Klik op deze link voor veel informatie per onderwerp/rechtsgebied. Hier staan ook nog veel meer faq’s

Kan ik een webshop dwingen tot levering van een verkeerd geprijsd product?

Deze pagina heeft betrekking op de zogenaamde ‘koop op afstand’. De regelgeving hierover is steeds relevanter en interessanter omdat het aantal aankopen via internet alleen maar stijgt. Websitehouders hebben als verkopende partij bepaalde verplichtingen waaraan zij moeten voldoen. Consumenten hebben bepaalde rechten waarop zij een beroep op kunnen doen. Deze rechten verschillen ten opzichte van aankopen die niet via het internet plaatsvinden. Wat is een koop op afstand? Wil er sprake zijn van een koop op afstand moet aan twee vereisten worden voldaan: I. Er moet sprake zijn van een overeenkomst op afstand en II. Er moet sprake zijn van een consumentenkoop. Een overeenkomst op afstand vindt plaats wanneer u als consument en de verkopende partij, geen moment bij elkaar in de buurt zijn. Dit kan bijvoorbeeld door een product via het internet of de telefoon te bestellen. Bij een consumentenkoop is van belang dat de verkopende partij die zijn zaken via een website verkoopt en een professionele partij is (artikel 6:230g lid 1 sub b en e BW). Daarnaast is moet de afnemende partij een consument zijn. Dit betekent dat  degene die de aankoop doet, deze niet mag doen  in het kader van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit (artikel 6:230g lid a sub a BW). Welke rechten heb ik bij een koop op afstand? Op grond van de wet heeft u als consument veertien kalenderdagen de tijd om het product terug te sturen als het niet bevalt. U hoeft geen reden aan te geven waarom u het product terugstuurt. (artikel 6:230o BW). Deze termijn begint pas te lopen op het moment dat u de zaak heeft ontvangen. De verzendkosten die gemoeid zijn bij de bestelling zijn voor rekening van de handelaar (artikel 6:230r lid 1 BW). U dient als consument de verzendkosten voor het terugzenden te dragen, tenzij de handelaar u niet heeft medegedeeld dat deze kosten voor u zijn (artikel 6:230s lid 2 BW). Dit herroepingsrecht geldt echter alleen voor zover “de aard van het product” zich daar niet tegen verzet. Sommige producten kunnen vanwege bijvoorbeeld hun bederfelijkheid,  vanwege redenen van hygiëne (bijvoorbeeld ondergoed) of waarvan de verzegeling is verbroken (bijvoorbeeld Dvd’s) van dit recht worden uitgezonderd. Een overzicht van deze uitzonderingen is opgenomen in de wet (dertien uitzonderingen in artikel 6:230p BWen vijftien uitzonderingen in artikel 6:230h lid 2 BW). Mocht u twijfelen over de vraag of uw product is uitgezonderd van deze regeling, neem dan contact op met de Clinic via ons aanvraagformulier. De handelaar dient binnen 14 dagen nadat u heeft medegedeeld de koop te ontbinden, het betaalde bedrag terug te storten (artikel 6:230r lid 1 BW).

Ik heb een brief gekregen omdat ik iemands auteursrecht heb geschonden, hierin wordt ik aansprakelijk gesteld. Wat moet ik doen?

Stel je hebt een website over een bepaald onderwerp. Om wat extra informatie te geven over het onderwerp zoek je een aantal kranten- en tijdschriftartikelen online op. Vervolgens kopieer je deze teksten naar jouw website, mag dat?

Auteursrecht

Het auteursrecht beschermt een werk van letterkunde, wetenschap en kunst (kortweg ‘werk‘), wanneer er sprake is van een oorspronkelijk karakter en een persoonlijk stempel van de maker. Deze criteria worden in Nederland ruim uitgelegd. Dat betekent dat je er eigenlijk wel vanuit kunt gaan dat op vrijwel alle teksten auteursrecht ligt. Voor het gebruik van een werk (dat dus beschermd is door het Auteursrecht), is toestemming nodig. Het betalen van een redelijke vergoeding voor het gebruik van het werk is veelal een voorwaarde van de toestemming. Die toestemming voor het gebruiken van een werk heet in juridische terminologie een ‘licentie’. Het is echter niet zo dat je door het betalen van een vergoeding altijd toestemming kan krijgen. De maker van het werk (de auteursrechthebbende) mag zelf bepalen of en zo ja aan wie hij toestemming geeft voor gebruik van zijn werk. Zelfs als er op een tekst geen auteursrecht rust, zoals bijvoorbeeld op een puur feitelijk stuk tekst waar in het geheel geen creatieve keuzes aan ten grondslag liggen, is het in sommige gevallen niet toegestaan om de tekst over te nemen. In de Auteurswet wordt namelijk ook bescherming geregeld van zogenaamde onpersoonlijke geschriften. Dat noemen we geschriftenbescherming.

Rechthebbende

Als je een bepaalde tekst wilt gebruiken, óók als je die op internet of Google hebt gevonden, dien je eerst toestemming te vragen aan de rechthebbende. De rechthebbende is de maker of makers van het werk of degene die de auteursrechten van de maker(s) heeft overgenomen (de ‘rechtsverkrijgende’, bijvoorbeeld het persagentschap). Er zijn wel beperkingen op het auteursrecht waardoor je wel (stukken) tekst mag gebruiken. Dit zijn echter uitzonderingen op de regel.

Licentie

De rechthebbende heeft een uitsluitend recht op het werk. Dat wil zeggen dat hij zelf mag bepalen of hij iemand toestemming geeft om zijn werk te gebruiken en zo ja, onder welke voorwaarden. Dit houdt meestal in dat de rechthebbende een vergoeding wil voor het gebruik van zijn werk. Die toestemming, al dan niet gebonden aan bepaalde voorwaarden, heet een licentie.

Creative Commons

Maar hoe kom je erachter wie de rechthebbende op een bepaald werk is? Dat is waarschijnlijk niet Google, ook niet altijd de eigenaar van een website en zelfs niet altijd de maker van het werk. Een oplossing voor het probleem van het achterhalen van de rechthebbende, is om alleen eigen teksten te gebruiken, of je aan de uitzonderingen te houden. Een andere oplossing is werken te gebruiken waarvan op voorhand duidelijk is onder welke voorwaarden het gebruikt mag worden. Deze werken zijn voorzien van wat in het Nederlands te vertalen is als een ‘publieke standaardlicentie’. De meest gebruikte zijn die van Creative Commons en GPU (General Public License).

Inbreuk op auteursrecht = onrechtmatige daad

Wat nu als je een artikel van internet hebt geplukt, zonder toestemming te hebben van de maker van het stuk? Als deze erachter komt dat iemand, zonder zijn toestemming, gebruik heeft gemaakt van zijn artikel, kan hij zich beroepen op zijn auteursrecht om: a) te eisen dat je zijn werk van je site verwijdert en b) een redelijke vergoeding te vragen voor de tijd dat je zijn werk hebt gebruikt en c) eventueel verhoogd met een schadevergoeding. Op basis van inbreuk op het auteursrecht is er sprake van een ‘onrechtmatige daad’ (art. 6:162 BW). Degene die inbreuk maakt op iemand zijn auteursrechten is vervolgens verplicht de schade die daardoor wordt geleden, te vergoeden.

Vergoeding

Wat is nu een redelijke vergoeding voor de hierdoor geleden schade? De rechthebbende beroept zich meestal op de algemene voorwaarden van de NVJ (Nederlandse vereniging voor de Journalistiek). Daarin staat een factor waarmee de schade uitgerekend kan worden. Dit is dan bijvoorbeeld 3x de economische waarde. Wat de economische waarde is, is lastig te bepalen. Echter, de rechter staat soms afwijzend tegenover dit soort calculaties, waar een claim wordt gelegd met het karakter van een boete. Daar komt bij dat je als hobbyist niet zomaar gebonden bent aan de algemene voorwaarden van de NVJ.

Wat kan je doen?

Stel je hebt een brief gekregen van een schrijver (of een advocaat) waarin een behoorlijk bedrag van je wordt ge-eist. Is er niets dat je kunt doen om te voorkomen dat je dat bedrag moet betalen? Het is in ieder geval altijd verstandig om direct de bewuste teksten te verwijderen. Wellicht neemt hij genoegen met deze praktische oplossing. Daarnaast moet je je er wel van bewust zijn dat je waarschijnlijk auteursrecht inbreuk hebt gepleegd. Dit moet echter eerst vast komen te staan. Daarnaast zijn de claims die worden gesteld in de brieven erg hoog. Hier hoef je niet zomaar mee akkoord te gaan. Het is verstandig om eerst juridisch advies in te winnen. Als dit niet zeer snel kan, schrijf dan in ieder geval een brief terug dat je meer tijd nodig hebt. Omdat iedere zaak anders is, is het niet te zeggen of de claim te hoog is of bijvoorbeeld ongegrond is. Het is daarom verstandig om juridisch advies in te winnen. Dat kan bijvoorbeeld bij de Clinic via hetaanvraagformulier. Het is niet verstandig om direct te betalen of om de brief naast je neer te leggen.

Hoe verkrijg ik auteursrecht?

Wanneer heb ik auteursrecht?

Het auteursrecht dient ter bescherming van creatieve prestaties zodat de maker hieruit economisch voordeel kan behalen. Zonder het bestaan van auteursrecht zou er weinig stimulans zijn om nieuwe werken te maken, aangezien een ander deze zonder problemen zou kunnen kopiëren en de vruchten ervan kan plukken. De maker van het werk is degene die de auteursrechten krijgt. Dat gebeurt automatisch, dus het is niet nodig om het auteursrecht ergens te registreren of een (c) te vermelden bij het werk. De wet gaat uit van een vermoeden van makerschap. Als maker wordt in principe beschouwd degene die als maker op of in het werk staat vermeld, dit wordt echter ruim genomen. Tevens kan er sprake zijn van co-auteurschap indien het werk door meerdere personen is gemaakt en hun bijdragen niet los van elkaar kunnen worden beoordeeld. Beide auteurs hebben dan gezamenlijk het auteursrecht. Daarnaast kan het makerschap toekomen aan de werkgever of rechtspersoon in wiens opdracht een werk is vervaardigd. Klik hier voor meer informatie over werkgeversauteursrecht. Het is relevant om te weten aan wie het makerschap toekomt. Alleen deze rechthebbende kan u toestemming verlenen voor verdere openbaarmaking of verveelvoudiging van het auteursrechtelijk beschermde werk.

Waarop heb ik auteursrecht?

Volgens de Auteurswet worden “werken van letterkunde, wetenschap of kunst” onder bepaalde voorwaarden door het auteursrecht beschermd. De termen letterkunde, wetenschap en kunst moeten niet te nauw worden opgevat, bijna alles kan daar onder vallen. Zo kan ook een recept onder omstandigheden een auteursrechtelijk werk zijn. Maar ook bijvoorbeeld een computerprogramma. Wel moet een voortbrengsel zintuiglijk waarneembaar te zijn, zoals een boek, een speech of een voorstelling. Het is dus niet noodzakelijk dat het werk is gematerialiseerd (het gaat om de geestelijke schepping, niet het lichamelijk object). Wel dient het werk qua inhoud een bepaalde vorm te hebben. Een idee wordt dus niet beschermd. Uit de rechtspraak blijkt dat een werk pas beschermd is als het een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijke stempel van de maker draagt. Een vuistregel die kan worden gebruikt bij het vaststellen daarvan is of het uitgesloten kan worden dat twee personen onafhankelijk van elkaar precies hetzelfde werk zouden kunnen maken. Zo ja, dan komt het werk voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking. Toch zijn er ook gevallen waarin de auteurswet bescherming biedt aan werken waar geen enkele creativiteit bij komt kijken. Het gaat dan om de zogenaamde geschriftenbescherming.

Waarop niet?

Op ideeën, stijlen, de toegepaste methode, systemen, maar ook op sportprestaties rust geen auteursrecht. Men mag dus componeren in de stijl van Bach, schilderen in de stijl van Lichtenstein, schrijven in de stijl van Mulisch en ontwerpen in de stijl van Des Bouvrie. Wanneer u toch over uw idee gaat praten, bijvoorbeeld om het te overleggen met mogelijke investeerders, doet u er verstandig aan hen eerst een geheimhoudingsverklaring te laten tekenen. Klik hier voor meer informatie over de bescherming van ideeën. Het kan echter zo zijn dat prestaties die niet onder het auteursrecht vallen, wel worden beschermd onder het naburig recht. Voorbeelden zijn prestaties van uitvoerende musici, toneelspelers en acteurs. Ook worden producenten van geluidopnamen door het naburig recht beschermd. Klik hier voor meer informatie over naburige rechten.

Wat kan ik met auteursrecht?

Openbaarmaking en verveelvoudiging

Een auteursrechthebbende beschikt over twee exclusieve rechten, namelijk het exclusieve recht om het werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Er is sprake van openbaarmaking wanneer een werk op enige wijze ter beschikking van het publiek komt. Hierbij kunt u denken aan het verhuren van een werk of het publiceren van het werk, bijvoorbeeld op internet. Verveelvoudiging van een werk kan op twee manieren geschieden. In het eerste geval worden er meerdere exemplaren van het werk gemaakt. Voorbeelden van dit type verveelvoudiging zijn onder andere: fotokopiëren, fotograferen of het digitaal opslaan van tekst, geluid of beeld. De tweede betekenis die aan verveelvoudigen kan worden gegeven is de bewerking of nabootsing van een werk. Dit is het geval wanneer een werk bijvoorbeeld wordt vertaald of verfilmd. Tevens valt hieronder iedere bewerking of nabootsing die een wijziging van het werk inhoudt, maar die niet als nieuw oorspronkelijk werk kan worden gezien omdat er geen eigen creatieve inbreng is geweest.

Persoonlijkheidsrechten

Persoonlijkheidsrechten zijn rechten die de immateriële belangen van de maker beschermen. De maker zal deze rechten dan ook in beginsel altijd behouden, ook na overdracht. Voorbeelden van persoonlijkheidsrechten zijn: het recht van de maker zich te verzetten tegen openbaarmaking zonder vermelding van zijn naam / onder een andere naam dan de zijne en het recht van de maker om op te treden tegen misvorming van het werk. Klik hier voor meer informatie over de persoonlijkheidsrechten.

Overdracht

Het auteursrecht kan worden overgedragen. Voor het overdragen ervan is het noodzakelijk dat een schriftelijk stuk wordt opgesteld dat door beide partijen ondertekend wordt. Het is tevens mogelijk het auteursrecht te splitsen en bijvoorbeeld het filmrecht over te dragen aan een producent, maar het vertaalrecht aan iemand anders over te dragen. Echter, een maker van een werk behoudt zijn persoonlijkheidsrechten in principe na overdracht van het auteursrecht.

Licentie

Een auteursrechtelijke licentie kan door de auteursrechthebbende aan een ander worden verstrekt zonder dat sprake is van een vormvereiste. Het is dus ook mogelijk om iemand mondeling toestemming te geven om een werk openbaar te maken of te verveelvoudigen. Deze licentie kan exclusief of non-exclusief zijn. De auteursrechthebbende heeft zelf de keuze om de reikwijdte van de licentie te bepalen. Zo kan een fotograaf licentie (lees: toestemming) geven aan een website om zijn foto op een bepaalde pagina te publiceren in ruil voor een vergoeding. De reikwijdte van de licentie is dus beperkt tot die ene foto en die ene pagina.

Wat zijn de uitzonderingen?

Beperkingen

Het belang van de auteursrechthebbende moet in bepaalde gevallen wijken voor het belang van de maatschappij als geheel. Dat leidt ertoe dat de auteursrechthebbende soms moet toestaan dat anderen zijn werk zonder toestemming openbaar maken of verveelvoudigen. Dit wordt ook wel beperkingen op het auteursrecht genoemd. Denk bijvoorbeeld aan het citaatrecht of de privékopie; iedereen mag een werk kopiëren voor eigen oefening, studie of gebruik, ook zonder toestemming van de maker. Een ander voorbeeld is de incidentele verwerking en de onderwijsexceptieZie hier voor meer informatie over beperkingen.

Uitputting

Uitputting houdt kort gezegd het volgende in: Als een product eenmaal rechtmatig in het handelsverkeer is gebracht (dus door of met toestemming van de rechthebbende) mag het vrij verhandeld worden. Dit heeft te maken met het vrij verkeer van goederen zoals dat geldt binnen de Europese Gemeenschap. Uitputting geldt alleen maar wanneer producten binnen de Europese Economische Ruimte in het verkeer zijn gebracht.(Klik hier om te zien welke landen er horen bij de EU en de EER). Uitputting geldt niet voor het auteursrecht in het algemeen, maar alleen voor het auteursrecht op de exemplaren die in het verkeer zijn gebracht. Het is dus niet zo dat de rechthebbende in het geheel geen beroep meer kan doen op zijn auteursrecht als hij eenmaal producten in de EER in het verkeer heeft gebracht. Hij kan alleen zijn auteursrecht niet meer inroepen met betrekking tot die specifieke exemplaren van de producten die hij in het verkeer heeft gebracht. Praktisch betekent dat dus dat Harry Mulisch zich niet kan verzetten tegen het feit dat jij een boek op marktplaats verkoopt. Als je het boek in een winkel in Nederland hebt gekocht zijn ze dus met toestemming van de rechthebbende in het verkeer gebracht en is het auteursrecht van Harry Mulisch op dat boek uitgeput. Dit alles geldt niet als de auteursrechthebbende gegronde redenen heeft om zich tegen verdere verhandeling te verzetten. Dat is bijvoorbeeld het geval als de producten, nadat deze in het verkeer zijn gebracht, kwalitatief verslechterd zijn. Met kwalitatief verslechterd wordt gedoeld op het in kwaliteit en/of inhoud veranderen en/of afbreuk doen aan de reputatie van het product.

