruik van gegevens te voorkomen, dat er teveel gegevens worden opgeslagen en dat de gegevens te lang worden bewaard. Kortom, het Hof verklaart de gehele richtlijn ongeldig. Benadrukt dient te worden dat dit een uitzonderlijke situatie is.

Eerder heb ik aangegeven dat er Nederlandse wetgeving gebaseerd was op deze richtlijn, een logisch gevolg had moeten zijn dat ook deze wetgeving ongeldig verklaard zou worden. Dit gebeurde niet. Minister Teeven hield voet bij stuk en benadrukte het belang van de opslag van deze gegevens. Voor providers was het volstrekt onhelder wat zij dienden te doen. Enerzijds dienden zij de wet te gehoorzamen en communicatiegegevens van hun klanten voor een lange tijd te bewaren en anderzijds maakten zij inbreuk op de privacy van hun gebruikers. Dit was de stand van zaken tot de uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 maart 2015.

Op 9 maart dienden Fred Teeven en Ivo Opstelten hun ontslag in na de zogenoemde “Bonnetjesaffaire” en drie dagen later stelde de Nederlandse rechter de bewaarplicht buiten werking.  Ook de Nederlandse rechter stelt dat er sprake is van een onevenredige inbreuk op het recht op privacy door de bijzonder ruim geformuleerde bepaling en het ontbreken van waarborgen in de wetgeving. Hoewel deze uitspraak de studenten van de Clinic heeft doen juichen, is advocate Anke Verhoeven kritisch en stelt dat de wijze waarop het vonnis van de voorzieningenrechter is geformuleerd, te veel ruimte biedt aan de staat om de bewaarplicht alsnog door te zetten, mits een aantal extra waarborgen worden gecreëerd.

Deze column heeft de korte geschiedenis van de bewaarplicht omschreven. We houden jullie op de hoogte van de verschillende ontwikkelingen op dit gebied. Voor nu kan ik echter slechts constateren dat de afschaffing van de bewaarplicht een goede ontwikkeling is.

Darya Bondarchuk, april 2015 

]]> https://clinic.nl/columns/hoe-zit-het-eigenlijk-met-de-bewaarplicht/feed/ 0
3D – Printing https://clinic.nl/nieuws/clics/3d-printing/ https://clinic.nl/nieuws/clics/3d-printing/#comments Mon, 06 Apr 2015 11:06:33 +0000 http://clinic.nl/?p=1947 3D-printing redt levens. Voor het eerst in Nederland gebruikten Leidse behandelaars onlangs een geprint 3D-model van een babyhartje. Dankzij dit 3D-model was de chirurg beter in staat de situatie in te schatten en de ingewikkelde operatie voor te bereiden. Het baby’tje maakt het goed.Behalve in de geneeskunde, wordt 3D-printing in allerlei sectoren en voor allerlei producten gebruikt, van auto-onderdelen tot speelgoed. 3D-printing is hot. Volgens sommigen is het een hype die weer overwaait, anderen zweren dat 3D-printing voor een tweede industriële revolutie zal zorgen.Op verschillende rechtsgebieden kunnen zich praktische problemen voordoen door de opkomst van 3D-printing. Zal huidige regelgeving daarom aangepast moeten worden?

Hieronder zal ik kort ingaan op de techniek van 3D-printing, om vervolgens op een aantal gebieden voorbeelden te geven van problemen rond 3D-printing.

De techniek

3D-printing is in de jaren 2000 ontstaan. Via een computer wordt een CAD-bestand naar de printer verzonden. Een CAD-bestand (computer-aided drafting), is ...]]> 3D-printing redt levens. Voor het eerst in Nederland gebruikten Leidse behandelaars onlangs een geprint 3D-model van een babyhartje. Dankzij dit 3D-model was de chirurg beter in staat de situatie in te schatten en de ingewikkelde operatie voor te bereiden. Het baby’tje maakt het goed.Behalve in de geneeskunde, wordt 3D-printing in allerlei sectoren en voor allerlei producten gebruikt, van auto-onderdelen tot speelgoed. 3D-printing is hot. Volgens sommigen is het een hype die weer overwaait, anderen zweren dat 3D-printing voor een tweede industriële revolutie zal zorgen.Op verschillende rechtsgebieden kunnen zich praktische problemen voordoen door de opkomst van 3D-printing. Zal huidige regelgeving daarom aangepast moeten worden?

Hieronder zal ik kort ingaan op de techniek van 3D-printing, om vervolgens op een aantal gebieden voorbeelden te geven van problemen rond 3D-printing.

De techniek

3D-printing is in de jaren 2000 ontstaan. Via een computer wordt een CAD-bestand naar de printer verzonden. Een CAD-bestand (computer-aided drafting), is een bestand dat de digitale bouwtekening van het te printen voorwerp bevat. Deze bestanden zijn op internet te koop of gratis te downloaden. De 3D-printer zet het digitale bestand om in een echt voorwerp. Dit gebeurt door vormbaar materiaal in de gewenste vorm te ‘spuiten’. De materialen waarmee geprint kan worden lopen uiteen, bijvoorbeeld gips, plastic, metaal en polyester. Ook 3D-printers zijn er in allerlei soorten en maten en in verschillende prijsklassen, van enkele honderden euro’s, tot duizenden euro’s.

Criminaliteit

3D-printing is een mooie, nieuwe techniek die voor goede ontwikkelingen kan zorgen, maar het kan ook problemen met zich meebrengen. Zo is het mogelijk om wapens te printen. De  Wet wapens en munitie verbiedt het bezit van wapens zonder het bezit van een vergunning. Maar door 3D-printing wordt het gemakkelijker om aan een pistool te komen zonder vergunning.

Daarnaast is 3D-printing al gebruikt door criminelen om te ‘skimmen’. Valse, geprinte kaartlezers worden over de officiële lezers van een pinautomaat geplaatst om zo pincodes af te lezen.