Hoe lang heb ik auteursrecht?

Het auteursrecht duurt niet oneindig. De beschermingsduur binnen de Europese Unie is gelijk aan de levensduur van de maker plus 70 jaar na zijn overlijden. De termijn van 70 jaar gaat lopen vanaf 1 januari volgend op de datum van het overlijden van de maker. Na het overlijden gaat het auteursrecht over op de erfgenamen van de overleden maker, net zoals zijn andere vermogen. Als de maker een rechtspersoon is, dan start de termijn van 70 jaar na de eerste openbaring van het werk. Na 70 jaar valt het werk onder het “publieke domein.” Dit wil zeggen dat je ermee kan doen wat je wilt. Het is wel belangrijk om je te realiseren dat er – naast het auteursrecht – nog andere rechten op een werk kunnen rusten. Disney kan bijvoorbeeld het auteursrecht op Mickey Mouse verliezen door tijdsverloop, maar nog steeds een merkrecht hebben op de naam Mickey Mouse. De maker of auteursrechthebbende kan wel eerder afstand doen van zijn auteursrecht.

Wanneer maak ik inbreuk?

Het auteursrecht creëert een alleenrecht op behaalde handelingen voor de auteursrechthebbende; het openbaar maken en het verveelvoudigen. Derden hebben voor deze handelingen toestemming nodig van de auteursrechthebbende, die dit bijvoorbeeld in de vorm van een licentie kan verlenen. In de wet staan echter ook uitzonderingen die dit alleenrecht doorbreken; de beperkingen op het auteursrecht. Wanneer er geen toestemming is gegeven of wanneer het niet onder een van de beperkingen valt, maak je inbreuk op het auteursrecht. Het moet dan natuurlijk wel om een auteursrechtelijk beschermd werk gaan.

Een specifiek regime voor films

Het auteursrecht dient ter bescherming van creatieve prestaties. Een film kan zo’n creatieve prestatie zijn. De wet kent echter een specifiek regime voor filmwerken. Zo wordt de regisseur geacht al zijn rechten te hebben overgedragen aan de producent. De regisseur heeft wel een recht op een billijke vergoeding. Lees hier meer over het specifieke regime voor filmwerken.

Portretrecht

Wanneer een fotograaf een foto neemt heeft hij in beginsel auteursrecht op de door hem gemaakte foto. Wanneer een fotograaf een foto maakt van een andere persoon wordt zijn auteursrecht op deze foto enigszins ingeperkt. De gefotografeerde persoon heeft namelijk ook rechten op de foto die van hem gemaakt is. Deze rechten vallen onder zijn portretrecht. Klik hier voor meer informatie over portretrecht.

Beheersorganisaties

Vaak zal het lastig zijn voor een individuele auteur om zijn rechten te beheren. Bij massale gebruik van bepaalde werken, zoals bij muziek, zal het lastig zijn voor de auteur om te controleren of er geen inbreuk wordt gepleegd op zijn auteursrecht. Om dit probleem op te lossen is bemiddeling noodzakelijk. Zogenaamde beheersorganisaties zien op dit probleem. De bekendste voor de muziekindustrie is Buma/Stemra. Let wel op dat je hierbij je exploitatierechten aan Buma overdraagt. Buma verkrijgt het recht om te openbaren en Stemra verkrijgt het recht om te verveelvoudigen. Je bent dan niet meer bevoegd om dit deel van je auteursrecht aan een andere partij over te dragen. Andere voorbeelden zijn Pictoright, Fotografenfederatie en Reprorecht.

Hoe lang heb ik auteursrecht?

Wanneer heb ik auteursrecht?

Het auteursrecht dient ter bescherming van creatieve prestaties zodat de maker hieruit economisch voordeel kan behalen. Zonder het bestaan van auteursrecht zou er weinig stimulans zijn om nieuwe werken te maken, aangezien een ander deze zonder problemen zou kunnen kopiëren en de vruchten ervan kan plukken. De maker van het werk is degene die de auteursrechten krijgt. Dat gebeurt automatisch, dus het is niet nodig om het auteursrecht ergens te registreren of een (c) te vermelden bij het werk. De wet gaat uit van een vermoeden van makerschap. Als maker wordt in principe beschouwd degene die als maker op of in het werk staat vermeld, dit wordt echter ruim genomen. Tevens kan er sprake zijn van co-auteurschap indien het werk door meerdere personen is gemaakt en hun bijdragen niet los van elkaar kunnen worden beoordeeld. Beide auteurs hebben dan gezamenlijk het auteursrecht. Daarnaast kan het makerschap toekomen aan de werkgever of rechtspersoon in wiens opdracht een werk is vervaardigd. Klik hier voor meer informatie over werkgeversauteursrecht. Het is relevant om te weten aan wie het makerschap toekomt. Alleen deze rechthebbende kan u toestemming verlenen voor verdere openbaarmaking of verveelvoudiging van het auteursrechtelijk beschermde werk.

Waarop heb ik auteursrecht?

Volgens de Auteurswet worden “werken van letterkunde, wetenschap of kunst” onder bepaalde voorwaarden door het auteursrecht beschermd. De termen letterkunde, wetenschap en kunst moeten niet te nauw worden opgevat, bijna alles kan daar onder vallen. Zo kan ook een recept onder omstandigheden een auteursrechtelijk werk zijn. Maar ook bijvoorbeeld een computerprogramma. Wel moet een voortbrengsel zintuiglijk waarneembaar te zijn, zoals een boek, een speech of een voorstelling. Het is dus niet noodzakelijk dat het werk is gematerialiseerd (het gaat om de geestelijke schepping, niet het lichamelijk object). Wel dient het werk qua inhoud een bepaalde vorm te hebben. Een idee wordt dus niet beschermd. Uit de rechtspraak blijkt dat een werk pas beschermd is als het een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijke stempel van de maker draagt. Een vuistregel die kan worden gebruikt bij het vaststellen daarvan is of het uitgesloten kan worden dat twee personen onafhankelijk van elkaar precies hetzelfde werk zouden kunnen maken. Zo ja, dan komt het werk voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking. Toch zijn er ook gevallen waarin de auteurswet bescherming biedt aan werken waar geen enkele creativiteit bij komt kijken. Het gaat dan om de zogenaamde geschriftenbescherming.

Waarop niet?

Op ideeën, stijlen, de toegepaste methode, systemen, maar ook op sportprestaties rust geen auteursrecht. Men mag dus componeren in de stijl van Bach, schilderen in de stijl van Lichtenstein, schrijven in de stijl van Mulisch en ontwerpen in de stijl van Des Bouvrie. Wanneer u toch over uw idee gaat praten, bijvoorbeeld om het te overleggen met mogelijke investeerders, doet u er verstandig aan hen eerst een geheimhoudingsverklaring te laten tekenen. Klik hier voor meer informatie over de bescherming van ideeën. Het kan echter zo zijn dat prestaties die niet onder het auteursrecht vallen, wel worden beschermd onder het naburig recht. Voorbeelden zijn prestaties van uitvoerende musici, toneelspelers en acteurs. Ook worden producenten van geluidopnamen door het naburig recht beschermd. Klik hier voor meer informatie over naburige rechten.

Wat kan ik met auteursrecht?

Openbaarmaking en verveelvoudiging

Een auteursrechthebbende beschikt over twee exclusieve rechten, namelijk het exclusieve recht om het werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Er is sprake van openbaarmaking wanneer een werk op enige wijze ter beschikking van het publiek komt. Hierbij kunt u denken aan het verhuren van een werk of het publiceren van het werk, bijvoorbeeld op internet. Verveelvoudiging van een werk kan op twee manieren geschieden. In het eerste geval worden er meerdere exemplaren van het werk gemaakt. Voorbeelden van dit type verveelvoudiging zijn onder andere: fotokopiëren, fotograferen of het digitaal opslaan van tekst, geluid of beeld. De tweede betekenis die aan verveelvoudigen kan worden gegeven is de bewerking of nabootsing van een werk. Dit is het geval wanneer een werk bijvoorbeeld wordt vertaald of verfilmd. Tevens valt hieronder iedere bewerking of nabootsing die een wijziging van het werk inhoudt, maar die niet als nieuw oorspronkelijk werk kan worden gezien omdat er geen eigen creatieve inbreng is geweest.

Persoonlijkheidsrechten

Persoonlijkheidsrechten zijn rechten die de immateriële belangen van de maker beschermen. De maker zal deze rechten dan ook in beginsel altijd behouden, ook na overdracht. Voorbeelden van persoonlijkheidsrechten zijn: het recht van de maker zich te verzetten tegen openbaarmaking zonder vermelding van zijn naam / onder een andere naam dan de zijne en het recht van de maker om op te treden tegen misvorming van het werk. Klik hier voor meer informatie over de persoonlijkheidsrechten.

Overdracht

Het auteursrecht kan worden overgedragen. Voor het overdragen ervan is het noodzakelijk dat een schriftelijk stuk wordt opgesteld dat door beide partijen ondertekend wordt. Het is tevens mogelijk het auteursrecht te splitsen en bijvoorbeeld het filmrecht over te dragen aan een producent, maar het vertaalrecht aan iemand anders over te dragen. Echter, een maker van een werk behoudt zijn persoonlijkheidsrechten in principe na overdracht van het auteursrecht.

Licentie

Een auteursrechtelijke licentie kan door de auteursrechthebbende aan een ander worden verstrekt zonder dat sprake is van een vormvereiste. Het is dus ook mogelijk om iemand mondeling toestemming te geven om een werk openbaar te maken of te verveelvoudigen. Deze licentie kan exclusief of non-exclusief zijn. De auteursrechthebbende heeft zelf de keuze om de reikwijdte van de licentie te bepalen. Zo kan een fotograaf licentie (lees: toestemming) geven aan een website om zijn foto op een bepaalde pagina te publiceren in ruil voor een vergoeding. De reikwijdte van de licentie is dus beperkt tot die ene foto en die ene pagina.

Wat zijn de uitzonderingen?

Beperkingen

Het belang van de auteursrechthebbende moet in bepaalde gevallen wijken voor het belang van de maatschappij als geheel. Dat leidt ertoe dat de auteursrechthebbende soms moet toestaan dat anderen zijn werk zonder toestemming openbaar maken of verveelvoudigen. Dit wordt ook wel beperkingen op het auteursrecht genoemd. Denk bijvoorbeeld aan het citaatrecht of de privékopie; iedereen mag een werk kopiëren voor eigen oefening, studie of gebruik, ook zonder toestemming van de maker. Een ander voorbeeld is de incidentele verwerking en de onderwijsexceptieZie hier voor meer informatie over beperkingen.

Uitputting

Uitputting houdt kort gezegd het volgende in: Als een product eenmaal rechtmatig in het handelsverkeer is gebracht (dus door of met toestemming van de rechthebbende) mag het vrij verhandeld worden. Dit heeft te maken met het vrij verkeer van goederen zoals dat geldt binnen de Europese Gemeenschap. Uitputting geldt alleen maar wanneer producten binnen de Europese Economische Ruimte in het verkeer zijn gebracht.(Klik hier om te zien welke landen er horen bij de EU en de EER). Uitputting geldt niet voor het auteursrecht in het algemeen, maar alleen voor het auteursrecht op de exemplaren die in het verkeer zijn gebracht. Het is dus niet zo dat de rechthebbende in het geheel geen beroep meer kan doen op zijn auteursrecht als hij eenmaal producten in de EER in het verkeer heeft gebracht. Hij kan alleen zijn auteursrecht niet meer inroepen met betrekking tot die specifieke exemplaren van de producten die hij in het verkeer heeft gebracht. Praktisch betekent dat dus dat Harry Mulisch zich niet kan verzetten tegen het feit dat jij een boek op marktplaats verkoopt. Als je het boek in een winkel in Nederland hebt gekocht zijn ze dus met toestemming van de rechthebbende in het verkeer gebracht en is het auteursrecht van Harry Mulisch op dat boek uitgeput. Dit alles geldt niet als de auteursrechthebbende gegronde redenen heeft om zich tegen verdere verhandeling te verzetten. Dat is bijvoorbeeld het geval als de producten, nadat deze in het verkeer zijn gebracht, kwalitatief verslechterd zijn. Met kwalitatief verslechterd wordt gedoeld op het in kwaliteit en/of inhoud veranderen en/of afbreuk doen aan de reputatie van het product.

Hoe lang heb ik auteursrecht?

Het auteursrecht duurt niet oneindig. De beschermingsduur binnen de Europese Unie is gelijk aan de levensduur van de maker plus 70 jaar na zijn overlijden. De termijn van 70 jaar gaat lopen vanaf 1 januari volgend op de datum van het overlijden van de maker. Na het overlijden gaat het auteursrecht over op de erfgenamen van de overleden maker, net zoals zijn andere vermogen. Als de maker een rechtspersoon is, dan start de termijn van 70 jaar na de eerste openbaring van het werk. Na 70 jaar valt het werk onder het “publieke domein.” Dit wil zeggen dat je ermee kan doen wat je wilt. Het is wel belangrijk om je te realiseren dat er – naast het auteursrecht – nog andere rechten op een werk kunnen rusten. Disney kan bijvoorbeeld het auteursrecht op Mickey Mouse verliezen door tijdsverloop, maar nog steeds een merkrecht hebben op de naam Mickey Mouse. De maker of auteursrechthebbende kan wel eerder afstand doen van zijn auteursrecht.

Wanneer maak ik inbreuk?

Het auteursrecht creëert een alleenrecht op behaalde handelingen voor de auteursrechthebbende; het openbaar maken en het verveelvoudigen. Derden hebben voor deze handelingen toestemming nodig van de auteursrechthebbende, die dit bijvoorbeeld in de vorm van een licentie kan verlenen. In de wet staan echter ook uitzonderingen die dit alleenrecht doorbreken; de beperkingen op het auteursrecht. Wanneer er geen toestemming is gegeven of wanneer het niet onder een van de beperkingen valt, maak je inbreuk op het auteursrecht. Het moet dan natuurlijk wel om een auteursrechtelijk beschermd werk gaan.

Een specifiek regime voor films

Het auteursrecht dient ter bescherming van creatieve prestaties. Een film kan zo’n creatieve prestatie zijn. De wet kent echter een specifiek regime voor filmwerken. Zo wordt de regisseur geacht al zijn rechten te hebben overgedragen aan de producent. De regisseur heeft wel een recht op een billijke vergoeding. Lees hier meer over het specifieke regime voor filmwerken.

Portretrecht

Wanneer een fotograaf een foto neemt heeft hij in beginsel auteursrecht op de door hem gemaakte foto. Wanneer een fotograaf een foto maakt van een andere persoon wordt zijn auteursrecht op deze foto enigszins ingeperkt. De gefotografeerde persoon heeft namelijk ook rechten op de foto die van hem gemaakt is. Deze rechten vallen onder zijn portretrecht. Klik hier voor meer informatie over portretrecht.

Beheersorganisaties

Vaak zal het lastig zijn voor een individuele auteur om zijn rechten te beheren. Bij massale gebruik van bepaalde werken, zoals bij muziek, zal het lastig zijn voor de auteur om te controleren of er geen inbreuk wordt gepleegd op zijn auteursrecht. Om dit probleem op te lossen is bemiddeling noodzakelijk. Zogenaamde beheersorganisaties zien op dit probleem. De bekendste voor de muziekindustrie is Buma/Stemra. Let wel op dat je hierbij je exploitatierechten aan Buma overdraagt. Buma verkrijgt het recht om te openbaren en Stemra verkrijgt het recht om te verveelvoudigen. Je bent dan niet meer bevoegd om dit deel van je auteursrecht aan een andere partij over te dragen. Andere voorbeelden zijn Pictoright, Fotografenfederatie en Reprorecht.

Beperkingen van het auteursrecht?

Volgens art.1 van de Auteurswet is het auteursrecht het recht van de maker iets openbaar te maken of te verveelvoudigen. Maar dit recht van de maker moet in bepaalde gevallen wijken voor het belang van de maatschappij. Dit leidt ertoe dat de auteursrechthebbende in bepaalde gevallen moet toestaan dat anderen zijn werk openbaar maken of verveelvoudigen zonder toestemming te hebben gegeven. Dit zijn de beperkingen op het auteursrecht. De Auteurswet noemt de volgende beperkingen.

Overname uit de pers door de pers (Nieuwsexceptie)

Op grond van art. 15 van de Auteurswet mogen persmedia berichten over actuele onderwerpen overnemen van andere persmedia. Zij mogen dit doen zonder toestemming te hoeven vragen en zonder daarvoor een vergoeding te hoeven betalen.

Citeren

Ga voor mee informatie over citeren naar de pagina Citaatrecht.

Werken openbaar gemaakt voor de openbare macht

Tenzij een auteursrechtvoorbehoud is gemaakt, is op grond van art. 15b van de Auteurswet openbaarmaking en verveelvoudiging van werken die door of vanwege de openbare macht openbaar zijn gemaakt toegestaan. Onder de openbare macht worden alle binnenlandse en buitenlandse publieke instellingen verstaan voor zover zij publieke taken uitvoeren.

Leenvergoedingsrecht

Op grond van art. 15c van de Auteurswet wordt het uitlenen een exemplaar van een werk of een verveelvoudiging daarvan niet als een inbreuk op het auteursrecht gezien voor zover de betreffende exemplaren door of met toesteming van de rechthebbende in het verkeer zijn gebracht. Hiervoor moet dan wel een redelijke vergoeding worden betaald.