In Duitsland zijn er al prints van sleutels van politiehandboeien gemaakt op basis van een foto. Het bestand waarvan de print van de vervalste sleutel gemaakt kan worden, zwerft rond op het internet. Er zijn nog tal van voorbeelden te noemen van criminele activiteiten die ondernomen worden met behulp van 3D-printing. In de toekomst zal moeten blijken of het strafrecht zoals dat nu geregeld is, de juiste aanpak is om deze problemen te reguleren, of dat een andere aanpak vereist is.

Aansprakelijkheid

3D-printing roept ook vragen op over aansprakelijkheid. Wie zou aansprakelijk gesteld moeten worden in het geval van een geprint product dat gebreken vertoont? Normaal gesproken is de producent of importeur aansprakelijk in het geval zijn product schade veroorzaakt doordat het gebrekkig is. Maar in het geval van 3D-printing is er geen producent of importeur, in de traditionele zin van het woord. Het gebrek van het product kan in meerdere fasen zijn ontstaan. Er kan een fout in de bouwtekening in het CAD-bestand zijn waardoor het geprinte product uiteindelijk gebrekkig is. Of het gebrek kan ontstaan zijn door het materiaal  waarmee geprint wordt. Of het geprinte product functioneert niet naar behoren door een fout van de printer. Daarnaast is het nog denkbaar dat de persoon die de printer bedient, fouten heeft gemaakt die tot het gebrekkige product leiden. Kortom, het is onder de huidige wetgeving nog onduidelijk wie aansprakelijk gesteld kan worden in het geval van een gebrekkig 3D-geprint product.

Intellectuele eigendom

De Auteurswet behoudt het maken, bewerken en kopiëren van auteursrechtelijk beschermde werken voor aan de rechthebbende. Het poppetje Spongebob Squarepants is bijvoorbeeld zo’n auteursrechtelijk beschermd werk. Het printen van een klein Spongebob-poppetje kan dus een inbreuk op de auteursrechten van de maker van Spongebob vormen. Traditioneel kent de Auteurswet een thuiskopie-exceptie. Deze uitzondering staat toe dat een student bijvoorbeeld een hoofdstuk van een studieboek van een vriend kopieert, voor zijn eigen gebruik.

Ook het merkenrecht is in het geding. 3D-printing maakt het gemakkelijk om zelf logo’s en merken te printen en te gebruiken. Het gebruik van een ingeschreven merk is echter voorbehouden aan de merkhouder. Bijvoorbeeld de verkoop van een zelf geprinte Mercedes-ster voor op de motorkap, vormt een merkinbreuk, een dergelijke handeling is namelijk voorbehouden aan de merkhouder. De techniek van 3D-printing maakt het echter heel gemakkelijk om merkproducten na te maken. Daarom zal het handhaven van deze merkrechten door de komst van 3D-printers nog lastiger worden.

De toekomst

Het wordt duidelijk dat 3D-printing enkele moeilijkheden met zich meebrengt. Of deze moeilijkheden vragen om nieuwe regels of wetten, zal nog moeten blijken. Op het eerste gezicht lijkt de huidige regelgeving een oplossing te hebben voor de meeste problemen rond 3D-printing. Echter, de vraag wie aansprakelijk gesteld kan worden in het geval van schade veroorzaakt door een 3D-geprint product, laat zich niet makkelijk beantwoorden.
Samen met andere Clinics van het iLINC netwerk (zie https://www.ilincnetwork.eu ) denken wij na over deze vragen rond 3D-printing. Op het moment werken wij samen aan een wereldwijde Code of Conduct voor 3D-printing, een set van regels die particulieren en bedrijven in acht moeten nemen bij 3D-printing.

Wat vindt u? Moet bestaande regelgeving aangepast worden naar aanleiding van het fenomeen 3D-printing? En zo ja, hoe?

Heeft u een 3D-printer, werkt u met 3D-printers, of bent u op andere wijze betrokken bij 3D-printing? Dan komt de Clinic graag met u in contact om te horen wat er speelt in de praktijk. U kunt een e-mail sturen naar info@clinic.nl.

Menno Loos, Darya Bondarchuk & Britt van Breda, april 2015

 

]]> https://clinic.nl/nieuws/clics/3d-printing/feed/ 0
De nieuwswaarde van de man in een container, het recht vergeten te worden voor de Nederlandse rechter https://clinic.nl/nieuws/clics/de-nieuwswaarde-van-de-man-in-een-container-het-recht-vergeten-te-worden-voor-de-nederlandse-rechter/ https://clinic.nl/nieuws/clics/de-nieuwswaarde-van-de-man-in-een-container-het-recht-vergeten-te-worden-voor-de-nederlandse-rechter/#comments Thu, 26 Feb 2015 11:50:15 +0000 http://clinic.nl/?p=1924 Het is bijna een jaar geleden sinds Europese Hof zich uitsprak in de Google Spain zaak (ook bekend als het Costeja arrest) waarbij het recht om ‘vergeten te worden’ werd geïntroduceerd. Sindsdien bestaat de mogelijkheid om een zoekmachine te verzoeken om bepaalde zoekresultaten, welke persoonsgegevens bevatten, te verwijderen indien deze ontoereikend, irrelevant of bovenmatig zijn ten aanzien van het doel van het gebruik van de gegevens door Google.

Begin deze maand is een zaak gewezen welke goed illustreert hoe de Nederlandse rechter de plicht van Google om onder omstandigheden bepaalde zoekresultaten te verwijderen beoordeelt. (voor het origineel zie http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:716 )

Het geschil

De eiser, partner bij KPMG, raakte in een conflict verzeild met een aannemer over het schilderwerk van zijn villa. De aannemer beweerde dat er een rekening openstond van 200.000 euro en verving alle sloten van het huis. Hierdoor werd de eiser gedwongen om in containers op ...]]> Het is bijna een jaar geleden sinds Europese Hof zich uitsprak in de Google Spain zaak (ook bekend als het Costeja arrest) waarbij het recht om ‘vergeten te worden’ werd geïntroduceerd. Sindsdien bestaat de mogelijkheid om een zoekmachine te verzoeken om bepaalde zoekresultaten, welke persoonsgegevens bevatten, te verwijderen indien deze ontoereikend, irrelevant of bovenmatig zijn ten aanzien van het doel van het gebruik van de gegevens door Google.

Begin deze maand is een zaak gewezen welke goed illustreert hoe de Nederlandse rechter de plicht van Google om onder omstandigheden bepaalde zoekresultaten te verwijderen beoordeelt. (voor het origineel zie http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:716 )

Het geschil

De eiser, partner bij KPMG, raakte in een conflict verzeild met een aannemer over het schilderwerk van zijn villa. De aannemer beweerde dat er een rekening openstond van 200.000 euro en verving alle sloten van het huis. Hierdoor werd de eiser gedwongen om in containers op zijn eigen landgoed te kamperen. Deze kwestie werd voor de Raad van Arbitrage opgelost en de aannemer was enkel gerechtigd 60.000 te ontvangen. Desalniettemin gaf dit conflict aanleiding tot de publicatie van een aantal artikelen en stond er zelfs een artikel hierover op de voorpagina van de Telegraaf.
De eiser waardeerde deze media-aandacht niet en diende bij Google een verzoek in om bepaalde zoekresultaten te verwijderen. Google was het hier echter niet mee eens en beargumenteerde dat de zoekresultaten informatie bevatten over de eiser welke relevant, in het algemeen belang en niet verouderd zijn.

De beoordeling

De voorzieningenrechter benadrukt de maatschappelijke functie van Google en stelt dat in deze zaak twee fundamentele rechten in het geding zijn, zijnde het recht op privacy van de eiser en het recht op de informatievrijheid van Google, terwijl ook aandacht dient uit te gaan naar de belangen van internetgebruikers, webmasters en auteurs/aanbieders van informatie op het internet.
Het belang van de informatievrijheid dient in ieder geval te wijken indien er zwaarwegende en gerechtvaardigde redenen zijn die verband houden met de bijzondere situatie van de eiser.

De rechter stelt vervolgens dat het bij het verwijderingsrecht vooral gaat om de relevantie van de gevonden zoekresultaten en niet zozeer om de inhoud van de gevonden artikelen. Ingeval de eiser problemen ondervindt met de inhoud van de artikelen, dan is het aan hem om het medium waarop het artikel vermeld staat aan te spreken. Een geschikte procedure hiervoor is de dezelfde als die van onrechtmatige perspublicaties. Dit is, zo stelt de rechter, de juiste procedure in een dergelijke kwestie en deze mag niet omzeild worden met een verwijderingsverzoek bij een zoekmachine.

Kortom, de artikelen waartegen de eiser bezwaar heeft, bevatten in essentie de waarheid en geven geen aanleiding te voldoen aan het verwijderingsverzoek van de eiser. Het ongemak dat de eiser ervaart is onvoldoende grond om het verwijderen van de resultaten, dus het beperken van de informatievrijheid, te rechtvaardigen.

Andere uitkomst?

De rechter volgt Google in het argument dat deze kwestie niet te vergelijken is met Google Spain, aangezien het daar ging om publicaties van 16 jaar geleden, terwijl de artikelen in de huidige kwestie verschenen tussen 2012-2014. Daarnaast wist Google de nieuwswaarde van de publicaties te schetsen. Het ging, volgens Google, om publicaties in het bredere kader van verschillende financiële affaires rond KPMG en rond de discussie over de financiële moraal van topmannen in het bedrijfsleven, waartoe de eiser behoorde. Ten derde verschenen artikelen over de ‘container-kwestie’ in verschillende lokale en landelijke media, hetgeen een belangrijke factor is om te bepalen of een onderwerp relevant is. Kortom, hier betrof het zoekresultaten van Google welke artikelen bevatten die recent en, zo stelt Google, relevant zijn.

Conclusie


Google Spain was een baanbrekende zaak waaruit bleek dat het recht van privacy in beginsel zwaarder weegt dan het commerciële belang van Google of het maatschappelijke belang van informatievrijheid. De Nederlandse rechter benadrukt minder dan een jaar later echter dat ‘het recht om vergeten te worden’ niet absoluut is.

Darya Bondarchuk, febuari 2015 

]]> https://clinic.nl/nieuws/clics/de-nieuwswaarde-van-de-man-in-een-container-het-recht-vergeten-te-worden-voor-de-nederlandse-rechter/feed/ 0
Reactie op de XS4ALL column beantwoord https://clinic.nl/nieuws/reactie-op-de-xs4all-column-beantwoord/ https://clinic.nl/nieuws/reactie-op-de-xs4all-column-beantwoord/#comments Sat, 29 Nov 2014 13:40:35 +0000 http://clinic.nl/?p=1878 Een geïnteresseerde lezer heeft een reactie ingestuurd op de recent verschenen XS4ALL column (ook onderstaand). Darya en Menno hebben een antwoord opgesteld dat ook voor overige lezers voor verduidelijking kan zorgen.

Geachte lezer,

In uw bericht heeft u gerefereerd aan de Meltwater zaak van afgelopen zomer met de vraag waarom de regel hieruit niet opgaat bij streamen. We zullen dit zo goed mogelijk proberen uit te leggen.

Even terug naar de basis. Er is sprake van een inbreuk op het auteursrecht van een maker op het moment dat een ander zonder zijn toestemming ...]]> Een geïnteresseerde lezer heeft een reactie ingestuurd op de recent verschenen XS4ALL column (ook onderstaand). Darya en Menno hebben een antwoord opgesteld dat ook voor overige lezers voor verduidelijking kan zorgen.