Besloten netwerken van bibliotheken

Op grond van art. 15h van de Auteurswet is het toegestaan om door middel van een besloten netwerk een werk beschikbaar te stellen. Het gaat hier om netwerken binnen voor het publiek toegankelijke bibliotheken, musea of archieven die geen (in)direct economisch of commercieel voordeel nastreven. Bedrijsnetwerken vallen hier dus niet onder. Het werk dat via het besloten netwerk beschikbaar mag worden gesteld moet deel uitmaken van de verzameling van de betreffende instelling. Andere werken mogen dus niet op deze manier beschikbaar worden gesteld.

Gehandicapten

Op grond van art. 15i van de Auteurswet is het toegestaan een werk te verveelvoudigen of openbaar te maken voor gebruik door gehandicapten, zolang dit gebeurt in direct verband met de handicap, niet van commerciële aard is en wegens die handicap noodzakelijk is. Gehandicapte personen zijn dan niet afhankelijk van toestemming van de rechthebbende op het werk. Je moet hier bijvoorbeeld denken aan gesproken boeken of boeken in braille. Voor het gebruik hiervan moet aan de rechthebbende wel een redelijke vergoeding worden betaald.

Gebruik voor onderwijs

Op grond van art. 16 van de Auteurswet is het toegestaan ter toelichting van het onderwijs (gedeelten van) een werk zonder toestemming van de auteursrechthebbende openbaar te maken of te verveelvoudigen. Dit geldt alleen voor niet-commerciële onderwijsinstellingen. Die mogen bijvoorbeeld ter toelichting van het onderwijs schooltelevisie laten zien of kopies maken van papieren geschriften. Er moet hierbij wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Het werk moet rechtmatig openbaar zijn gemaakt en de bron duidelijk worden vermeld. Tevens moet er een redelijke vergoeding voor het gebruik worden betaald. Ga voor meer informatie over gebruik in het onderwijs naar de pagina: Gebruik in het onderwijs.

Actuele reportage

Op grond van art. 16a van de Auteurswet is het toegestaan een korte opname of weergave te geven of mededeling te doen van een werk in een reportage van een actuele gebeurtenis. Hierbij moet wel de bron worden vermeld.

Kopiëren voor eigen gebruik zonder heffing

Op grond van art. 16b van de Auteurswet is het toegestaan onder bepaalde voorwaarden voor eigen oefening, studie of gebruik enkele exemplaren van een werk te verveelvoudigen. Hierbij gaat het om meer traditionele vormen van verveelvoudigen, zoals overschrijven en naschilderen. De verveelvoudigde exemplaren mogen niet worden afgegeven aan derden.

Kopiëren voor eigen gebruik met heffing

Op grond van art. 16c van de Auteurswet is het toegestaan om zonder (in)direct commercieel oogmerk prive-kopies te maken (denk aan eigen studie, oefening of gebruik), maar hier moet wel een vergoeding voor worden betaald. De kopies mogen niet aan derden worden afgegeven.

Reprorecht

Op grond van art. 16h van de Auteurswet is het toegestaan voor instellingen en ondernemingen om voor intern gebruik een reprografische verveelvoudiging van een werk te maken. Dit is bijvoorbeeld een fotokopie. Hiervoor moet een redelijke vergoeding worden betaald.

Preserveringskopie

Onder bepaalde voorwaarden is op grond van art. 16n van de Auteurswet de verveelvoudiging van een werk toegestaan door voor het publiek toegankelijke bibliotheken en musea of archieven die geen (in)direct economisch of commercieel voordeel nastreven.

Vastlegging voor uitzending

Op grond van art. 17b van de Auteurswet mag de omroeporganisatie die bevoegd is tot uitzending van een werk, dit werk tijdelijk vastleggen zonder daartoe toestemming van de auteursrechthebbende te hebben verkregen.

Eredienst

Op grond van art. 17c van de Auteurswet is er geen toestemming van de auteursrechthebbende nodig voor gebruik van een werk bij gemeentezang en de instrumentele begeleiding daarvan tijdens een eredienst. Het gaat hier om ‘live’ zang en begeleidende muziek.

Afbeelding werken op openbare plaatsen

Op grond van art. 18 van de Auteurswet is onder bepaalde voorwaarden openbaarmaking of verveelvoudiging van afbeeldingen van blijvend aan de openbare weg (of in andere openbare plaatsen) zichtbaar gestelde werken toegestaan. Denk bijvoorbeeld aan afbeeldingen van bouwwerken die worden gebruikt in reisgidsen.

Incidentele verwerking

Op grond van art. 18a van de Auteurswet is het toegestaan een incidentele verwerking van een werk te gebruiken als onderdeel van een ander werk. Het gebruik van deze verwerking moet dan wel van ondergeschikte betekenis zijn. Ga voor meer informatie naar de pagina over incidentele verwerking.

Karikatuur, parodie of pastiche

Op grond van art. 18b van de Auteurswet is het toegestaan een werk te verveelvoudigen of te openbaren in het kader van een karikatuur, pardie of pastiche. Het gebruik moet wel binnen bepaalde grenzen blijven en niet beledigend zijn.

Portretrecht

Ga voor mee informatie over het portretrecht naar de pagina Portretrecht.

Openbare veiligheid en justitie

Op grond van art. 22 van de Auteurswet is het toegestaan om een werk over te nemen ten behoeve van de openbare veiligheid. Ook mag er in het belang van de openbare veiligheid en ter opsporing van strafbare feiten afbeeldingen van welke aard ook door de justitie worden geopenbaard of verveelvoudigd. Denk bijvoorbeeld aan de afbeeldingen van criminelen die worden gebruikt in het programma ‘Opsporing Verzocht’.

Bevoegdheid bezitter, houder en eigenaar van voorwerp van (toegepaste) kunst

Op grond van art. 23 van de Auteurswet mag de bezitter, houder of eigenaar van een teken-, schilder- bouw- of beeldhouwwerk of een werk van toegepaste kunst dat werk verveelvoudigen of openbaarmaken, voor zover dat noodzakelijk is voor openbare tentoonstelling op openbare verkopen van dat werk.

Bevoegdheid kunstenaar na overdracht auteursrecht

Op grond van art. 24 van de Auteurswet mag een schilder na overdracht van het auteursrecht op een bepaald schilderwerk soortgelijke of dezelfde schilderijen blijven maken.

Hoe bescherm ik een idee?

Wanneer heb ik auteursrecht?

Het auteursrecht dient ter bescherming van creatieve prestaties zodat de maker hieruit economisch voordeel kan behalen. Zonder het bestaan van auteursrecht zou er weinig stimulans zijn om nieuwe werken te maken, aangezien een ander deze zonder problemen zou kunnen kopiëren en de vruchten ervan kan plukken. De maker van het werk is degene die de auteursrechten krijgt. Dat gebeurt automatisch, dus het is niet nodig om het auteursrecht ergens te registreren of een (c) te vermelden bij het werk. De wet gaat uit van een vermoeden van makerschap. Als maker wordt in principe beschouwd degene die als maker op of in het werk staat vermeld, dit wordt echter ruim genomen. Tevens kan er sprake zijn van co-auteurschap indien het werk door meerdere personen is gemaakt en hun bijdragen niet los van elkaar kunnen worden beoordeeld. Beide auteurs hebben dan gezamenlijk het auteursrecht. Daarnaast kan het makerschap toekomen aan de werkgever of rechtspersoon in wiens opdracht een werk is vervaardigd. Klik hier voor meer informatie over werkgeversauteursrecht. Het is relevant om te weten aan wie het makerschap toekomt. Alleen deze rechthebbende kan u toestemming verlenen voor verdere openbaarmaking of verveelvoudiging van het auteursrechtelijk beschermde werk.

Waarop heb ik auteursrecht?

Volgens de Auteurswet worden “werken van letterkunde, wetenschap of kunst” onder bepaalde voorwaarden door het auteursrecht beschermd. De termen letterkunde, wetenschap en kunst moeten niet te nauw worden opgevat, bijna alles kan daar onder vallen. Zo kan ook een recept onder omstandigheden een auteursrechtelijk werk zijn. Maar ook bijvoorbeeld een computerprogramma. Wel moet een voortbrengsel zintuiglijk waarneembaar te zijn, zoals een boek, een speech of een voorstelling. Het is dus niet noodzakelijk dat het werk is gematerialiseerd (het gaat om de geestelijke schepping, niet het lichamelijk object). Wel dient het werk qua inhoud een bepaalde vorm te hebben. Een idee wordt dus niet beschermd. Uit de rechtspraak blijkt dat een werk pas beschermd is als het een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijke stempel van de maker draagt. Een vuistregel die kan worden gebruikt bij het vaststellen daarvan is of het uitgesloten kan worden dat twee personen onafhankelijk van elkaar precies hetzelfde werk zouden kunnen maken. Zo ja, dan komt het werk voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking. Toch zijn er ook gevallen waarin de auteurswet bescherming biedt aan werken waar geen enkele creativiteit bij komt kijken. Het gaat dan om de zogenaamde geschriftenbescherming.

Waarop niet?

Op ideeën, stijlen, de toegepaste methode, systemen, maar ook op sportprestaties rust geen auteursrecht. Men mag dus componeren in de stijl van Bach, schilderen in de stijl van Lichtenstein, schrijven in de stijl van Mulisch en ontwerpen in de stijl van Des Bouvrie. Wanneer u toch over uw idee gaat praten, bijvoorbeeld om het te overleggen met mogelijke investeerders, doet u er verstandig aan hen eerst een geheimhoudingsverklaring te laten tekenen. Klik hier voor meer informatie over de bescherming van ideeën. Het kan echter zo zijn dat prestaties die niet onder het auteursrecht vallen, wel worden beschermd onder het naburig recht. Voorbeelden zijn prestaties van uitvoerende musici, toneelspelers en acteurs. Ook worden producenten van geluidopnamen door het naburig recht beschermd. Klik hier voor meer informatie over naburige rechten.

Wat kan ik met auteursrecht?

Openbaarmaking en verveelvoudiging

Een auteursrechthebbende beschikt over twee exclusieve rechten, namelijk het exclusieve recht om het werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Er is sprake van openbaarmaking wanneer een werk op enige wijze ter beschikking van het publiek komt. Hierbij kunt u denken aan het verhuren van een werk of het publiceren van het werk, bijvoorbeeld op internet. Verveelvoudiging van een werk kan op twee manieren geschieden. In het eerste geval worden er meerdere exemplaren van het werk gemaakt. Voorbeelden van dit type verveelvoudiging zijn onder andere: fotokopiëren, fotograferen of het digitaal opslaan van tekst, geluid of beeld. De tweede betekenis die aan verveelvoudigen kan worden gegeven is de bewerking of nabootsing van een werk. Dit is het geval wanneer een werk bijvoorbeeld wordt vertaald of verfilmd. Tevens valt hieronder iedere bewerking of nabootsing die een wijziging van het werk inhoudt, maar die niet als nieuw oorspronkelijk werk kan worden gezien omdat er geen eigen creatieve inbreng is geweest.

Persoonlijkheidsrechten

Persoonlijkheidsrechten zijn rechten die de immateriële belangen van de maker beschermen. De maker zal deze rechten dan ook in beginsel altijd behouden, ook na overdracht. Voorbeelden van persoonlijkheidsrechten zijn: het recht van de maker zich te verzetten tegen openbaarmaking zonder vermelding van zijn naam / onder een andere naam dan de zijne en het recht van de maker om op te treden tegen misvorming van het werk. Klik hier voor meer informatie over de persoonlijkheidsrechten.

Overdracht

Het auteursrecht kan worden overgedragen. Voor het overdragen ervan is het noodzakelijk dat een schriftelijk stuk wordt opgesteld dat door beide partijen ondertekend wordt. Het is tevens mogelijk het auteursrecht te splitsen en bijvoorbeeld het filmrecht over te dragen aan een producent, maar het vertaalrecht aan iemand anders over te dragen. Echter, een maker van een werk behoudt zijn persoonlijkheidsrechten in principe na overdracht van het auteursrecht.

Licentie

Een auteursrechtelijke licentie kan door de auteursrechthebbende aan een ander worden verstrekt zonder dat sprake is van een vormvereiste. Het is dus ook mogelijk om iemand mondeling toestemming te geven om een werk openbaar te maken of te verveelvoudigen. Deze licentie kan exclusief of non-exclusief zijn. De auteursrechthebbende heeft zelf de keuze om de reikwijdte van de licentie te bepalen. Zo kan een fotograaf licentie (lees: toestemming) geven aan een website om zijn foto op een bepaalde pagina te publiceren in ruil voor een vergoeding. De reikwijdte van de licentie is dus beperkt tot die ene foto en die ene pagina.

Wat zijn de uitzonderingen?

Beperkingen

Het belang van de auteursrechthebbende moet in bepaalde gevallen wijken voor het belang van de maatschappij als geheel. Dat leidt ertoe dat de auteursrechthebbende soms moet toestaan dat anderen zijn werk zonder toestemming openbaar maken of verveelvoudigen. Dit wordt ook wel beperkingen op het auteursrecht genoemd. Denk bijvoorbeeld aan het citaatrecht of de privékopie; iedereen mag een werk kopiëren voor eigen oefening, studie of gebruik, ook zonder toestemming van de maker. Een ander voorbeeld is de incidentele verwerking en de onderwijsexceptieZie hier voor meer informatie over beperkingen.

Uitputting

Uitputting houdt kort gezegd het volgende in: Als een product eenmaal rechtmatig in het handelsverkeer is gebracht (dus door of met toestemming van de rechthebbende) mag het vrij verhandeld worden. Dit heeft te maken met het vrij verkeer van goederen zoals dat geldt binnen de Europese Gemeenschap. Uitputting geldt alleen maar wanneer producten binnen de Europese Economische Ruimte in het verkeer zijn gebracht.(Klik hier om te zien welke landen er horen bij de EU en de EER). Uitputting geldt niet voor het auteursrecht in het algemeen, maar alleen voor het auteursrecht op de exemplaren die in het verkeer zijn gebracht. Het is dus niet zo dat de rechthebbende in het geheel geen beroep meer kan doen op zijn auteursrecht als hij eenmaal producten in de EER in het verkeer heeft gebracht. Hij kan alleen zijn auteursrecht niet meer inroepen met betrekking tot die specifieke exemplaren van de producten die hij in het verkeer heeft gebracht. Praktisch betekent dat dus dat Harry Mulisch zich niet kan verzetten tegen het feit dat jij een boek op marktplaats verkoopt. Als je het boek in een winkel in Nederland hebt gekocht zijn ze dus met toestemming van de rechthebbende in het verkeer gebracht en is het auteursrecht van Harry Mulisch op dat boek uitgeput. Dit alles geldt niet als de auteursrechthebbende gegronde redenen heeft om zich tegen verdere verhandeling te verzetten. Dat is bijvoorbeeld het geval als de producten, nadat deze in het verkeer zijn gebracht, kwalitatief verslechterd zijn. Met kwalitatief verslechterd wordt gedoeld op het in kwaliteit en/of inhoud veranderen en/of afbreuk doen aan de reputatie van het product.

Hoe lang heb ik auteursrecht?

Het auteursrecht duurt niet oneindig. De beschermingsduur binnen de Europese Unie is gelijk aan de levensduur van de maker plus 70 jaar na zijn overlijden. De termijn van 70 jaar gaat lopen vanaf 1 januari volgend op de datum van het overlijden van de maker. Na het overlijden gaat het auteursrecht over op de erfgenamen van de overleden maker, net zoals zijn andere vermogen. Als de maker een rechtspersoon is, dan start de termijn van 70 jaar na de eerste openbaring van het werk. Na 70 jaar valt het werk onder het “publieke domein.” Dit wil zeggen dat je ermee kan doen wat je wilt. Het is wel belangrijk om je te realiseren dat er – naast het auteursrecht – nog andere rechten op een werk kunnen rusten. Disney kan bijvoorbeeld het auteursrecht op Mickey Mouse verliezen door tijdsverloop, maar nog steeds een merkrecht hebben op de naam Mickey Mouse. De maker of auteursrechthebbende kan wel eerder afstand doen van zijn auteursrecht.

Wanneer maak ik inbreuk?

Het auteursrecht creëert een alleenrecht op behaalde handelingen voor de auteursrechthebbende; het openbaar maken en het verveelvoudigen. Derden hebben voor deze handelingen toestemming nodig van de auteursrechthebbende, die dit bijvoorbeeld in de vorm van een licentie kan verlenen. In de wet staan echter ook uitzonderingen die dit alleenrecht doorbreken; de beperkingen op het auteursrecht. Wanneer er geen toestemming is gegeven of wanneer het niet onder een van de beperkingen valt, maak je inbreuk op het auteursrecht. Het moet dan natuurlijk wel om een auteursrechtelijk beschermd werk gaan.

Een specifiek regime voor films

Het auteursrecht dient ter bescherming van creatieve prestaties. Een film kan zo’n creatieve prestatie zijn. De wet kent echter een specifiek regime voor filmwerken. Zo wordt de regisseur geacht al zijn rechten te hebben overgedragen aan de producent. De regisseur heeft wel een recht op een billijke vergoeding. Lees hier meer over het specifieke regime voor filmwerken.

Portretrecht

Wanneer een fotograaf een foto neemt heeft hij in beginsel auteursrecht op de door hem gemaakte foto. Wanneer een fotograaf een foto maakt van een andere persoon wordt zijn auteursrecht op deze foto enigszins ingeperkt. De gefotografeerde persoon heeft namelijk ook rechten op de foto die van hem gemaakt is. Deze rechten vallen onder zijn portretrecht. Klik hier voor meer informatie over portretrecht.