Geachte lezer,

In uw bericht heeft u gerefereerd aan de Meltwater zaak van afgelopen zomer met de vraag waarom de regel hieruit niet opgaat bij streamen. We zullen dit zo goed mogelijk proberen uit te leggen.

Even terug naar de basis. Er is sprake van een inbreuk op het auteursrecht van een maker op het moment dat een ander zonder zijn toestemming een werk openbaar maakt of verveelvoudigt. Er zijn echter situaties waarin wij het acceptabel vinden dat een werk gebruikt wordt. In de wet staan duidelijk uitzonderingen op het exclusieve recht van de maker. Hiervan is bijvoorbeeld bij een citaat (een afbeelding plaatsen van de cover van een boek bij een recensie in de krant) of de thuiskopie (een kopie maken voor eigen gebruik zonder deze te verspreiden).  

Sinds dit jaar heeft het hof duidelijkheid gegeven rondom het maken van thuiskopieën van materiaal dat zonder toestemming van de maker op het internet is geplaatst: dit is illegaal. De uitzondering van de thuiskopie geldt niet bij illegaal materiaal.

De Meltwater zaak ging over de juridische status van de cachekopie. In de kern ging het om de vraag in hoeverre de wettelijke uitzondering van de ‘tijdelijke reproductie’ gold bij een cachekopie. Kortom is er toestemming nodig van de maker van een werk wanneer een gebruiker een cachekopie maakt? Het hof stelde vast dat er geen toestemming nodig was, de cachekopie valt onder de wettelijke uitzondering. Het speelde een rol dat deze kopieën van belang zijn voor het gebruik van internetwebsites, zij worden uitsluitend hiervoor gebruikt en bovendien doen zij geen afbreuk aan de exploitatie van de rechten van de maker. Het zou ook onredelijk zijn, zo stelt het Hof, als elke bezoeker van een internetwebsite toestemming zou moeten vragen aan de rechthebbende wanneer een kopie in de cache opgeslagen werd.
U zult zich nu mogelijk afvragen waarom deze redenering niet opgaat voor het streamen van illegaal materiaal. Wel, de wettelijke uitzondering geldt slechts bij ‘rechtmatig gebruik’. Wanneer een film op een website geplaatst wordt zonder dat er toestemming van de maker is verkregen dan is dit illegaal en kan er geen sprake zijn van rechtmatig gebruik. Tenzij er dus een uitzondering geldt, hetgeen zich hier niet voordoet. Dit is waarom Meltwater niet relevant is bij illegale streamingsites.

In uw e-mail maakte u de analogie met de luisteraars van piraterijzenders. U stelde dat de luisteraars niet illegaal handelen, maar de piraten wel. In strikt juridische zin maakt een luisteraar geen kopie van het illegale materiaal, dan gebeurt wel bij het gebruik van een streamingdienst (of de gebruiker zich hiervan bewust is of niet). 
Daarnaast geeft u aan dat het lastig is voor de consument om de verschillende websites te onderscheiden. Dat is begrijpelijk. In het kader van onze werkzaamheden bij Clinic hebben wij gemerkt dat er doorgaans weinig bekend is omtrent intellectuele eigendomsrechten bij consumenten. Wij zien het dan ook als een doel om de kennis op dit gebied te vergroten en consumenten zo goed mogelijk te helpen met hun problemen op het gebied van technologie, media en communicatie. Gelukkig is de handhaving in Nederland doorgaans niet zo ingericht dat een consument de dupe wordt van de beschikbaarheid van dergelijke websites.

Uiteindelijk is de beste tip voor de consument om kritisch te kijken naar de dienst die wordt aangeboden door een website. De omroepen bieden doorgaans veel programma’s zonder betaling aan, maar producenten van films en series meestal niet.

]]> https://clinic.nl/nieuws/reactie-op-de-xs4all-column-beantwoord/feed/ 0
Downloaden mag niet. Streamen mag wel/niet*. *doorhalen wat niet van toepassing is https://clinic.nl/nieuws/downloaden-mag-niet-streamen-mag-welniet-doorhalen-wat-niet-van-toepassing-is/ https://clinic.nl/nieuws/downloaden-mag-niet-streamen-mag-welniet-doorhalen-wat-niet-van-toepassing-is/#comments Sat, 29 Nov 2014 13:38:07 +0000 http://clinic.nl/?p=1876 Sinds 10 april 2014 is het downloadverbod van kracht in Nederland. Recentelijk zijn er Kamervragen gesteld over de enorme groei van het gebruik van streamingwebsites. Downloaden is illegaal, maar hoe zit dit met streamen?

Downloadverbod

Downloaden uit illegale bron, dat wil zeggen zonder toestemming van de maker, werd op 10 april 2014 per direct illegaal. Dit is het gevolg van een uitspraak van het Europees Hof van Justitie.

Downloaden voor eigen gebruik

Het downloaden van een werk (bijvoorbeeld een film) kan onder de wettelijke ‘thuiskopie-regeling’ vallen. Uit de Auteurswet volgt dat je onder omstandigheden een werk mag verveelvoudigen, hieronder valt downloaden. Van een legale verveelvoudiging is sprake wanneer deze voor eigen gebruik is en uit legale bron verkregen is. Een voorbeeld hiervan is: het downloaden van een liedje via Itunes op je laptop om vervolgens deze op je telefoon te zetten.

Thuiskopie-heffing

Vóór het downloadverbod was het ook toegestaan om ...]]> Sinds 10 april 2014 is het downloadverbod van kracht in Nederland. Recentelijk zijn er Kamervragen gesteld over de enorme groei van het gebruik van streamingwebsites. Downloaden is illegaal, maar hoe zit dit met streamen?

Downloadverbod

Downloaden uit illegale bron, dat wil zeggen zonder toestemming van de maker, werd op 10 april 2014 per direct illegaal. Dit is het gevolg van een uitspraak van het Europees Hof van Justitie.

Downloaden voor eigen gebruik

Het downloaden van een werk (bijvoorbeeld een film) kan onder de wettelijke ‘thuiskopie-regeling’ vallen. Uit de Auteurswet volgt dat je onder omstandigheden een werk mag verveelvoudigen, hieronder valt downloaden. Van een legale verveelvoudiging is sprake wanneer deze voor eigen gebruik is en uit legale bron verkregen is. Een voorbeeld hiervan is: het downloaden van een liedje via Itunes op je laptop om vervolgens deze op je telefoon te zetten.

Thuiskopie-heffing

Vóór het downloadverbod was het ook toegestaan om te downloaden uit illegale bron, bijvoorbeeld via torrents. Artiesten, producenten, schrijvers en kunstenaars liepen hierdoor veel inkomsten mis. Om de makers te compenseren is in 2003 de thuiskopie-heffing in het leven geroepen: alle informatiedragers (lege cd’s, geheugenkaarten, computers, smartphones, eigenlijk elk apparaat waar je een download kan opslaan) werden iets in prijs verhoogd. Een lege cd bijvoorbeeld, werd 3 eurocent duurder. Verkopers van deze informatiedragers droegen al deze extra bedragen af aan een stichting, die het vervolgens weer verdeelde over de verschillende makers. Op deze manier verdienden makers dus nog wat aan alle illegale downloads en werden zij (enigszins) gecompenseerd voor de gemiste inkomsten. Het Europees Hof van Justitie heeft verklaard dat de thuiskopie-regeling niet langer mag gelden voor kopieën uit illegale bronnen.

Hoe zit het met streamen?

Recentelijk zijn er Kamervragen gesteld over de enorme groei van het gebruik van streamingwebsites. Downloaden is illegaal, maar hoe zit dit met streamen? Streamen werkt anders dan downloaden. Als je downloadt dan wordt de gehele film op jouw computer opgeslagen. Bij streamen wordt steeds een klein deeltje in het werkgeheugen van je computer opgeslagen, waarna het na korte tijd wordt verwijderd. Je hebt dus de film bekeken, maar je bent niet in het bezit van de film.

Verveelvoudiging of niet?

Bekende streamingservices zoals Netflix, Spotify en Youtube hebben toestemming en betalen artiesten. Er zijn ook streamingservices die films aanbieden zonder toestemming van producenten, zoals de populaire website Popcorn Time. Sommige mensen beweren dat streamen zonder toestemming legaal is, omdat het anders werkt dan downloaden. Je bekijkt de film slechts, maar slaat deze niet op op je computer. Er lijkt dus geen sprake te zijn van een verveelvoudiging en om die reden zou het legaal zijn. Maar technisch gezien is er wel degelijk sprake van een verveelvoudiging. Elk deeltje van de film heeft immers op je computer gestaan.

Conclusie

Het doel van het auteursrecht is om de makers te beschermen. Zij moeten eerst toestemming verlenen voordat mensen hun werk openbaar mogen maken en verveelvoudigen, zodat zij geen inkomsten mislopen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de filmmaker beloond wordt voor zijn inzet, zodat hij ons in de toekomst kan verblijden met nieuw werk. Niet alleen streamingwebsites die hun diensten aanbieden zonder dat zij hier toestemming voor hebben zijn illegaal. Ook ú bent in overtreding wanneer u gebruik maakt van deze dienst. Dus streamen is in zo’n geval, net als downloaden, illegaal.

]]> https://clinic.nl/nieuws/downloaden-mag-niet-streamen-mag-welniet-doorhalen-wat-niet-van-toepassing-is/feed/ 0
Een vervolg op Svensson https://clinic.nl/nieuws/clics/een-vervolg-op-svensson/ https://clinic.nl/nieuws/clics/een-vervolg-op-svensson/#comments Mon, 10 Nov 2014 19:50:19 +0000 http://clinic.nl/?p=1847 Het was geen grote verrassing, maar het Europees Hof heeft nu duidelijk besloten dat het embedded plaatsen van auteursrechtelijk beschermd materiaal geen inbreuk vormt op de exclusieve rechten van de maker.

Achtergrond Aan het begin van dit jaar deed het Hof een uitspraak die veel pennen deed schrijven, volop toetsen deed tikken en welke het onderwerp werd van vele discussies. De Svensson zaak ging over het plaatsen van hyperlinks naar nieuws uit verschillende media op een website genaamd ”Retriever Sverige”. Een aantal Zweedse journalisten naar wiens artikelen via deze website werd verwezen, bracht deze zaak voor de rechter met de stelling dat hun artikelen werden geëxploiteerd zonder hun toestemming. Bovendien, zo beweerden zij, was het voor de gebruiker onduidelijk dat hij werd doorgestuurd naar een andere website om de gekozen artikelen te bekijken. In de lijn van een aantal precedenten noemde het Hof het criterium van ”een nieuw publiek” waarmee ...]]> Het was geen grote verrassing, maar het Europees Hof heeft nu duidelijk besloten dat het embedded plaatsen van auteursrechtelijk beschermd materiaal geen inbreuk vormt op de exclusieve rechten van de maker.

Achtergrond
Aan het begin van dit jaar deed het Hof een uitspraak die veel pennen deed schrijven, volop toetsen deed tikken en welke het onderwerp werd van vele discussies. De Svensson zaak ging over het plaatsen van hyperlinks naar nieuws uit verschillende media op een website genaamd ”Retriever Sverige”. Een aantal Zweedse journalisten naar wiens artikelen via deze website werd verwezen, bracht deze zaak voor de rechter met de stelling dat hun artikelen werden geëxploiteerd zonder hun toestemming. Bovendien, zo beweerden zij, was het voor de gebruiker onduidelijk dat hij werd doorgestuurd naar een andere website om de gekozen artikelen te bekijken. In de lijn van een aantal precedenten noemde het Hof het criterium van ”een nieuw publiek” waarmee bepaald werd of sprake is van een auteursrechtinbreuk. Immers, als door het linken de inhoud wordt getoond aan een dergelijk “nieuw publiek” is er eerder sprake van een inbreuk.