Beheersorganisaties

Vaak zal het lastig zijn voor een individuele auteur om zijn rechten te beheren. Bij massale gebruik van bepaalde werken, zoals bij muziek, zal het lastig zijn voor de auteur om te controleren of er geen inbreuk wordt gepleegd op zijn auteursrecht. Om dit probleem op te lossen is bemiddeling noodzakelijk. Zogenaamde beheersorganisaties zien op dit probleem. De bekendste voor de muziekindustrie is Buma/Stemra. Let wel op dat je hierbij je exploitatierechten aan Buma overdraagt. Buma verkrijgt het recht om te openbaren en Stemra verkrijgt het recht om te verveelvoudigen. Je bent dan niet meer bevoegd om dit deel van je auteursrecht aan een andere partij over te dragen. Andere voorbeelden zijn Pictoright, Fotografenfederatie en Reprorecht.

Mag ik van een onbeveiligd Wifi-netwerk gebruik maken?

Wi-Fi is een certificatielabel (‘logo’) voor draadloze datanetwerkproducten, die werken volgens de internationale standaard IEEE 802.11 (draadloos Ethernet). Ethernet (IEEE 802.3) is een netwerk protocol waarmee computers in een Local Area Network (LAN) met elkaar communiceren. In het dagelijks leven wordt Wi-Fi meer en meer gebruikt als synoniem voor draadloos thuisnetwerk.

F.A.Q.

Ben ik een openbare aanbieder volgende de telecommunicatiewet als ik mijn Wifi-netwerk openstel?

Dit hangt af van de omstandigheden van het geval. Als een netwerk aan een beperkt aantal mensen wordt opengesteld die toegang kunnen verschaffen door middel van een wachtwoord, dan mag er vanuit worden gegaan dat hier sprake is van een besloten gebruikersgroep. Wordt een wifi-netwerk uitsluitend beschikbaar gesteld aan de leden van een besloten gebruikersgroep dan is dat geen openbare dienst. Als de aanbieder wel als een openbare aanbieder aangemerkt kan worden dan is de telecommunicatiewet van toepassing met de daarbij horende verplichtingen (bewaarplicht etc.). Bij niet-naleving van de verplichtingen uit deze wet worden fikse boetes tot maximaal €450.000,- geriskeerd. Ben je er niet zeker van of je als openbare aanbieder aangemerkt wordt of wil je weten aan welke verplichtingen je moet voldoen, stel dan een vraag aan de Clinc en vul het [Aanvraagformulier] in.

Mag ik een Wifi-netwerk onbeveiligd openstellen?

Er bestaan stichtingen zoals Wireless Leiden die gratis internet aanbieden. Toch is het niet verstandig om onbeveiligd internet via Wifi aan te bieden. Kwaadwillenden kunnen van het netwerk gebruik maken om bijvoorbeeld spam of kinderporno te verspreiden. Op grond van de algemene voorwaarden van sommige internetserviceproviders kan je aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade. Het is dus altijd verstandig om uw Wifi-netwerk te beveiligen. Dat houdt in dat andere mensen alleen met een wachtwoord toegang kunnen krijgen tot het internet. Het is algemeen bekend dat WPA-encryptie veiliger is dan een WEP-encryptie. Via deze link is meer informatie te lezen hoe een Wifi-netwerk beveiligd kan worden of raadpleeg uw handleiding van uw router. Om aan te geven dat andere mensen niet welkom zijn in jouw netwerk kan je het bijvoorbeeld ook de naam van je huis of familie geven.

Mag ik van een onbeveiligd Wifi-netwerk gebruik maken?

Het is in de rechtspraak nog niet helemaal duidelijk of je je schuldig maakt aan hacken als je gebruik maakt van een onbeveiligd wifi-netwerk met een naam als “Linksys of Default” (dat is vaak de standaardnaam van een router die het signaal verspreid). Maak je gebruik van een netwerk met die naam en dat netwerk is onbeveiligd dan verschaf je jezelf toegang tot een geautomatiseerd systeem (de router). Als het netwerk bijvoorbeeld de naam van een huis heeft, dan wordt aangegeven dat het een privé-netwerk betreft. Wordt er vervolgens gebruik gemaakt van dat netwerk dan wordt er toegang verschaft tot een beveiligd systeem. De vraag is of dat wederrechtelijk is en je je daarmee schuldig maakt aan computervredebreuk (art. 138a Sr). Als je het met kwade intenties doet en bijvoorbeeld gegevens kopieerd van andere computers in het netwerk pleeg je in elk geval wél computervredebreuk. Hetzelfde geldt als je het wachtwoord raadt of er via een kraakprogramma achter komt. Zelfs wanneer dit het standaardwachtwoord was dat de fabrikant van de router had ingesteld. Ook een poortscan kan onder omstandigheden wederrechtelijk zijn. Als een internetservice provider dat doet, b.v. ter bestrijding van spam, is het hoogstwaarschijnlijk wel toegestaan. Elke vorm van “wederrechtelijk binnendringen” op een andermans netwerk strafbaar, ook als er geen beveiliging op dat netwerk zit. N.B. Vergeet niet dat er daadwerkelijk mensen zijn die misbruik maken van openbare draadloze netwerken. Sommige mensen gaan op zoek gaan naar onbeveiligde draadloze netwerken om van daaruit illegale dingen te doen (bijvoorbeeld om spam of kinderporno te verspreiden).

Ben ik aansprakelijk voor eventuele schade als ik mijn Wifi-netwerk openstel?

Als je besluit jouw wifi-netwerk aan een aantal mensen beschikbaar te stellen door hen het wachtwoord van het netwerk te verschaffen ben je in principe niet aansprakelijk voor schade. De Wifi-aanbieder voor een besloten gebruikersgroep fungeert dan als een tussenpersoon die puur toegang tot het netwerk levert. Aansprakelijkheid wordt daarom uitgesloten op grond van art. 6:196c BW jo art. 3:15d BW (dienst in de informatiemaatschappij). Let wel: de tussenpersoon moet aan alle voorwaarden uit dit artikel voldoen. Zo niet, dan is de Wifi-aanbieder dus niet gevrijwaard van aansprakelijkheid. Het kan zijn dat de internetserviceprovider in haar algemene voorwaarden heeft opgenomen dat het internet niet gedeeld mag worden, bijvoorbeeld d.m.v. van een router. Als je dat dan toch doet dan kan je voor de schade aansprakelijk gesteld worden.

Waar kan ik een Octrooi verkrijgen?

Waarop heb je octrooirecht?

Volgens de Rijksoctrooiwet zijn uitvindingen op alle gebieden van technologie die nieuw zijn, op uitvinderswerkzaamheid berusten en toegepast kunnen worden op het gebied van de nijverheid, vatbaar voor octrooi.

  • Uitvinding

Het begrip ‘uitvinding’ staat niet verder uitgewerkt in de wet. Het octrooi kan o.a. betrekking hebben op een werkwijze, een eindproduct, of een hulpstof. Vast staat in elk geval dat de uitvinding technisch van aard moet zijn. Er zijn verder een aantal (niet limitatieve) niet octrooieerbare uitzonderingen beschreven in artikel [2] en [3] Rijksoctrooiwet.

  • Nieuwheid

Het vereiste van nieuwheid geldt absoluut en wereldwijd. Als de uitvinding waar dan ook ergens ter wereld al bekend is, dan is het al niet meer mogelijk om een octrooi hierop te verkrijgen. De absolute werking hiervan betekent niet dat je daadwerkelijk van de uitvinding op de hoogte behoort te zijn, maar dat het in theorie mogelijk was. Dit gaat dus zelfs zo ver, dat indien je het al aan iemand hebt verteld, je de uitvinding in de openbaarheid hebt gebracht en daarmee de nieuwheid van het product hebt geschaad. Vertel dus alleen over je uitvinding onder geheimhoudingsverklaring!

  • Op uitvinderswerkzaamheid berusten

Oftewel: inventiviteit. Inventiviteit in het octrooirecht betekent dat de uitvinding echt ‘verrassend’ moet zijn. Het moet iets nieuws behelzen en moet bovendien een bestaand technisch probleem oplossen ( artikel [2] en [6] Rijksoctrooiwet). Deze oplossing moet tevens niet al te veel voor de hand liggen. Er wordt hierbij uitgegaan van de kennis en kunde van de (gemiddelde) vakman.

  • Toepasbaar op het gebied van de nijverheid

Het octrooi dient te leiden tot een praktisch resultaat, dat voor de praktijk ook daadwerkelijk van belang is. De uitvinding moet dus toepasbaar zijn. Het doel van de uitvinding doet er niet toe, enkel het praktische resultaat is van belang.

Waarop heb je geen octrooirecht?

Er zijn een aantal uitzonderingen toepasselijk op hetgeen hierboven beschreven is. Zo komen onder meer ontdekkingen en computerprogramma’s niet voor een octrooi in aanmerking. Maar ook planten- of dierenrassen en uitvindingen die in strijd zijn met de openbare orde en goede zeden vallen onder niet octrooieerbare uitvindingen. Bij dit laatste moet je denken aan werkwijzen voor het klonen van mensen, het gebruik van menselijke embryo’s, et cetera.

Wanneer heb je octrooirecht?

Een octrooi op een uitvinding ontstaat niet vanzelf. Je moet hiertoe een octrooiaanvrage doen die vervolgens moet worden verleend door de desbetreffende octrooiverlenende instantie. Er zijn verschillende instanties in het leven geroepen en de procedure bij elk van deze instanties verschilt enigszins van elkaar. Het uitgangspunt is dat het octrooi voor elk land afzonderlijk verkregen dient te worden. Ten eerste bestaat de mogelijkheid een Europees octrooi te verkrijgen door middel van een aanvrage bij het Europees Octrooi Bureau. Hierbij worden alle Europese landen aangewezen waarin de uitvinder een octrooi zou willen verkrijgen. Deze aanvrage valt vervolgens uiteen in een bundel nationale octrooien. Het is dus niet mogelijk een uniform geldend Europees octrooi te verkrijgen, de verkregen octrooien worden beheerst door het desbetreffende nationale recht. Hiernaast bestaat de mogelijkheid om een Nederlands octrooi te verkrijgen op basis van de Rijksoctrooiwet. De aanvrage moet gedaan worden bij het Octrooicentrum Nederland. De eisen die aan de Nederlandse octrooiaanvrage gesteld worden verschillen niet van de voorwaarden die gesteld worden aan een Europese aanvrage. De procedure is wel anders. Er is bijvoorbeeld geen sprake van een vooronderzoek naar de geldigheid van de aanvrage, waar het Europees Octrooi Bureau wel in voorziet. Tot slot bestaat er nog een internationale mogelijkheid op basis van het Patent Cooperation Treaty (PCT). Hierbij wordt slechts één aanvrage gedaan waarbij de gewenste beschermde landen worden aangegeven. Ook hierbij wordt de internationale aanvrage gesplitst in evenzoveel nationale aanvragen als er landen zijn aangewezen, net als bij een Europees octrooi.

Wie heeft het octrooirecht?

Degene die een voortbrengsel heeft uitgevonden en een octrooiaanvrage heeft gedaan, is houder van het octrooirecht voor deze uitvinding indien het octrooi wordt verleend door de desbetreffende instantie. En ook al is de aanvrager niet de echte uitvinder, de aanvrager wordt toch gezien als de uitvinder. Het verlenen van een octrooi kan in sommige gevallen ongewenst zijn. Denk bijvoorbeeld aan een gestolen uitvinding waar een aanvrage voor wordt gedaan. Er bestaan daarom uitzonderingen die ervoor zorgen dat niet de aanvrager, maar de werkelijke rechthebbende het octrooi kan opeisen. Een van deze uitzonderingen is het recht van voorrang. Dit houdt in dat indien je een octrooiaanvrage hebt gedaan in een land, je binnen twaalf maanden in sommige andere landen een octrooi kan aanvragen voor dezelfde uitvinding. Je latere aanvrage krijgt dan dezelfde aanvraagdatum als de eerste. Deze voorrangsdatum is geldend en dus niet de datum van de werkelijke aanvrage.

Hoe lang duurt het octrooirecht?

Zoals al eerder aan de orde is gekomen is een octrooi altijd tijdelijk. Een octrooi duurt twintig jaar, te rekenen vanaf de aanvraagdatum. Voor geneesmiddelen kan een langere termijn gelden. Daarvoor moet de octrooihouder een aanvullend beschermingscertificaat aanvragen. Toch halen maar weinig octrooien deze maximale duur, omdat de uitvinder vaak tot de conclusie komt dat de inkomsten uit zijn uitvinding niet meer opwegen tegen het betalen van de jaarlijkse taksen.

Wat kan je met een octrooirecht?

Je kan als octrooihouder dus anderen bepaalde handelingen betreffende jouw octrooi verbieden. Het tijdelijke monopolie dat je als octrooihouder verkrijgt zorgt ervoor dat je het exclusieve recht hebt je uitvinding te exploiteren. Indien anderen dit ook willen moeten zij eerst jouw toestemming vragen en je kan hier bovendien (financiële) voorwaarden aan verbinden. Bij geoctrooieerde voortbrengselen heb je het exclusieve recht tot vervaardiging, verhandeling en gebruikmaking. Anderen dan de octrooihouder mogen zich hier niet zonder jouw toestemming aan wagen. Bij een geoctrooieerde werkwijze heb je het exclusieve recht tot toepassing van die werkwijze of hetgeen door de werkwijze rechtstreeks is verkregen de vervaardigen, verhandelen en gebruiken. Ook hier is altijd jouw toestemming nodig indien anderen hier iets mee willen doen. Let wel: voor het bepalen van de beschermingsomvang van een octrooi zijn de beschrijvingen in de conclusies van doorslaggevend belang.

Wanneer maak je inbreuk op een octrooirecht?

Je maakt inbreuk op andermans octrooirecht indien je hetgeen waar het octrooi betrekking op heeft zonder toestemming van de rechthebbende gebruikt, in het verkeer brengt, verder verkoopt, verhuurt, aflevert of op andere manier verhandelt. Ook het enkel in voorraad hebben is inbreukmakend. Bovendien maak je inbreuk indien je een van voorgenoemde handelingen voor een ander doet. Ook het gebruik van enkel een wezenlijk bestanddeel van de uitvinding kan leiden tot een -indirecte- inbreuk. Kortom: vervaardiging, verhandeling en gebruik zonder toestemming is verboden en doe je dit wel, dan is sprake van inbreuk en ben je aansprakelijk.

Uitzonderingen

Niet alle handelingen leveren een inbreuk op andermans octrooirecht op. Indien bijvoorbeeld een uitvinding rechtmatig -dus zonder dat er sprake is van octrooi-inbreuk- in het verkeer is gebracht (bijvoorbeeld door de octrooihouder zelf), kan verdere verhandeling en gebruik door een ander dan de octrooihouder niet meer worden belet. Dit is de zogenoemde uitputtingsregel. Tevens kun je onderzoekshandelingen verrichten die betrekking hebben op een geoctrooieerde voortbrengsel / werkwijze, zonder dat er sprake is van inbreuk. Dit moet dan wel een bepaald, in de wet omschreven, doel diene. Dit wordt de onderzoeksexceptie genoemd.

FAQ

Ik heb een uitvinding gedaan op mijn werk, mag mijn werkgever octrooi aanvragen?

In beginsel heb je zelf aanspraak op het octrooi als je een uitvinding hebt gedaan. Dat is anders wanneer de aard van je dienstbetrekking meebrengt dat je dergelijke uitvindingen doet. Als je bijvoorbeeld op de Research&Development afdeling van Philips werkt en je vindt een nieuw soort gloeilamp uit, dan heeft Philips recht op het octrooi. Ze zijn wel verplicht om de naam van de oorspronkelijke uitvinder op het octrooi te vermelden en je hebt als uitvinder recht op een billijke vergoeding. Die billijke vergoeding is meestal echter al opgenomen in het loon. Bovenstaande geldt niet alleen voor dienstbetrekkingen maar ook voor stages en traineeships. Als je bijvoorbeeld advocaat bent en je vindt dezelfde gloeilamp uit, dan heb je wel zelf recht op het octrooi, de uitvinding volgt dan niet uit de aard van de dienstbetrekking.

Ik wil octrooi aanvragen op een uitvinding, hoe doe ik dat?

Het is heel moeilijk om te beoordelen of een bepaale uitvinding vatbaar is voor octrooi. Zelfs de meeste advocaten kunnen dat niet beoordelen. Als je denkt dat je uitvinding octrooieerbaar is, kan je het beste advies inwinnen bij een octrooigemachtigde.

Is pokeren een kansspel?

Het organiseren van kansspelen is in principe verboden op grond van de Wet op de Kansspelen. Alleen vergunninghouders, zoals de Lotto en Holland Casino, mogen dit soort spelen aanbieden aan het publiek. De reden hiervoor is dat het spelen van kansspelen, oftewel gokken, schadelijke neveneffecten kan hebben zoals verslaving. Een kansspel houdt in dat men het publiek gelegenheid geeft om een prijs te winnen en de aanwijzing van de winnaar geschiedt door een kansbepaling waarop de deelnemers geen overwegende invloed kunnen uitoefenen. Dat betekent dat bepalend is of het resultaat dat de grote meerderheid van de spelers in de prakijk bij het spel behaalt van toeval afhangt. Iets kan natuurlijk nooit een kansspel zijn wanneer je geen prijzen kan winnen.

Aanbieden en reclame maken

De Wet op de Kansspelen verbiedt het zonder vergunning gelegenheid geven om mee te dingen naar prijzen, dat is dus het aanbieden van een kansspel. Het is echter ook verboden om de deelneming aan illegale of buitenlandse kansspelen te bevorderen, daaronder wordt verstaan het maken van reclame voor de kansspelen of het plaatsen van hyperlinks en banners naar gokwebsites.

Kansspelen op internet

De Hoge Raad heeft bepaald dat van gelegenheid geven tot deelname aan kansspelen in Nederland al sprake is wanneer via internet toegang wordt geboden aan potentiele deelnemers in Nederland. Het moet dan wel gaan om een mede op Nederland gerichte website. Een website is gericht op Nederland als hij bijvoorbeeld in de Nederlandse taal is opgesteld of als Nederland vermeld is in een lijst van landen van waaruit aan de aangeboden kansspelen kan worden deelgenomen. Dat betekent dat wanneer een gokwebsite direct in Nederland toegankelijk is er al sprake is van ‘gelegenheid geven tot deelname’ in de zin van de Wet op de Kansspelen. Aangezien er volgens de wet geen vergunningen kunnen worden gegeven voor kansspelen via internet, dienen via internet in Nederland toegankelijke gokwebsites altijd als illegaal te worden beschouwd. Het feit dat een organisatie in het buitenland gevestigd is en daar wel over een vergunning beschikt maakt daarvoor niet uit.

Uitzonderingen

Om kansspelen aan te mogen bieden heb je dus op basis van de Wet op de Kansspelen een vergunning nodig. Er zijn echter 2 uitzonderingen waarbij het niet nodig is om een vergunning te hebben.

  • De eerste uitzondering is de situatie dat gelegenheid wordt gegeven tot deelname aan een kansspel waarbij geen (al dan niet verkapte) prijzen worden uitgeloofd. In feite is dan namelijk geen sprake van een kansspel in de zin van de wet.
  • De tweede uitzondering is wat lastiger. Het betreft de situatie dat de gelegenheid tot deelname aan een kansspel niet voor het publiek is opengesteld en ook niet bedrijfsmatig wordt gegeven. Deze uitzondering gaat bijvoorbeeld over het organiseren van een pokertoernooi met vrienden.

Een promotioneel kansspel aanbieden

De overheid heeft echter ingezien dat er bij marktpartijen soms behoefte bestaat om onder strikte voorwaarden kansspelen te organiseren ten behoeve van de promotie van het eigen bedrijf. Je moet dan bijvoorbeeld denken aan winacties op bij televisieprogramma’s of een loterij bij de plaatselijke buurtsuper. Op 1 januari 2006 is er daarom speciaal voor dit soort kansspelen een zogenoemd ‘nee, tenzij-regime’ ingevoerd. Dit komt er op neer dat het organiseren en aanbieden van promotionele kansspelen is verboden, tenzij men voldoet aan bepaalde regels. Deze regels zijn neergelegd in de Gedragscode Promotionele Kansspelen. Als men zich houdt aan de regels van de Gedragscode, dan mag zo een kansspel worden aangeboden. Maar uitsluitend ter promotie van een product, dienst of organisatie. Het is dus te allen tijde verboden om een kansspel aan te bieden als zelfstandige activiteit. De Gedragscode geeft gedetailleerde regels waaraan men moet voldoen. Zo mag een promotioneel kansspel per product, dienst of organisatie bijvoorbeeld maar éénmaal per jaar worden georganiseerd en mag het prijzengeld in totaal niet meer bedragen dan € 100.000,- per jaar. Ook mag de aanbieder geen kosten in rekening brengen bij de deelnemer, behalve zeer beperkte communicatiekosten. Een belangrijke verplichting is om een spelvoorwaarden op te stellen zodat de deelnemers aan het promotioneel kansspel precies weten wat de regels zijn. De Gedragscode geeft een lijst van punten die in dat soort voorwaarden moeten worden opgenomen. De verplichtingen die de Gedragscode oplegt, zijn iets soepeler indien men een zogenoemd klein promotioneel kansspel aanbiedt. Dat is het geval indien het totale prijzengeld niet meer bedraag dan € 4.500,-.

Veelgestelde vragen

Is pokeren een kansspel?

Zoals hierboven al opgemerkt, is een kansspel een spel waarbij de aanwijzing van de winnaar geschiedt door kansbepaling waarop de deelnemer geen overwegende invloed heeft. Maar wanneer is daar nu sprake van? Dat is niet altijd een makkelijke vraag. Wanneer iemand een dobbelsteen gooit, kan diegene er geen invloed op uitoefenen hoeveel ogen men gooit, tenzij men vals speelt. Maar er zijn veel mensen die beweren dat bij het pokerspel de speler wel veel invloed heeft op de uitkomst en dat het kanselement in ieder geval geen overwegende factor is bij het bepalen van de winnaar. Toch gaan de wetgever en de rechter ervan uit dat poker een kansspel is. Het organiseren van een pokertoernooi in een gelegenheid die openstaat voor het publiek is dus niet toegestaan.

Mag ik krasloten uitgeven?

Ook indien een promotioneel kansspel wordt georganiseerd waarbij aan alle regels uit de Gedragscode wordt voldaan, mag men geen krasloten gebruiken. Er is slechts één rechtspersoon die dat mag doen, Stichting de Nationale Sporttotalisator.

Hoe verkrijg ik een merkrecht?

Het merkenrecht dient om te voorkomen dat je als consument in verwarring raakt over de herkomst van producten of diensten en om te voorkomen dat concurrenten oneerlijk profiteren van de reputatie van een merk. Niet alleen grote internationale ondernemingen kunnen belang hebben bij een merkrecht. Ook een zelfstandige ondernemer of de bakker om de hoek kan een merkrecht hebben. Er kan een merkrecht rusten op woorden, afbeeldingen, vormen, kleuren, slogans etc.

Algemeen

Waarop kan je een merkrecht hebben?

Merkrecht kan je krijgen op tekens die dienen om de waren of diensten van een onderneming te onderscheiden. Het kan dan gaan om een of meerdere woorden (zoals Coolbest of Douwe Egberts) , een afbeelding (denk aan het logo van Shell), een zin of slogan (zoals Steeds verrassend altijd voordelig) of een vorm (denk aan de Toblerone-reep). Zelfs een geluid of kleur kan merkenrechtelijk beschermd worden. Belangrijkste vereiste is dat het merk onderscheidend vermogen heeft. Dat betekent dat de consument in staat moet kunnen zijn om de waren of diensten die onder het merk aangeboden worden te onderscheiden van die van andere ondernemingen. Daarnaast moet het teken grafisch kunnen worden voorgesteld. Dat is belangrijk omdat het merk geregistreerd wordt. Derden kunnen dan in het merkenregister nagaan of een bepaald teken beschermd is.

Waarop niet?

Niet alle tekens kunnen als merk worden ingeschreven. Over het algemeen wordt inschrijving geweigerd als het merk:

  • Niet grafisch worden voorgesteld. Een geur kan bijvoorbeeld geen merk zijn, maar een kleur wel.
  • Geen onderscheidend vermogen heeft. Een merk dat heel beschrijvend is, zoals ‘telefoongids’ kan niet beschermd worden.
  • In strijd is met de goede zeden of openbare orde. Scheldwoorden kan je dus niet als merk inschrijven.
  • Zou kunnen leiden tot misleiding van het publiek. Het merk ‘Trappistenbrood’ kan je dus niet registreren als het gaat om brood dat niet uit een Trappistenklooster komt.
  • Een geografische aanduiding bevat van de herkomst van wijnen en spiritualiën, die niet afkomstig zijn uit het als zodanig gebruikte gebied. Denk aan gebruik van het woord Champagne voor Zuid-Afrikaanse sprankelende wijn; of
  • Al door een ander is ingeschreven en ook als zodanig wordt gebruikt.

Wanneer heb je een merkrecht?

Het recht op een merk kan je alleen krijgen door het merk in te schrijven. Dat kan je doen voor de Benelux met een beneluxdepot, voor de hele Europese Gemeenschap met een gemeenschapsdepot of voor een aantal landen van de wereld met een internationale inschrijving. Het gebruiken van een teken als aanduiding voor waren of diensten is dus niet voldoende. Het inschrijven van een merk kost geld. De kosten verschillen per soort inschrijving. Kijk voor meer informatie over registratie voor de Benelux op de website van het BBIE, voor meer informatie over registratie voor de Europese Gemeenschap op de website van het OHIM, en voor meer informatie over internationale registratie op de website van de WIPO.

Wie heeft het merkrecht?

Degene die het merk als eerste registreert verkrijgt het merkrecht. In het merkenregister kan je opzoeken wie de rechthebbende is op een merk.

Hoe lang duurt het merkrecht?

In principe kan de duur van het merkenrecht eeuwig zijn. De geldigheidsduur van de inschrijving van een Beneluxmerk is 10 jaar, te rekenen vanaf de datum van het depot. Het kan echter onbeperkt elke keer opnieuw met 10 jaar worden vernieuwd.

Wat kan je ermee?

Als merkhouder heb je het exclusieve recht om je merk te gebruiken in het economisch verkeer. Je kan dan ook optreden tegen inbreuk op je merkrecht door derden. Daarnaast kan je je merkrecht exploiteren door licenties te verlenen aan anderen om het merk te gebruiken of door het merkrecht over te dragen aan een ander.

Wanneer maak je inbreuk?

Er zijn vier situaties die inbreuk op een merk opleveren, voor meer informatie hierover zie de pagina over merkinbreuk.

Uitzonderingen

Een merkhouder kan niet altijd optreden tegen inbreuk op zijn merkrecht. Er zijn een aantal uitzonderingen opgenomen in de merkenwetgeving. Zo kan de merkhouder zich niet verzetten tegen:

  • gebruik van iemands eigen naam of adres.
  • gebruik van aanduidingen van soort, kwaliteit, hoeveelheid, bestemming, waarde of andere kenmerken van de waren.
  • gebruik dat nodig is als aanduiding van de bestemming van de waar. Dat is bijvoorbeed het geval bij accesoires of onderdelen. Je mag dus het merk Gilette gebruiken om aan te duiden dat bepaalde mesjes passen in het scheersysteem van Gilette.

Daarnaast kan de merkhouder zich niet meer verzetten tegen gebruik van zijn merk wanneer zijn recht is uitgeput.

F.A.Q.

Ik wil mijn merk wijzigen, behoud ik dan mijn merkrecht?

Het is niet mogelijk om tijdens de looptijd van een inschrijving of bij vernieuwing ervan een merk te wijzigen, bijvoorbeeld ter modernisatie ervan. Daartoe is een nieuw depot nodig.

Kan mijn merkrecht ook vervallen?

Een merkrecht kan op verschillende manieren vervallen, bijvoorbeeld indien het niet wordt verlengd. Ook vervalt een Beneluxmerk indien het gedurende een tijdvak van 5 jaar niet gebruikt wordt door de merkhouder. Daarnaast kan een woordmerk een soortnaam worden, zoals bijvoorbeeld gebeurd is met Aspirine en Luxaflex. Ook dan kan je geen bescherming meer inroepen voor je merk.

Ik doe vergelijkend warenonderzoek, moet ik de merken afplakken?

Als je het merk gebruikt bij vergelijkend warenonderzoek, zal dat waarschijnlijk geoorloofd zijn. Gebruik voor een vergelijkend warenonderzoek kan namelijk vallen onder een ‘geldige reden’ (zie [merkinbreuk]. Wel moet je oppassen dat je zorgvuldig vergelijkt en geen afbreuk doet aan de reputatie van het merk of verwarring veroorzaakt met andere merken.

Ik wil een (staats)vlag gebruiken op mijn product, mag dit?

Vlaggen, wapens of staatsemblemen kan je niet als merk inschrijven. In de praktijk betekent dit dat u wel een merk dat een vlag bevat mag gebruiken, maar niet kan inschrijven in het merkenregister en dus ook niet kunt beschermen tegen anderen de dezelfde vlag gebruiken.

Ik wil een kunstwerk maken waarin ik bekende merken gebruik, mag dat?

Kunstenaars maken soms gebruik van merken in hun kunstwerken. Binnen het merkenrecht gelden er echter behoorlijk strenge regels die ervoor zorgen dat merken daartegen worden beschermd. Kunstuitingen moeten aan dezelfde regels voldoen als alle andere vormen van merkgebruik. Onder het kopje merkinbreuk wordt uitgebreid uitgelegd wanneer je precies inbreuk maakt.

Mijn domeinnaam bevat een merk, mag dat?

Een domeinnaam registreren die het merk van een ander bevat zal al snel merkinbreuk opleveren. Kijk voor meer informatie op de pagina over domeinnamen.

Mag ik andermans merk als metatag of adword gebruiken?

Het gebruik van een merk als metatag of adword zal onder omstandigheden merkinbreuk opleveren. Kijk voor meer informatie op de pagina over metatags en de pagina over adwords.

Ik wil mijn merk wijzigen, behoud ik dan mijn merkrecht?

Het merkenrecht dient om te voorkomen dat je als consument in verwarring raakt over de herkomst van producten of diensten en om te voorkomen dat concurrenten oneerlijk profiteren van de reputatie van een merk. Niet alleen grote internationale ondernemingen kunnen belang hebben bij een merkrecht. Ook een zelfstandige ondernemer of de bakker om de hoek kan een merkrecht hebben. Er kan een merkrecht rusten op woorden, afbeeldingen, vormen, kleuren, slogans etc.

Algemeen

Waarop kan je een merkrecht hebben?

Merkrecht kan je krijgen op tekens die dienen om de waren of diensten van een onderneming te onderscheiden. Het kan dan gaan om een of meerdere woorden (zoals Coolbest of Douwe Egberts) , een afbeelding (denk aan het logo van Shell), een zin of slogan (zoals Steeds verrassend altijd voordelig) of een vorm (denk aan de Toblerone-reep). Zelfs een geluid of kleur kan merkenrechtelijk beschermd worden. Belangrijkste vereiste is dat het merk onderscheidend vermogen heeft. Dat betekent dat de consument in staat moet kunnen zijn om de waren of diensten die onder het merk aangeboden worden te onderscheiden van die van andere ondernemingen. Daarnaast moet het teken grafisch kunnen worden voorgesteld. Dat is belangrijk omdat het merk geregistreerd wordt. Derden kunnen dan in het merkenregister nagaan of een bepaald teken beschermd is.

Waarop niet?

Niet alle tekens kunnen als merk worden ingeschreven. Over het algemeen wordt inschrijving geweigerd als het merk:

  • Niet grafisch worden voorgesteld. Een geur kan bijvoorbeeld geen merk zijn, maar een kleur wel.
  • Geen onderscheidend vermogen heeft. Een merk dat heel beschrijvend is, zoals ‘telefoongids’ kan niet beschermd worden.
  • In strijd is met de goede zeden of openbare orde. Scheldwoorden kan je dus niet als merk inschrijven.
  • Zou kunnen leiden tot misleiding van het publiek. Het merk ‘Trappistenbrood’ kan je dus niet registreren als het gaat om brood dat niet uit een Trappistenklooster komt.
  • Een geografische aanduiding bevat van de herkomst van wijnen en spiritualiën, die niet afkomstig zijn uit het als zodanig gebruikte gebied. Denk aan gebruik van het woord Champagne voor Zuid-Afrikaanse sprankelende wijn; of
  • Al door een ander is ingeschreven en ook als zodanig wordt gebruikt.

Wanneer heb je een merkrecht?

Het recht op een merk kan je alleen krijgen door het merk in te schrijven. Dat kan je doen voor de Benelux met een beneluxdepot, voor de hele Europese Gemeenschap met een gemeenschapsdepot of voor een aantal landen van de wereld met een internationale inschrijving. Het gebruiken van een teken als aanduiding voor waren of diensten is dus niet voldoende. Het inschrijven van een merk kost geld. De kosten verschillen per soort inschrijving. Kijk voor meer informatie over registratie voor de Benelux op de website van het BBIE, voor meer informatie over registratie voor de Europese Gemeenschap op de website van het OHIM, en voor meer informatie over internationale registratie op de website van de WIPO.

Wie heeft het merkrecht?

Degene die het merk als eerste registreert verkrijgt het merkrecht. In het merkenregister kan je opzoeken wie de rechthebbende is op een merk.

Hoe lang duurt het merkrecht?

In principe kan de duur van het merkenrecht eeuwig zijn. De geldigheidsduur van de inschrijving van een Beneluxmerk is 10 jaar, te rekenen vanaf de datum van het depot. Het kan echter onbeperkt elke keer opnieuw met 10 jaar worden vernieuwd.

Wat kan je ermee?

Als merkhouder heb je het exclusieve recht om je merk te gebruiken in het economisch verkeer. Je kan dan ook optreden tegen inbreuk op je merkrecht door derden. Daarnaast kan je je merkrecht exploiteren door licenties te verlenen aan anderen om het merk te gebruiken of door het merkrecht over te dragen aan een ander.

Wanneer maak je inbreuk?

Er zijn vier situaties die inbreuk op een merk opleveren, voor meer informatie hierover zie de pagina over merkinbreuk.

Uitzonderingen

Een merkhouder kan niet altijd optreden tegen inbreuk op zijn merkrecht. Er zijn een aantal uitzonderingen opgenomen in de merkenwetgeving. Zo kan de merkhouder zich niet verzetten tegen:

  • gebruik van iemands eigen naam of adres.
  • gebruik van aanduidingen van soort, kwaliteit, hoeveelheid, bestemming, waarde of andere kenmerken van de waren.
  • gebruik dat nodig is als aanduiding van de bestemming van de waar. Dat is bijvoorbeed het geval bij accesoires of onderdelen. Je mag dus het merk Gilette gebruiken om aan te duiden dat bepaalde mesjes passen in het scheersysteem van Gilette.

Daarnaast kan de merkhouder zich niet meer verzetten tegen gebruik van zijn merk wanneer zijn recht is uitgeput.

F.A.Q.

Ik wil mijn merk wijzigen, behoud ik dan mijn merkrecht?

Het is niet mogelijk om tijdens de looptijd van een inschrijving of bij vernieuwing ervan een merk te wijzigen, bijvoorbeeld ter modernisatie ervan. Daartoe is een nieuw depot nodig.