De journalisten verloren de zaak. Volgens het Hof ging het namelijk om artikelen die geplaatst waren op een voor alle internetgebruikers vrij toegankelijke website. Retriever Sverige maakte de artikelen toegankelijk voor hetzelfde publiek als dat de journalisten voor ogen hadden toen zij hun artikelen plaatsten op hun eigen website (de gehele internet-populatie).

( Zie voor een uitgebreide behandeling van Svensson)

Als een journalist zijn artikel op een internetwebsite plaatst, is het iedereen dus toegestaan om te hyperlinken naar zijn stuk. Deze stelling gaat echter niet op zodra het werk is afgeschermd (door bijvoorbeeld een paywall, waardoor er bijvoorbeeld eerst een bedrag betaald moet worden). Het omzeilen hiervan vormt dan wél een inbreuk op het auteursrecht.

Van linken naar embedden
Nu, een half jaar na Svensson, bevestigt het Hof dat ook het embedden van auteursrechtelijk materiaal is toegestaan indien dit beschikbaar is gesteld op het internet. Een bedrijf genaamd Bestwater klaagde voor de rechter dat haar promotiefilmpjes afkomstig van YouTube op de website van een concurrent zichtbaar waren door middel van embedding.  Het Hof herhaalt de eerdere redenering: het materiaal stond al op het internet en het embedden maakt de filmpjes niet beschikbaar voor een nieuw publiek.

Een interessant detail hier is dat de promotievideo’s illegaal op YouTube waren geplaatst, dat wil zeggen door iemand anders dan de maker. Hoe moeten wij deze uitspraak van het Hof begrijpen?

Het lijkt erop dat het Hof zegt dat het embedden van illegaal materiaal geen inbreuk vormt op het auteursrecht van de maker, terwijl het plaatsen van illegale content op zichzelf wel tot een inbreuk leidt. Zo’n uitleg gaat ver. Een website die illegale films en series aanbiedt door deze te embedden, zou dan niet kunnen worden aangesproken wegens het faciliteren van grootschalige auteursrechtinbreuk.

Aangezien het Hof niet gevraagd werd zich uit te laten over de positie van dit YouTube materiaal is een andere uitleg ook mogelijk. Het lijkt er in ieder geval op dat dezelfde aanpak gekozen is als bij Svensson. Het criterium van ‘een nieuw publiek’ is toegepast op het embedden? Embedden kan immers gezien worden als een bepaalde vorm van linken.

Het Hof houdt ons nog in spanning met hoe het zit met het embedden of hyperlinken naar een bronwebsite met illegaal materiaal. Op dit moment zal het wachten zijn op een uitspraak in de C More-zaak (C-279/13) waaruit duidelijk zal moeten blijken hoe moet worden aangekeken tegen het linken van illegaal materiaal.

]]> https://clinic.nl/nieuws/clics/een-vervolg-op-svensson/feed/ 0
Het recht om ehh… vergeten te worden? https://clinic.nl/columns/het-recht-om-ehh-vergeten-te-worden/ https://clinic.nl/columns/het-recht-om-ehh-vergeten-te-worden/#comments Sun, 17 Aug 2014 12:21:51 +0000 http://clinic.nl/?p=1784 Het internet vergeet nooit iets. Is het wenselijk dat alles voor altijd online staat? In Spanje speelde over deze vraag een interessante rechtszaak.

In 2010 diende een Spaanse burger een klacht in bij de Spaanse privacy toezichthouder tegen een regionale krant en tegen Google. De man had in 1998 schulden en ging failliet, de lokale krant schreef daarover. En hoewel dat al lang geleden gebeurd was, bleef het krantenartikel maar naar boven komen als je de naam van de man in Google opzocht. Daar had hij genoeg van, hij vond dat het artikel nu wel eens mocht verdwijnen. Dat is natuurlijk begrijpelijk, en vanuit zijn recht op gegevensbescherming is het ook een reële eis. Aan de andere kant was de publicatie in de krant destijds rechtmatig: over faillissementen mag geschreven worden. En een krantenarchief heeft ook een belangrijk doel: het vormt een verslaglegging van de geschiedenis. Die kun je niet ...]]> Het internet vergeet nooit iets. Is het wenselijk dat alles voor altijd online staat? In Spanje speelde over deze vraag een interessante rechtszaak.

In 2010 diende een Spaanse burger een klacht in bij de Spaanse privacy toezichthouder tegen een regionale krant en tegen Google. De man had in 1998 schulden en ging failliet, de lokale krant schreef daarover. En hoewel dat al lang geleden gebeurd was, bleef het krantenartikel maar naar boven komen als je de naam van de man in Google opzocht. Daar had hij genoeg van, hij vond dat het artikel nu wel eens mocht verdwijnen. Dat is natuurlijk begrijpelijk, en vanuit zijn recht op gegevensbescherming is het ook een reële eis. Aan de andere kant was de publicatie in de krant destijds rechtmatig: over faillissementen mag geschreven worden. En een krantenarchief heeft ook een belangrijk doel: het vormt een verslaglegging van de geschiedenis. Die kun je niet zomaar achteraf aanpassen aan je wensen. Zo’n archief is bovendien beschermd door de vrijheid van meningsuiting.