Kan mijn merkrecht ook vervallen?

Een merkrecht kan op verschillende manieren vervallen, bijvoorbeeld indien het niet wordt verlengd. Ook vervalt een Beneluxmerk indien het gedurende een tijdvak van 5 jaar niet gebruikt wordt door de merkhouder. Daarnaast kan een woordmerk een soortnaam worden, zoals bijvoorbeeld gebeurd is met Aspirine en Luxaflex. Ook dan kan je geen bescherming meer inroepen voor je merk.

Ik doe vergelijkend warenonderzoek, moet ik de merken afplakken?

Als je het merk gebruikt bij vergelijkend warenonderzoek, zal dat waarschijnlijk geoorloofd zijn. Gebruik voor een vergelijkend warenonderzoek kan namelijk vallen onder een ‘geldige reden’ (zie [merkinbreuk]. Wel moet je oppassen dat je zorgvuldig vergelijkt en geen afbreuk doet aan de reputatie van het merk of verwarring veroorzaakt met andere merken.

Ik wil een (staats)vlag gebruiken op mijn product, mag dit?

Vlaggen, wapens of staatsemblemen kan je niet als merk inschrijven. In de praktijk betekent dit dat u wel een merk dat een vlag bevat mag gebruiken, maar niet kan inschrijven in het merkenregister en dus ook niet kunt beschermen tegen anderen de dezelfde vlag gebruiken.

Ik wil een kunstwerk maken waarin ik bekende merken gebruik, mag dat?

Kunstenaars maken soms gebruik van merken in hun kunstwerken. Binnen het merkenrecht gelden er echter behoorlijk strenge regels die ervoor zorgen dat merken daartegen worden beschermd. Kunstuitingen moeten aan dezelfde regels voldoen als alle andere vormen van merkgebruik. Onder het kopje merkinbreuk wordt uitgebreid uitgelegd wanneer je precies inbreuk maakt.

Mijn domeinnaam bevat een merk, mag dat?

Een domeinnaam registreren die het merk van een ander bevat zal al snel merkinbreuk opleveren. Kijk voor meer informatie op de pagina over domeinnamen.

Mag ik andermans merk als metatag of adword gebruiken?

Het gebruik van een merk als metatag of adword zal onder omstandigheden merkinbreuk opleveren. Kijk voor meer informatie op de pagina over metatags en de pagina over adwords.

Ik doe vergelijkend warenonderzoek, moet ik de merken afplakken?

Het merkenrecht dient om te voorkomen dat je als consument in verwarring raakt over de herkomst van producten of diensten en om te voorkomen dat concurrenten oneerlijk profiteren van de reputatie van een merk. Niet alleen grote internationale ondernemingen kunnen belang hebben bij een merkrecht. Ook een zelfstandige ondernemer of de bakker om de hoek kan een merkrecht hebben. Er kan een merkrecht rusten op woorden, afbeeldingen, vormen, kleuren, slogans etc.

Algemeen

Waarop kan je een merkrecht hebben?

Merkrecht kan je krijgen op tekens die dienen om de waren of diensten van een onderneming te onderscheiden. Het kan dan gaan om een of meerdere woorden (zoals Coolbest of Douwe Egberts) , een afbeelding (denk aan het logo van Shell), een zin of slogan (zoals Steeds verrassend altijd voordelig) of een vorm (denk aan de Toblerone-reep). Zelfs een geluid of kleur kan merkenrechtelijk beschermd worden. Belangrijkste vereiste is dat het merk onderscheidend vermogen heeft. Dat betekent dat de consument in staat moet kunnen zijn om de waren of diensten die onder het merk aangeboden worden te onderscheiden van die van andere ondernemingen. Daarnaast moet het teken grafisch kunnen worden voorgesteld. Dat is belangrijk omdat het merk geregistreerd wordt. Derden kunnen dan in het merkenregister nagaan of een bepaald teken beschermd is.

Waarop niet?

Niet alle tekens kunnen als merk worden ingeschreven. Over het algemeen wordt inschrijving geweigerd als het merk:

  • Niet grafisch worden voorgesteld. Een geur kan bijvoorbeeld geen merk zijn, maar een kleur wel.
  • Geen onderscheidend vermogen heeft. Een merk dat heel beschrijvend is, zoals ‘telefoongids’ kan niet beschermd worden.
  • In strijd is met de goede zeden of openbare orde. Scheldwoorden kan je dus niet als merk inschrijven.
  • Zou kunnen leiden tot misleiding van het publiek. Het merk ‘Trappistenbrood’ kan je dus niet registreren als het gaat om brood dat niet uit een Trappistenklooster komt.
  • Een geografische aanduiding bevat van de herkomst van wijnen en spiritualiën, die niet afkomstig zijn uit het als zodanig gebruikte gebied. Denk aan gebruik van het woord Champagne voor Zuid-Afrikaanse sprankelende wijn; of
  • Al door een ander is ingeschreven en ook als zodanig wordt gebruikt.

Wanneer heb je een merkrecht?

Het recht op een merk kan je alleen krijgen door het merk in te schrijven. Dat kan je doen voor de Benelux met een beneluxdepot, voor de hele Europese Gemeenschap met een gemeenschapsdepot of voor een aantal landen van de wereld met een internationale inschrijving. Het gebruiken van een teken als aanduiding voor waren of diensten is dus niet voldoende. Het inschrijven van een merk kost geld. De kosten verschillen per soort inschrijving. Kijk voor meer informatie over registratie voor de Benelux op de website van het BBIE, voor meer informatie over registratie voor de Europese Gemeenschap op de website van het OHIM, en voor meer informatie over internationale registratie op de website van de WIPO.

Wie heeft het merkrecht?

Degene die het merk als eerste registreert verkrijgt het merkrecht. In het merkenregister kan je opzoeken wie de rechthebbende is op een merk.

Hoe lang duurt het merkrecht?

In principe kan de duur van het merkenrecht eeuwig zijn. De geldigheidsduur van de inschrijving van een Beneluxmerk is 10 jaar, te rekenen vanaf de datum van het depot. Het kan echter onbeperkt elke keer opnieuw met 10 jaar worden vernieuwd.

Wat kan je ermee?

Als merkhouder heb je het exclusieve recht om je merk te gebruiken in het economisch verkeer. Je kan dan ook optreden tegen inbreuk op je merkrecht door derden. Daarnaast kan je je merkrecht exploiteren door licenties te verlenen aan anderen om het merk te gebruiken of door het merkrecht over te dragen aan een ander.

Wanneer maak je inbreuk?

Er zijn vier situaties die inbreuk op een merk opleveren, voor meer informatie hierover zie de pagina over merkinbreuk.

Uitzonderingen

Een merkhouder kan niet altijd optreden tegen inbreuk op zijn merkrecht. Er zijn een aantal uitzonderingen opgenomen in de merkenwetgeving. Zo kan de merkhouder zich niet verzetten tegen:

  • gebruik van iemands eigen naam of adres.
  • gebruik van aanduidingen van soort, kwaliteit, hoeveelheid, bestemming, waarde of andere kenmerken van de waren.
  • gebruik dat nodig is als aanduiding van de bestemming van de waar. Dat is bijvoorbeed het geval bij accesoires of onderdelen. Je mag dus het merk Gilette gebruiken om aan te duiden dat bepaalde mesjes passen in het scheersysteem van Gilette.

Daarnaast kan de merkhouder zich niet meer verzetten tegen gebruik van zijn merk wanneer zijn recht is uitgeput.

F.A.Q.

Ik wil mijn merk wijzigen, behoud ik dan mijn merkrecht?

Het is niet mogelijk om tijdens de looptijd van een inschrijving of bij vernieuwing ervan een merk te wijzigen, bijvoorbeeld ter modernisatie ervan. Daartoe is een nieuw depot nodig.

Kan mijn merkrecht ook vervallen?

Een merkrecht kan op verschillende manieren vervallen, bijvoorbeeld indien het niet wordt verlengd. Ook vervalt een Beneluxmerk indien het gedurende een tijdvak van 5 jaar niet gebruikt wordt door de merkhouder. Daarnaast kan een woordmerk een soortnaam worden, zoals bijvoorbeeld gebeurd is met Aspirine en Luxaflex. Ook dan kan je geen bescherming meer inroepen voor je merk.

Ik doe vergelijkend warenonderzoek, moet ik de merken afplakken?

Als je het merk gebruikt bij vergelijkend warenonderzoek, zal dat waarschijnlijk geoorloofd zijn. Gebruik voor een vergelijkend warenonderzoek kan namelijk vallen onder een ‘geldige reden’ (zie [merkinbreuk]. Wel moet je oppassen dat je zorgvuldig vergelijkt en geen afbreuk doet aan de reputatie van het merk of verwarring veroorzaakt met andere merken.

Ik wil een (staats)vlag gebruiken op mijn product, mag dit?

Vlaggen, wapens of staatsemblemen kan je niet als merk inschrijven. In de praktijk betekent dit dat u wel een merk dat een vlag bevat mag gebruiken, maar niet kan inschrijven in het merkenregister en dus ook niet kunt beschermen tegen anderen de dezelfde vlag gebruiken.

Ik wil een kunstwerk maken waarin ik bekende merken gebruik, mag dat?

Kunstenaars maken soms gebruik van merken in hun kunstwerken. Binnen het merkenrecht gelden er echter behoorlijk strenge regels die ervoor zorgen dat merken daartegen worden beschermd. Kunstuitingen moeten aan dezelfde regels voldoen als alle andere vormen van merkgebruik. Onder het kopje merkinbreuk wordt uitgebreid uitgelegd wanneer je precies inbreuk maakt.

Mijn domeinnaam bevat een merk, mag dat?

Een domeinnaam registreren die het merk van een ander bevat zal al snel merkinbreuk opleveren. Kijk voor meer informatie op de pagina over domeinnamen.

Mag ik andermans merk als metatag of adword gebruiken?

Het gebruik van een merk als metatag of adword zal onder omstandigheden merkinbreuk opleveren. Kijk voor meer informatie op de pagina over metatags en de pagina over adwords.

Hoe lang/groot mag een citaat zijn?

Citeren is het letterlijk overnemen van een gedeelte van een werk van een ander. Het citaatrecht wordt geregeld in art. 15a van de Auteurswet. Het is een van de uitzonderingen op het auteursrecht van de maker, dat wil zeggen het recht van de maker iets openbaar te maken of te verveelvoudigen art.1 Aw. Bij het citeren moet wel aan een aantal vereisten worden voldaan. Ten eerste mag citeren alleen als dit gebeurt voor een bepaald doel. De Auteurswet noemt een aankondiging (bijvoorbeeld een aankondiging van het uitkomen van het nieuwe boek van Nicci French), een beoordeling (bijvoorbeeld een kritische beoordeling van dit boek), polemiek (een schriftelijke discussie), een wetenschappelijke verhandeling (bijvoorbeeld het aanhalen van een tekst uit eerder onderzoek om je eigen onderzoek te ondersteunen) en een uiting met een vergelijkbaar doel als geoorloofde doeleinden voor een citaat. Ten tweede moet het citaat proportioneel zijn. Dit betekent dat je niet meer mag overnemen dan dat je werkelijk nodig hebt voor jouw werk. Je mag dus bijvoorbeeld niet meerdere hoofdstukken van een boek overnemen met als doel een beoordeling van dat boek te geven. Ten derde moet je de bron, waaronder de naam van de maker, duidelijk vermelden. Verder is het alleen toegestaan te citeren uit gepubliceerde bronnen. Wordt er niet aan deze eisen voldaan, dan moet je toestemming aan de maker van het werk vragen om het werk te mogen gebruiken.

Tekstcitaat, beeldcitaat en geluidscitaat

Bovenstaande voorwaarden gelden voor zowel een tekstcitaat, een beeldcitaat als een geluidscitaat. Bij het voorbeeld van de aankondiging van het boek van Nicci French mag je dus een relevante passage uit het boek overnemen. Een (gedeelte) van een afbeelding (bijvoorbeeld een foto of tekening) mag je overnemen om dat beeld te bespreken. Maar je mag dit beeld niet overnemen enkel ter verfraaiing van je werk. Ook een geluidsfragment (bijvoorbeeld een stukje muziek) mag in dit kader worden overgenomen.

Veelgestelde vragen

Hoe duid ik een citaat aan?

Een citaat wordt aangeduid door de betreffende tekst tussen aanhalingstekens te plaatsen. Dit gebeurt op deze manier: ‘‘…’’ Daarnaast moet de bron waar de tekst of de afbeelding van afkomstig is duidelijk worden vermeld. Bij een citaat waarin gedeelten worden weggelaten worden die gedeelten op de volgende manier aangeduid: (…)

Hoe lang/groot mag een citaat zijn?

Er bestaat geen vaste regel voor de lengte/grootte van een citaat. Bij ieder afzonderlijk citaat zal er moeten worden gekeken voor welk doel er wordt geciteerd en hoeveel je werkelijk nodig hebt voor jouw werk. Dit kan dus bij ieder citaat anders uitpakken.

Wat gebeurt er als ik me niet aan alle vereisten houd?

Als je citeert zonder een geoorloofd doel, het citaat niet proportioneel is of je geen bron vermeldt, schend je het auteursrecht van de maker. Deze schending is onrechtmatig en als er hierdoor schade is ontstaan moet je die vergoeden. Het opzettelijk schenden van een auteursrecht is zelfs strafbaar. Bovendien wordt citeren zonder daarbij de bron te vermelden gezien als plagiaat (diefstal van intellectueel eigendom). Door je eigen naam op het werk te vermelden en zo aannemelijk te maken dat jij de maker bent van het werk, pleeg je een strafbaar feit. Dit is strafbaar gesteld bij wet in art. 326b Sr.

Wanneer is sprake van een “portret”?

Wanneer een fotograaf een foto neemt, heeft hij in beginsel auteursrecht op de door hem gemaakte foto. Wanneer een fotograaf een foto maakt van een andere persoon wordt zijn auteursrecht op deze foto enigszins ingeperkt. De gefotografeerde persoon heeft namelijk ook rechten op de foto die van hem gemaakt is. Deze rechten vallen onder zijn portretrecht.

Wanneer is sprake van een “portret”?

Wanneer precies sprake is van een portret staat niet in de wet omschreven, maar is in de rechtspraak uitgewerkt. Onder portret vallen in ieder geval (maar niet uitsluitend):

  • Duidelijk herkenbare foto’s van personen;
  • Een typerende lichaamshouding;
  • Een (afgeblokt) persoon op de televisie inclusief zijn stem;
  • Karikaturen of spotprenten;
  • Geboetseerde en gebeeldhouwde portretten.

Portret in opdracht of niet in opdracht

Er zijn twee situaties te onderscheiden die van belang zijn voor uitleg over portretrecht.

  • De situatie waarin er opdracht gegeven is tot het maken van het portret. Hierop is artikel 19 Auteurswet van toepassing.
  • De situatie waarin geen opdracht tot maken van het portret is gegeven. Hierop is artikel 21 Auteurswet van toepassing.

Portret in opdracht

Allereerst is er de situatie dat een persoon opdracht heeft gegeven tot het maken van een foto van hemzelf. Denk hierbij aan een fotograaf die is ingehuurd om een foto van een bruidspaar te maken, of een model dat de fotograaf opdracht geeft om een foto van hem/haar te maken ter aanvulling van zijn/haar portfolio. Deze persoon wiens portret in opdracht is gemaakt, heeft het recht tot verveelvoudigen van zijn foto ook zonder dat de auteursrechthebbende van de foto (de fotograaf) daar toestemming voor geeft. Onder verveelvoudigen valt het (foto) kopiëren van het portret, en/ of het overschilderen van het portret. Wanneer het een portret betreft waar ook anderen op staan afgebeeld, dan is voor het verveelvoudigen hun toestemming vereist. Alleen het verveelvoudigen van het portret is toegestaan zonder toestemming van de fotograaf, maar niet openbaarmaking van de foto. Openbaarmaking mag wel zonder toestemming in het kader van het recht om ten toon te stellen door de portret rechthebbende. Net zoals de portretrechthebbende zijn foto niet openbaar mag maken zonder toestemming van de fotograaf, mag de fotograaf de foto niet openbaar maken zonder toestemming van de geportretteerde. De fotograaf mag het portret wel verveelvoudigen zonder toestemming van de geportretteerde.

Portret niet in opdracht

Nu is er ook de situatie dat iemand niet weet dat er een foto van hem gemaakt wordt, of dat iemand weliswaar geen opdracht tot het maken van de foto geeft, maar wel vrijwillig poseert voor de foto. In dit geval heeft de gefotografeerde geen rechten. De fotograaf zal zijn foto mogen verveelvoudigen en openbaren tenzij de gefotografeerde een redelijk belang heeft om zich hiertegen te verzetten. Dit redelijke belang is niet uitgelegd in de wet maar in de rechtspraak is wel duidelijk geworden wat onder een redelijk belang verstaan moet worden. Kortweg is bepaald dat hierbij een rol spelen:

  • De feitelijke omstandigheden;
  • met name de aard en intimiteit waarin de geportretteerde is afgebeeld,
  • terwijl ook het karakter van de opname en de context van de publicatie van belang kunnen zijn.

Onder een redelijk belang wordt onder andere verstaan:

  • Het recht op privacy (8 EVRM);
  • Het feit dat iemand commercieel “uitgebuit wordt” (dat er geld aan zijn portret verdiend wordt zonder dat hij daar zelf een vergoeding voor krijgt);
  • Het feit dat iemand gebruikt wordt voor een sfeer van erotiek en openbare opvattingen;
  • Het feit dat iemand geassocieerd wordt met een bepaalde dienst of product waar hij niet mee geassocieerd wenst te worden;
  • Het feit dat iemand in gevaar gebracht wordt door het openbaren van zijn portret;
  • Het feit dat iemand wil resocialiseren in de samenleving maar dit bemoeilijkt wordt door openbaring van zijn portret;
  • Wanneer een persoon “verzilverbare populariteit” heeft (denk hierbij aan een bekende Nederlander wiens populariteit zonder diens toestemming uitgebuit wordt).

Het is aldus aan te raden voor fotografen om (schriftelijk) toestemming te hebben van degene die zij geportretteerd hebben voordat zij de foto’s van het model gaan openbaren. Het onrechtmatig openbaren van een portret, is een overtreding en kan een zeer hoge boete opleveren als de geportretteerde een redelijk belang heeft en het niet eens is met de publicatie. Zie hiervoor artikel 35 Auteurswet.

Tersluiks fotograferen van een persoon in de privé sfeer

Voor het tersluiks fotograferen van personen in de privé sfeer (Onder prive sfeer dient verstaan te worden: wanneer een persoon zich bijvoorbeeld thuis of op een andere plaats bevindt die niet voor het publiek toegankelijk is) geldt een strafrechtelijke bepaling indien daardoor hun rechtmatig belang kan worden geschaad. Deze bepaling is te lezen in art. 139f Wetboek van Strafrecht.Het openbaren van deze tersluiks genomen foto’s van personen is ook strafbaar. Dit is te lezen in art.139g Wetboek van Strafrecht.

Meer informatie

Column: het Nederlandse portretrecht

Hoe verkrijg ik modelrechten?

Het tekeningen- en modellenrecht beschermt het uiterlijk van een voortbrengsel. Een voortbrengsel is elk op industriële of ambachtelijke wijze vervaardigd voorwerp. Je kunt daarbij denken aan gebruiksvoorwerpen, zoals servies, maar ook aan meubels, het patroon van een stof of behang, speelgoed, of zelfs een keuken.

Algemeen

Waarop heb je modellenrecht?

Als tekening of model kan worden beschermd het nieuwe uiterlijk van een voortbrengsel met een eigen karakter. Centraal staat het uiterlijk van een voortbrengsel. Het uiterlijk daarvan wordt afgeleid uit de kenmerken van de lijnen, de omtrek, de kleuren, de vorm, de textuur of de materialen van het voortbrengsel of de versiering daarvan. Een modelrecht hoeft echter niet op het uiterlijk van het volledige voortbrengsel te berusten Het kan ook betrekking hebben op een deel of onderdeel ervan. Één van de voorwaarden voor bescherming van deze onderdelen is dat het onderdeel bij normaal gebruik zichtbaar is.

Nieuwheid

Een model is nieuw indien er niet eerder (dus voor de datum dat het depot is gedaan) een identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld. Een model is identiek indien de kenmerken ervan slechts in onbelangrijke details verschillen. Een model is pas eerder aan het publiek beschikbaar gesteld indien de openbaarmaking ervan redelijkerwijs ter kennis kan zijn gekomen van ingewijden in de betrokken sector. Als een model dus openbaar is gemaakt aan ingewijden in de ene sector, kan het toch nog nieuw zijn voor gebruik in een andere sector.

Eigen karakter

Een eigen karakter bestaat indien de algemene indruk bij de geïnformeerde gebruiker, verschilt van de algemene indruk die bij deze gebruiker wordt gewekt door andere modellen. Het gaat dus om de totaalindruk die het model wekt, waar het bij het nieuwheidscriterium gaat om de kenmerkende eigenschappen. Een geïnformeerde gebruiker is overigens meer dan een gewone gebruiker. Deze zal dus sneller een andere algemene indruk hebben.

Wat is uitgesloten van bescherming?

Er zijn voortbrengselen die niet voor modellenbescherming in aanmerking komen. Dat zijn uiteraard de voortbrengselen die niet nieuw zijn en/of geen eigen karakter hebben, maar ook voortbrengselen waarvan de uiterlijke kenmerken enkel worden bepaald door de technische functie. Deze uitzondering is bedoeld om het modellenrecht af te bakenen van het octrooirecht. Uiterlijke kenmerken worden uitsluitend door de technische functie van het model bepaald indien het uiterlijke kenmerk het voortbrengsel beter geschikt doet zijn voor zijn gebruiksfunctie. Denk bijvoorbeeld aan de spiraalvorm van een kurkentrekker. Of het feit dat een fluitketel een handvat heeft, komt bijvoorbeeld niet voor bescherming in aanmerking. Dat uiterlijke kenmerk maakt de fluitketel immers veel beter geschikt voor de gebruiksfunctie daarvan, namelijk het koken van water en het uitschenken daarvan. Dat er wellicht ook een andere wijze is om hetzelfde resultaat te bereiken, maakt niet uit. Uitgezonderd van bescherming is ook het uiterlijk van een verbindingsstuk. Een verbindingsstuk is een voortbrengsel dat noodzakelijkerwijs in precies dezelfde vorm en afmetingen geproduceerd moet worden om het mechanisch te kunnen verbinden met een ander voortbrengsel, zodat elk van beide voortbrengselen hun eigen functie kunnen uitvoeren. Een voorbeeld hiervan is de aansluiting van de stofzuigerslang op de stofzuiger. Door de uitsluiting van het modellenrecht is de consument niet gebonden aan de onderdelen van de fabrikant van het originele product, maar kan hij ook kiezen voor een andere, goedkopere fabrikant. Daarnaast zijn er nog een aantal restricties, zoals. Een modelrecht wordt niet verkregen indien er reeds een ouder modelrecht bestaat. Een model mag niet in strijd zijn met de goede zeden of de openbare orde. Een model mag geen gebruik maken van wapens, vlaggen en andere staatsemblemen.

Wanneer heb je een modellenrecht?

De verkrijging van een modellenrecht is afhankelijk van inschrijving. Door middel van een Benelux-depot bij het BBIE (Benelux Bureau voor Intellectuele Eigendom, gevestigd in Den Haag) verkrijg je bescherming voor het gehele Benelux-gebied. Wie voor zijn model bescherming verlangt voor een groter gebied dan de Benelux kan een internationaal depot verrichten. Een internationaal depot wordt verricht bij het Internationale Bureau te Genève. Elk internationaal depot dat is ingeschreven heeft in ieder van de lidstaten die de deposant heeft aangewezen dezelfde werking. Je kunt ook een uniform modelrecht verkrijgen voor de gehele Europese Gemeenschap. Door één inschrijving bij het OHIM (Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt, gevestigd in Alicante) verkrijg je een exclusief recht op een Gemeenschapsmodel met gelding voor het gehele gebied van de EU. Het Europese recht biedt tevens bescherming voor een niet ingeschreven Gemeenschapsmodel. Het is een modelrecht dat vormvrij en gratis tot stand komt. Vooral de mode- en textielindustrie heeft hier baat bij. Deze bedrijfstakken produceren in korte tijd een groot aantal modellen met een korte levensduur. Inschrijvingsformaliteiten zijn dan onnodig bezwarend. Hier tegenover staat echter wel maar een korte beschermingsduur van slechts drie jaar. Kijk voor meer informatie over registratie voor de Benelux op de website van het BBIE, voor meer informatie over registratie voor de Europese Gemeenschap op de website van het OHIM, en voor meer informatie over internationale registratie op de website van de WIPO.

Wie heeft het?

Het uitsluitend recht komt in principe toe aan de deposant. Het maakt daarbij niet uit of deze het model heeft ontworpen. Heeft de ontwerper een derde geen toestemming gegeven het depot te verrichten, dan heeft hij wel de mogelijkheid het modelrecht op te eisen. Is het model in dienstbetrekking ontworpen, dan wordt de werkgever als ontwerper beschouwd en is hij gerechtigd het model te deponeren. Er dient een duidelijk verband te zijn tussen de aard van de werkzaamheden van de werknemer en het ontworpen voortbrengsel. Bijvoorbeeld als een medewerker van een porseleinfabriek een badkamertegel ontwerpt. Is dat verband er niet, dan geldt de werknemer als ontwerper en is hij gerechtigd het model te deponeren. Het is echter mogelijk om bij overeenkomst hiervan af te wijken. Een soortgelijke regeling geldt voor op bestelling of in opdracht ontworpen modellen. De opdrachtgever wordt als ontwerper beschouwd, mits de bestelling is gedaan om het model te gaan vervaardigen en/of verhandelen.

Hoe lang duurt het modellenrecht?

Behoudens de hierboven genoemde beschermingsduur (drie jaar) voor het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel, bedraagt de duur van de bescherming vijf jaar vanaf de datum van het depot. De inschrijving kan vier keer met een termijn van vijf jaar worden verlengd.

Wat kan je ermee?

De houder van een modelrecht heeft het uitsluitend recht om het model te gebruiken. Onder ‘gebruiken’ wordt verstaan het vervaardigen, aanbieden, in de handel brengen, verkopen, leveren, verhuren, invoeren, uitvoeren, tentoonstellen of in voorraad hebben. Voorwaarde is dat een en ander gebeurt in het economisch verkeer. Verder kan de modelhouder zijn uitsluitend recht overdragen en kan het uitsluitend recht voorwerp zijn van een licentie.

Wanneer maak je inbreuk?

De modelhouder kan zich verzetten tegen het gebruik van voortbrengselen met hetzelfde uiterlijk met een uiterlijk dat geen andere algemene indruk wekt. Wanneer er sprake is van een andere algemene indruk is moeilijk te bepalen. De rechter gaat bij de beoordeling uit van de totaalindrukken van beide voortbrengselen. Van eenzelfde algemene indruk is meestal sprake als de producten slechts ondergeschikte verschillen vertonen. Het is de geïnformeerde gebruiker die als uitgangspunt genomen moet worden. Hij is geen deskundige, maar heeft wel kennis van de markt van het desbetreffende voortbrengsel. Aan hem mogen wel zwaardere eisen gesteld worden dan aan de ‘gewone’ gebruiker, d.w.z jij en ik.

Uitzonderingen

De modelhouder kan niet altijd optreden tegen inbreuk op zijn modelrecht. Er zijn een aantal uitzonderingen opgenomen in de wetgeving. Zo kan de modelhouder zich niet verzetten tegen: handelingen in de particuliere sfeer en voor niet-commerciële doeleinden handelingen ten behoeve van het onderwijs het gebruik van het model voor reparatie van een samengesteld voortbrengsel met de bedoeling het in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen Daarnaast geldt net als in het merkenrecht de zogenaamde communautaire uitputtingsregel. Als een product eenmaal rechtmatig in het handelsverkeer is gebracht (dus door de modelhouder zelf of met zijn toestemming) mag het vrij verhandeld worden. Uitputting geldt alleen maar wanneer producten binnen de Europese Economische Ruimte in het verkeer zijn gebracht. (Klik hier om te zien welke landen er horen bij de EU en de EER). Praktisch betekent dit dus dat de IKEA zich niet kan verzetten tegen het feit dat jij een van hun kasten op Marktplaats verkoopt. Als je de kast in een winkel binnen de Europese Gemeenschap hebt gekocht zijn ze dus met toestemming van de rechthebbende in het verkeer gebracht en is het modelrecht van de IKEA op die kast uitgeput. Dit alles geldt niet als de modelhouder gegronde redenen heeft om zich tegen verdere verhandeling te verzetten. Dat is bijvoorbeeld het geval als de producten, nadat deze in het verkeer zijn gebracht, kwalitatief verslechterd zijn.

Samenloop met auteursrecht

Er wordt gestreefd om model- en auteursrecht in één hand te houden. De deposant van een model wordt daarom vermoed tevens de houder te zijn van het corresponderende auteursrecht. Wordt het auteursrecht inzake het model overgedragen, dan houdt dit tevens overdracht is van het modelrecht en omgekeerd. Voor de ontwerper in opdracht of dienstbetrekking geldt dat ten aanzien van het door hem gemaakte model niet alleen het modelrecht aan de opdrachtgever of werkgever toekomt, maar ook het auteursrecht.

F.A.Q.

Waarom een modelrecht als ik al auteursrecht heb?

Het modellenrecht en het auteursrecht kunnen samenlopen. Dat betekent dat op hetzelfde voorwerp zowel modelrechten als auteursrechten kunnen rusten. Indien men nu al een auteursrecht heeft, waarom dan nog een model registreren? Het auteursrecht biedt immers in beginsel een ruimere bescherming. Ten eerste is het veel makkelijker om aan te tonen dat men een modelrecht heeft aangezien men hiervoor een modelregistratie kan overleggen. De rechter gaat in principe uit van de geldigheid hiervan. Ten tweede hoeft men bij het modelrecht geen rekening te houden met de wettelijke beperkingen op het auteursrecht zoals de privé-kopie.

Wat zijn naburige rechten?

Naburige rechten betreffen de rechten die de prestaties beschermen van uitvoerende kunstenaars, fonogrammenproducten, omroeporganisaties en filmproducenten. Dergelijke prestaties vallen niet onder het auteursrecht, echter door hun verwantschap aan het auteursrecht worden zij door middel van ‘naburige’ rechten beschermd.

Algemeen

Waar moet je aan denken bij naburige rechten?

Zoals gesteld betreffen naburige rechten de rechten die de prestaties beschermen van uitvoerende kunstenaars, fonogrammenproducenten, omroeporganisaties en filmproducenten. Deze prestaties worden traditioneel niet vatbaar geacht voor bescherming onder het auteursrecht en kennen een zelfstandig beschermingsregime. De naburige rechten worden geregeld in de Wet op de naburige rechten.

Wat voor type prestaties komen in aanmerking voor bescherming op grond van naburige rechten?

Ten eerste komen uitvoeringen in aanmerking voor bescherming. Een uitvoering is de activiteit van de uitvoerende kunstenaar als zodanig. Hierbij kan je denken aan onder meer de uitvoering van de toneelspeler, zanger, musicus of danser en iedere andere persoon die een werk van letterkunde of kunst opvoert, zingt, voordraagt of op een andere manier uitvoert. Zelfs circusartiesten en poppenspelers vallen onder het begrip uitvoerende kunstenaars. Ook fonogrammen zijn voorwerp van bescherming van naburige rechten. Een fonogram is iedere opname van uitsluitend geluiden. Het kunnen geluiden betreffen van een uitvoering of ook een opname van andere (reeds bestaande) geluiden. Een opname betreft niet alleen de eerste vastlegging van geluiden, maar kan ook een bewerkte opname betreffen zoals bijvoorbeeld de ‘mastertape’. Ook radio- of televisieprogramma’s of programmaonderdelen van omroeporganisaties komen in aanmerking voor bescherming. Tenslotte wordt de eerste vastlegging van films beschermd.

Wat voor prestaties hebben geen bescherming op grond van naburige rechten?

Sportprestaties komen niet in aanmerking voor bescherming. Hoewel deze verwant zijn aan uitvoeringen, wordt het niet wenselijk geacht dergelijke prestaties te beschermen.

Wie hebben aanspraak op bescherming?

De uitvoerende kunstenaar wordt beschermd met betrekking tot de uitvoering. Daarnaast kunnen ook fonogrammenproducenten, omroeporganisaties en de filmproducent bescherming krijgen op basis van de wet op de naburige rechten. Bij de fonogrammenproducent gaat het om diegene die verantwoordelijk is met betrekking tot de organisatie van de eerste geluidsopname en die financiele verantwoordelijkheid draagt (bijvoorbeeld de platenmaatschappij die een muziekuitvoering op CD heeft vastgelegd).

Hoe lang heeft men bescherming?

De beschermingsduur betreft 50 jaar. Het betreft in beginsel 50 jaar vanaf de eerste januari van het jaar volgend op het jaar van de uitvoering, vervaardiging van de fonogram, eerste uitzending van het programma van de omroeporganisatie dan wel de eerste vastlegging van de film.

Wat is de inhoud van de bescherming?

De wet kent de rechthebbende van naburige rechten een aantal exclusieve bevoegdheden toe. Dit betekent dus dat alleen de rechthebbende deze mag uitoefenen en een derde hiertoe in beginsel niet gerechtigd is. Indien de derde toch een dergelijk bevoegdheid uitoefent pleegt deze inbreuk, indien er geen toestemming verkregen is van de rechthebbende. De uitvoerder heeft het exclusieve recht om een uitvoering op te nemen (zoals het opnemen van een live-uitzending van een muziekshow), te reproduceren of het verspreiden van een opname van een uitvoering (bijvoorbeeld de verkoop of verhuur van dvd’s). Ook heeft de uitvoerder het exclusieve recht tot uitzending, heruitzending, publieke beschikbaarstelling of andere openbaarmaking van een uitvoering of opname dan wel reproductie daarvan. In geval van uitzending kan je denken aan het in het openbaar ten gehore brengen van een uitvoering (bijvoorbeeld webcasting). Dergelijke openbaarmakingen zijn in beginsel wel mogelijk indien de uitvoerder een billijke vergoeding is betaald. Opgemerkt dient te worden dat uitvoerende kunstenaars ook persoonlijkheidsrechten kennen. Dit zijn rechten die persoonlijk gebonden zijn aan de uitvoerder en betrekking hebben op bepaalde morele facetten van de prestaties van de uitvoerder. Deze stemmen grotendeels overeen met de persoonlijkheidsrechten van het auteursrecht, zodat wij naar laatstgenoemde verwijzen. De fonogrammenproducent heeft exclusieve rechten met betrekking tot de door hem vervaardigde fonogrammen. Hij heeft het exclusieve recht de fonogram te reproduceren, te verspreiden en uit te zenden of op andere wijze te openbaren. De omroeporganisatie heeft de exclusieve bevoegdheid tot heruitzending, opnemen en reproduceren, verspreiding, openbaarmaking van het programma dan wel het openbaar maken van een opname. De filmproducent heeft het exclusieve recht tot het reproduceren, verspreiden en publieke beschikbaarstelling van de door hem gemaakt eerste vastlegging van de film of een reproductie hiervan.