Een ingewikkelde zaak, waarin belangrijke grondrechten tegen elkaar moesten worden afgewogen. Zo ingewikkeld zelfs dat de zaak werd doorverwezen naar het Europese Hof. Wat heeft de Europese rechter nu beslist in de zaak die Google/Spanje is gaan heten? De publicatie in de krant is rechtmatig: kranten mogen over mensen schrijven. Dat is geregeld in de journalistieke exceptie in de richtlijn gegevensbescherming. De krant staat dus in zijn recht. Maar een zoekmachine bedrijft geen journalistiek, dus voor Google pakte de uitspraak anders uit: het vinden, indexeren en bewaren van persoonsgegevens door een zoekmachine als Google, valt onder het Europese gegevensbeschermingsrecht. Google moest dus gehoor geven aan de eis en de zoekresultaten verwijderen.

Het recht om vergeten te worden of een recht om onvindbaar zijn?

Er wordt al lang gediscussieerd over ‘het recht om vergeten te worden’ op internet. Deze zaak speelt een belangrijke rol in die discussie. Maar wie de zaak goed leest, komt er achter dat Google bepaalde persoonlijke informatie slechts dient te verwijderen uit de zoekresultaten. De oorspronkelijke webpagina blijft gewoon op het internet staan. Er wordt dus niets vergeten, aangezien de URL nog steeds te bezoeken is. Om deze verwarring te voorkomen zou ik voorstellen om eerder te spreken van een recht om onvindbaar te zijn.

Google’s kijk op de zaak

Onlangs heeft Google, in een openbare brief, zijn visie gegeven op de zaak. Volgens Google betekent de uitspraak van het Hof van Justitie dat zoekresultaten slechts dienen te worden verwijderd uit diensten van Google die gericht zijn op Europeanen. Google verwijdert de zoekresultaten alleen uit de Europese versies van zijn zoekmachines, denk aan www.google.nl of www.google.be. De zoekresultaten worden dus niet gewist uit de zoekmachine www.google.com. Dat is raar, want google.com is gewoon door iedereen te gebruiken, ook door Europeanen. Google motiveert dit door te stellen dat slechts 5% van de Europese gebruikers van de zoekgigant in Europa gebruik maken van de dienst via www.google.com. Bovendien bestaat dit percentage waarschijnlijk uit reizigers van buiten de EU, stelt Google.

Google begrijpt niet wat een fundamenteel recht inhoudt

Google slaat de plank flink mis. Het Hof van Justitie heeft vastgesteld dat de zoekmachinedienst van Google binnen de territoriale werkingssfeer van Europees gegevensbeschermingsrecht valt. Dit betekent dat Google zich moet houden aan het recht op gegevensbescherming zoals dit voor alle Europese burgers geldt.

Als Google zoekresultaten moet verwijderen, dan moeten die zoekresultaten overal worden verwijderd. Volgens het Handvest van de Europese Unie heeft iedereen het fundamentele recht op bescherming van zijn of haar persoonsgegevens. En als Google zaken wil doen in de Europese Unie, dan moet het zich gewoon aan de Europese wetten en regels houden. De zoekresultaten over het faillissement van de Spaanse man mogen dus niet stiekem tóch beschikbaar blijven via google.com., want daarmee wordt nog steeds inbreuk gemaakt op de rechten van de Spanjaard.

Het Europese recht op de bescherming van persoonsgegevens is een voor iedereen geldend fundamenteel recht. Dat betekent dat Google, gevestigd op Europees grondgebied, zoekresultaten van Europeanen over de hele dienst moet verwijderen.

]]> https://clinic.nl/columns/het-recht-om-ehh-vergeten-te-worden/feed/ 0
Een algemeen recht om onvindbaar te worden? https://clinic.nl/columns/een-algemeen-recht-om-onvindbaar-te-worden/ https://clinic.nl/columns/een-algemeen-recht-om-onvindbaar-te-worden/#comments Thu, 29 May 2014 11:53:57 +0000 http://clinic.nl/?p=1774 Enige (on-)voorziene consequenties van de de uitspraak in Google/Spanje..?

Op 13 mei 2014 heeft het Hof van Justitie prejudiciële vragen beantwoord op verzoek van de Spaanse nationale rechter. Het Hof heeft daarmee bevestigd dat de zoekmachinedienst van Google binnen de territoriale en materiële werkingssfeer van de richtlijn 95/46/EG valt.

Waar ging de zaak tegen Google over? Op 5 maart 2010 diende een Spaanse ingezetene een klacht in bij de Spaanse dataprotectie autoriteit tegen een regionale krant en tegen Google. De klacht betrof de links via de zoekresultaten van Google naar artikelen in de krant over de betrokkene. Deze artikelen stamden uit 1998 en bevatten informatie over schulden die klager toen had. Vanuit de klagers recht op privacy is het voorstelbaar dat hij na 12 jaar onvindbaar wil worden. Aan de andere kant was de publicatie in de krant rechtmatig en dient een online archief van een krant ook een doel, ...]]> Enige (on-)voorziene consequenties van de de uitspraak in Google/Spanje..?

Op 13 mei 2014 heeft het Hof van Justitie prejudiciële vragen beantwoord op verzoek van de Spaanse nationale rechter. Het Hof heeft daarmee bevestigd dat de zoekmachinedienst van Google binnen de territoriale en materiële werkingssfeer van de richtlijn 95/46/EG valt.

Waar ging de zaak tegen Google over? Op 5 maart 2010 diende een Spaanse ingezetene een klacht in bij de Spaanse dataprotectie autoriteit tegen een regionale krant en tegen Google. De klacht betrof de links via de zoekresultaten van Google naar artikelen in de krant over de betrokkene. Deze artikelen stamden uit 1998 en bevatten informatie over schulden die klager toen had. Vanuit de klagers recht op privacy is het voorstelbaar dat hij na 12 jaar onvindbaar wil worden. Aan de andere kant was de publicatie in de krant rechtmatig en dient een online archief van een krant ook een doel, namelijk de vrijheid van meningsuiting. Wat heeft de Europese rechter nu beslist? De publicatie is rechtmatig en valt te rechtvaardigen onder de journalistieke exceptie in de richtlijn. Google daarentegen wordt vol aan de toets van de privacyrichtlijn onderworpen met als gevolg dat, kort gezegd, het vinden, indexeren en bewaren van persoonsgegevens door een zoekmachine als Google, gericht op Europese burgers ( dmv targeten met advertenties) onder de richtlijn valt.

Het Hof stelt in deze zaak vast dat de activiteit van een zoekmachine, die erin bestaat door derden op het internet gepubliceerde of opgeslagen informatie te vinden, automatisch te indexeren, tijdelijk op te slaan en, ten slotte, in een bepaalde volgorde ter beschikking te stellen aan internet gebruikers, moet worden gekwalificeerd als “verwerking van persoonsgegevens” wanneer deze informatie persoonsgegevens bevat. Daarnaast moet de exploitant van deze zoekmachine geacht de “verantwoordelijke” voor deze verwerking te zijn.

Het Hof van Justitie concludeert dat Google zich kan baseren op de grondslag ‘ gerechtvaardigd belang’ om de persoonsgegevens te verwerken. Er is dus geen toestemming nodig. Hierbij gaat het Hof voorbij aan bijzondere of gevoelige persoonsgegevens zoals over ras, politieke- en seksuele voorkeur en gezondheid; deze gegevens mogen alleen na expliciete toestemming van de betrokkene verwerkt worden. Hier dient zich de eerste (on-)voorziene consequentie aan: als Google zich niet op een gerechtvaardigd belang kan beroepen voor het verwerken van bijzondere persoonsgegevens, dan zou de zoekmachine illegaal handelen op dit punt. De Advocaat Generaal in deze zaak vond dit een absurde consequentie en pleitte er om deze rede voor zoekmachines niet als verantwoordelijken onder de Richtlijn te laten vallen.

Waar komt nu het recht om vergeten vandaan? Als de richtlijn van toepassing is, dan heeft diegene wiens naam opkomt in de zoekmachine een recht van verzet, of het recht om gewist te worden, als de gegevens niet meer up-to-date zijn. Hierbij speelt tijdsverloop een rol. Dit recht geldt ook als de gegevens rechtmatig openbaar zijn gemaakt zoals in dit geval door de krant. In het voorstel voor een Algemene Privacyverordening, deze Verordening zal de huidige Wet bescherming persoonsgegevens vervangen,  is een expliciet recht om vergeten te worden opgenomen. Dit recht zal echter niet zo sterk zijn als het recht dat uit deze uitspraak volgt. In deze uitspraak komt de vrijheid van meningsuiting maar summier aan de orde, terwijl dit grondrecht even zwaar weegt als het recht op gegevensbescherming. Het Hof weegt het economische belang van Google en het belang van het publiek om informatie te vinden af tegen het de bescherming van de persoonsgegevens van de betrokkene. Pas zodra de betrokkene een belangrijke rol in het publieke leven speelt zal het belang van de vrijheid van meningsuiting zwaarder wegen.

In de Verordening zal een zwaarder gewicht toekomen aan de vrijheid van meningsuiting dan in de huidige Richtlijn. Het ‘recht om vergeten te worden’ in de Verordening zal dan ook effectief minder sterk zijn dan wat nu de consequentie is van deze uitspraak: een recht om zoekresultaten van jezelf te laten wissen. Een ongewenst resultaat van het zwaarder laten wegen van gegevensbeschermg op eenzijdig verzoek van de betrokkene lijkt dan ook censuur. Het is de vraag hoe dit recht zich in de (rechts-)praktijk zal uitkristalliseren.

Ten slotte bestaat er naar onze mening onduidelijkheid over de territoriale reikwijdte van de richtlijn. Naar de letter van de Richtlijn moet een Lidstaat zijn nationale recht toepassen indien persoonsgegevens worden verwerkt in het kader van activiteiten van een vestiging op het grondgebied van de Lidstaat van de voor de verwerking verantwoordelijke. Door de zoekdienst van Google Inc. aan te merken als verantwoordelijke voor het verwerken van persoonsgegevens, in het kader van de activiteiten van een vestiging op het grondgebied van Spanje, valt de zoekdienst dus binnen de territoriale werkingssfeer van de Richtlijn 95/46/EG. Daarmee lijkt de Richtlijn voor verwerkingen, door de zoekmachine van Google, een algemene toepassingsregeling te zijn geworden. De Richtlijn stelt namelijk geen verdere eisen die de territoriale werking van de richtlijn beperken. Een ieder kan in eigen persoon bij elke toezichthoudende autoriteit een verzoek indienen met betrekking tot de bescherming van zijn rechten en vrijheden in verband met de verwerking van persoonsgegevens.

Conclusie?

De gevolgen van deze uitspraak zijn ons niet duidelijk. Het feit dat Google, gevestigd in California, met zijn zoekmachinedienst binnen de materiële en territoriale werkingssfeer van Richtlijn 95/46/EG valt, doet de vraag rijzen wie er allemaal een beroep kunnen doen op de rechten uit de richtlijn. Immers, elke betrokkene kan een beroep doen op zijn recht op verzet uit de richtlijn. En hoe zit het met de verhoudingen tussen de toezichthouders onderling? Kan een Nederlandse(of Chinese) staatsburger nu aankloppen bij de Spaanse toezichthouder als deze niet gevonden wil worden door Google? Ook is het onduidelijk hoe het zit met verwerkingen van bijzondere categorieënen persoonsgegevens. De grondslag ‘gerechtvaardigd belang’ is voor dergelijke verwerkingen namelijk geblokkeerd.

]]> https://clinic.nl/columns/een-algemeen-recht-om-onvindbaar-te-worden/feed/ 0