Welke uitzonderingen zijn er?

De wet kent de volgende uitzonderingen: – overname uit de pers in de pers – citaatrecht – gebruik in besloten netwerk van bibliotheken, musea en archieven – actuele reportages – reproduceren voor eigen gebruik – preserveringskopie – tijdelijke vastlegging door omroeporganisatie ten behoeve van eigen gebruik – incidentele verwerking – gehandicapten – parodie – opsporing, openbare veiligheid e.d. – beperking ten behoeve van het onderwijs – hergebruik overheidsinformatie De beperkingen zijn verwant aan de beperkingen van de auteursrecht. Klik hier voor meer uitleg omtrent de uitzonderingen.

FAQ

Wat zijn producenten van geluidsdragers?

Producenten van geluidsdragers zijn producenten van bijvoorbeeld cd’s of cassettes.

Zijn naburige rechten overdraagbaar?

Naburige rechten zijn geheel of gedeeltelijk overdraagbaar. Het verlenen van een licentie is mogelijk, mits bij akte.

Wat wordt bedoeld met “koop op afstand”?

Deze pagina heeft betrekking op de zogenaamde ‘koop op afstand’. De regelgeving hierover is steeds relevanter en interessanter omdat het aantal aankopen via internet alleen maar stijgt. Websitehouders hebben als verkopende partij bepaalde verplichtingen waaraan zij moeten voldoen. Consumenten hebben bepaalde rechten waarop zij een beroep op kunnen doen. Deze rechten verschillen ten opzichte van aankopen die niet via het internet plaatsvinden. Wat is een koop op afstand? Wil er sprake zijn van een koop op afstand moet aan twee vereisten worden voldaan: I. Er moet sprake zijn van een overeenkomst op afstand en II. Er moet sprake zijn van een consumentenkoop. Een overeenkomst op afstand vindt plaats wanneer u als consument en de verkopende partij, geen moment bij elkaar in de buurt zijn. Dit kan bijvoorbeeld door een product via het internet of de telefoon te bestellen. Bij een consumentenkoop is van belang dat de verkopende partij die zijn zaken via een website verkoopt en een professionele partij is (artikel 6:230g lid 1 sub b en e BW). Daarnaast is moet de afnemende partij een consument zijn. Dit betekent dat  degene die de aankoop doet, deze niet mag doen  in het kader van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit (artikel 6:230g lid a sub a BW). Welke rechten heb ik bij een koop op afstand? Op grond van de wet heeft u als consument veertien kalenderdagen de tijd om het product terug te sturen als het niet bevalt. U hoeft geen reden aan te geven waarom u het product terugstuurt. (artikel 6:230o BW). Deze termijn begint pas te lopen op het moment dat u de zaak heeft ontvangen. De verzendkosten die gemoeid zijn bij de bestelling zijn voor rekening van de handelaar (artikel 6:230r lid 1 BW). U dient als consument de verzendkosten voor het terugzenden te dragen, tenzij de handelaar u niet heeft medegedeeld dat deze kosten voor u zijn (artikel 6:230s lid 2 BW). Dit herroepingsrecht geldt echter alleen voor zover “de aard van het product” zich daar niet tegen verzet. Sommige producten kunnen vanwege bijvoorbeeld hun bederfelijkheid,  vanwege redenen van hygiëne (bijvoorbeeld ondergoed) of waarvan de verzegeling is verbroken (bijvoorbeeld Dvd’s) van dit recht worden uitgezonderd. Een overzicht van deze uitzonderingen is opgenomen in de wet (dertien uitzonderingen in artikel 6:230p BW en vijftien uitzonderingen in artikel 6:230h lid 2 BW). Mocht u twijfelen over de vraag of uw product is uitgezonderd van deze regeling, neem dan contact op met de Clinic via ons aanvraagformulier. De handelaar dient binnen 14 dagen nadat u heeft medegedeeld de koop te ontbinden, het betaalde bedrag terug te storten (artikel 6:230r lid 1 BW).

Mag ik een nieuw product eisen in plaats van dat mij elke keer reparatie wordt aangeboden?

Het is van belang dat je weet of je een consumentenkoop hebt gesloten, want bij een consumentenkoop heeft de consument meer bescherming dan dat je als niet-consument een product in een winkel koopt, of als je een product koopt bij een andere particulier. Daarom wordt in deze wiki-pagina uitgelegd wat een consumentenkoop is en welke rechten een consumenten o.a. heeft. Let op: het kan zijn dat jouw situatie net iets anders is dan in de wet bedoeld wordt en dat je daarom geen recht hebt op bepaalde dingen. Een consumentenkoop is de koop van een product door een persoon dat niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf bij een professionele verkoper (artikel 7:5 BW). Simpel gezegd is daar sprake van als je als consument een product in een winkel koopt. Als je een eigen bedrijfje hebt en je koopt voor je bedrijf een product via een website dan mag je dus niet spreken van een consumentenkoop en je mag je ook een beroep doen op de wetten die speciaal hiervoor zijn gemaakt (deze zijn te vinden in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek). Een consument die een consumentenkoop heeft gesloten, heeft bij non-conformiteit normaal gesproken recht op herstel of vervanging. Non-conformiteit houdt in dat het product niet voldoet aan de eigenschappen die er van mocht worden verwacht (artikel 7:17 BW). Dat betekent dat het product gewoon normaal moet werken en niet bij het minste of geringste kapot gaat. Gaat het product binnen 6 maanden kapot, dan hoef je niet te bewijzen dat dit niet door jouw schuld komt. Het is voor een verkoper lastig te bewijzen dat het product door jouw toedoen kapot is gegaan en dus heb je een grote kans dat het product gerepareerd of vervangen moet worden. Let op: je moet wel “binnen bekwame tijd” mededeling aan de verkoper doen dat je product niet in orde is. Als je binnen 2 maanden de verkoper hiervan in kennis stelt dan wordt dit als op tijd gezien (artikel 7:23 BW). Als de kosten voor de reparatie in geen verhouding staat met de prijs die je voor het product heb betaald, dan kan herstel niet altijd van de verkoper gevraagd worden verwachten (artikel 7:21 lid 2 BW). Ga je onzorgvuldig om met het product dan kan herstel of vervanging niet altijd geëist worden. Er kunnen dus omstandigheden zijn waarin je je recht op herstel of vervanging niet kan uitoefenen. Biedt de verkoper je geen herstel of vervanging aan, dan mag je in principe de overeenkomst ontbinden en je geld terug vorderen (zie artikel 7:24 BW).

F.A.Q.

Ik heb van de verkoper een product gekregen die anders is dan dat ik besteld heb. De verkoper zegt dat het product precies hetzelfde kan als het product dat ik besteld heb, maar ik wil graag precies datgene krijgen waarvoor ik betaald heb. Heb ik daar nu recht op?

Ja, het product is zogezegd “non-conform”. Dat houdt in dat het niet de eigenschappen bezit dat je mocht verwachten en dat is in dit geval het geval. Zie ook artikel 7:17 lid 4 BW. Had de verkoper bij de bestelling al gezegd dat het product iets afweek van de bestelling dan mag je op dit artikel geen beroep doen (zie artikel 7:17 lid 5 BW).

Ik heb mijn product voor reparatie terug gebracht, want het werkte niet naar behoren. Nu brengt de verkoper de kosten van de reparatie bij mij in rekening. Moet ik de rekening nu betalen?

Onder omstandigheden niet. Als het product binnen zes maanden kapot ging en de verkoper kan niet bewijzen dat dit door jouw fout is gebeurd, mag hij de kosten niet bij jouw in rekening brengen op grond van artikel 7:18 lid 2 BW. Is het product na langer dan 6 maanden kapot gegaan (en is er geen garantie van toepassing) dan moet jij bewijzen dat het niet door jouw fout komt. Is dat het geval, dan hoef je niet te betalen. Je kan het voor de zekerheid vragen aan de Clinic (klik op: Aanvraagformulier) of aan instellingen zoals Consuwijzer.

Ik heb mijn product al 5 keer ter reparatie naar de verkoper gebracht. Ik blijf zo wel bezig blijven, zonder dat ik plezier heb van mijn product. Ik wil gewoon een nieuw product of mijn geld terug! Kan dat?

Ja, na ongeveer 3 keer (het aantal is afhankelijk van het product en de situatie) mag je om een nieuw product vragen. Biedt hij geen vervanging aan dan mag je zoals gezegd de overeenkomst ontbinden en je geld terug eisen.

Ik word constant lastig gevallen door telefonische verkopers. Wat kan ik hier tegen doen?

Deze pagina heeft betrekking op de zogenaamde ‘koop op afstand’. De regelgeving hierover is steeds relevanter en interessanter omdat het aantal aankopen via internet alleen maar stijgt. Websitehouders hebben als verkopende partij bepaalde verplichtingen waaraan zij moeten voldoen. Consumenten hebben bepaalde rechten waarop zij een beroep op kunnen doen. Deze rechten verschillen ten opzichte van aankopen die niet via het internet plaatsvinden. Wat is een koop op afstand? Wil er sprake zijn van een koop op afstand moet aan twee vereisten worden voldaan: I. Er moet sprake zijn van een overeenkomst op afstand en II. Er moet sprake zijn van een consumentenkoop. Een overeenkomst op afstand vindt plaats wanneer u als consument en de verkopende partij, geen moment bij elkaar in de buurt zijn. Dit kan bijvoorbeeld door een product via het internet of de telefoon te bestellen. Bij een consumentenkoop is van belang dat de verkopende partij die zijn zaken via een website verkoopt en een professionele partij is (artikel 6:230g lid 1 sub b en e BW). Daarnaast is moet de afnemende partij een consument zijn. Dit betekent dat  degene die de aankoop doet, deze niet mag doen  in het kader van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit (artikel 6:230g lid a sub a BW). Welke rechten heb ik bij een koop op afstand? Op grond van de wet heeft u als consument veertien kalenderdagen de tijd om het product terug te sturen als het niet bevalt. U hoeft geen reden aan te geven waarom u het product terugstuurt. (artikel 6:230o BW). Deze termijn begint pas te lopen op het moment dat u de zaak heeft ontvangen. De verzendkosten die gemoeid zijn bij de bestelling zijn voor rekening van de handelaar (artikel 6:230r lid 1 BW). U dient als consument de verzendkosten voor het terugzenden te dragen, tenzij de handelaar u niet heeft medegedeeld dat deze kosten voor u zijn (artikel 6:230s lid 2 BW). Dit herroepingsrecht geldt echter alleen voor zover “de aard van het product” zich daar niet tegen verzet. Sommige producten kunnen vanwege bijvoorbeeld hun bederfelijkheid,  vanwege redenen van hygiëne (bijvoorbeeld ondergoed) of waarvan de verzegeling is verbroken (bijvoorbeeld Dvd’s) van dit recht worden uitgezonderd. Een overzicht van deze uitzonderingen is opgenomen in de wet (dertien uitzonderingen in artikel 6:230p BW en vijftien uitzonderingen in artikel 6:230h lid 2 BW). Mocht u twijfelen over de vraag of uw product is uitgezonderd van deze regeling, neem dan contact op met de Clinic via ons aanvraagformulier. De handelaar dient binnen 14 dagen nadat u heeft medegedeeld de koop te ontbinden, het betaalde bedrag terug te storten (artikel 6:230r lid 1 BW).

De garantie voor mijn product is zodanig beperkt dat er bijna niets van overblijft, wat moet ik nu doen?

De verkopersgarantie is de garantie die de verkoper op basis van de wet moet geven als er sprake is van een consumentenkoop. Dit wordt ook wel de wettelijke garantie genoemd (in tegenstelling tot de fabrieksgarantie). Via deze garantie heb je recht op herstel of vervanging van een zaak als de zaak niet aan uw (redelijke) verwachtingen voldoet. Het product is dan zogezegd niet conform. Een product moet gewoon werken en de functie vervullen waarvoor het gemaakt is. Een product mag bijvoorbeeld ook niet in een andere kleur of maat geleverd worden. De duur van deze garantie varieert per product. Een wasmachine gaat bijvoorbeeld langer mee dan een op afstand bestuurbare speelgoed auto. Zo kan er op een wasmachine dus een garantie van langer dan 1 jaar rusten. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld een PC. Het product moet dan natuurlijk wel op een normale manier gebruikt zijn. Als consument heb je wel een klachtplicht. Jij moet dus melden dat het product niet aan jouw redelijke verwachtingen voldoet. Dit moet je wel gelijk melden. Doe je dit niet, dan kan je het recht op herstel of vervanging verspelen. Als het gaat om een consumentenkoop dan moet het gebrek binnen 2 maanden na ontdekking worden gemeld aan de verkoper. De fabrieksgarantie is zoals gezegd iets anders dan de wettelijke garantie (een andere benaming voor fabrieksgarantie is commerciële garantie). Vaak wordt in een dergelijke garantie bepaalde eigenschappen toegezegd aan een product door de verkoper of producent. Dit staat veelal neergelegd in een garantiebewijs. Het handige aan het hebben van zo’n garantiebewijs is dat de verkoper moet bewijzen dat het gebrek is veroorzaakt door onjuist gebruik van het product. Bij de wettelijke garantie moet de koper dit zelf bewijzen als het gebrek is ontstaan na een termijn 6 maanden na aanschaf van het product. Een voorbeeld ter verduidelijking: stel de wasmachine gaat na anderhalf jaar kapot. Als er geen fabrieksgarantie zou zijn dan is het gebrek ontstaan na de termijn van 6 maanden en dan moet je zelf bewijzen dat het gebrek niet komt door onjuist gebruik (vaak is dit voor een consument vrij lastig). Als er bijvoorbeeld een fabrieksgarantie van 5 jaar op de wasmachine zit, dan moet de verkoper/producent gedurende de gehele 5 jaren bewijzen dat er sprake is van onjuist gebruik. Let op! De fabrieksgarantie mag geen afbreuk doen aan de wettelijke garantie. Doordat dit moeilijk te beoordelen is voor een consument, geldt er een speciale informatieplicht; de koper heeft het recht exact te weten wat zijn rechten zijn en bij wie hij die rechten kan inroepen.

F.A.Q.

De verkoper zegt dat hij geen garantie geeft op de zaak en ik kan ook niets vinden over een fabrieksgarantie op mijn product. Wie moet ik nu aanspreken?

Op grond van de wet heeft u recht op herstel of vervanging van de zaak als het product binnen een redelijke termijn kapot is gegaan. Hoe lang de duur van de wettelijke garantie is, is afhankelijk van het product. Als het gebrek ontstaat binnen 6 maanden na aankoop, en je hebt het gekocht in de hoedanigheid van een consument, dan moet de verkoper bewijzen dat het gebrek is ontstaan door onjuist gebruik. Let op de klachtplicht! Bij niet consumenten ligt de bewijslast altijd bij de koper (het normale uitgangspunt is namelijk: wie stelt die bewijst. De termijn van 6 maanden is als het ware een omkering van de bewijslast).

De garantie voor mijn product is zodanig beperkt dat er bijna niets van overblijft, wat moet ik nu doen?

De verkopersgarantie is een wettelijke garantie. Je kan dus de garantie naast je neerleggen en beroepen op de wettelijke garantie. Die geldt voor een redelijke duur.

De verkoper probeert mij over te halen extra garantie te kopen voor een product. Is het verstandig dit te doen?

Dat is afhankelijk van het voorstel. Zoals gezegd heb je al garantie voor een redelijke duur. Gaat de extra garantie daar ver over (bijvoorbeeld voor 5 jaar) en kost het niet te veel geld, dan kan het interessant zijn. Belangrijk is dat je in achterhoofd houdt dat je al door de wet een garantie krijgt en het al snel niet de moeite waard is om extra garantie bij te kopen. Daarbij ontstaan de meeste gebreken binnen een half jaar (vandaar dat de wetgeven een termijn van 6 maanden heeft gesteld bij de bewijslast) of juist aan het einde van de duur die je normaal gesproken mag verwachten. Dus als je bij een wasmachine een garantie van minder dan 5 jaar afsluit, zal dit in de meeste gevallen niet meer voordeel opleveren dan de wet al biedt.

De verkoper probeert mij over te halen extra garantie te kopen voor een product. Is het verstandig dit te doen?

De verkopersgarantie is de garantie die de verkoper op basis van de wet moet geven als er sprake is van een consumentenkoop. Dit wordt ook wel de wettelijke garantie genoemd (in tegenstelling tot de fabrieksgarantie). Via deze garantie heb je recht op herstel of vervanging van een zaak als de zaak niet aan uw (redelijke) verwachtingen voldoet. Het product is dan zogezegd niet conform. Een product moet gewoon werken en de functie vervullen waarvoor het gemaakt is. Een product mag bijvoorbeeld ook niet in een andere kleur of maat geleverd worden. De duur van deze garantie varieert per product. Een wasmachine gaat bijvoorbeeld langer mee dan een op afstand bestuurbare speelgoed auto. Zo kan er op een wasmachine dus een garantie van langer dan 1 jaar rusten. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld een PC. Het product moet dan natuurlijk wel op een normale manier gebruikt zijn. Als consument heb je wel een klachtplicht. Jij moet dus melden dat het product niet aan jouw redelijke verwachtingen voldoet. Dit moet je wel gelijk melden. Doe je dit niet, dan kan je het recht op herstel of vervanging verspelen. Als het gaat om een consumentenkoop dan moet het gebrek binnen 2 maanden na ontdekking worden gemeld aan de verkoper. De fabrieksgarantie is zoals gezegd iets anders dan de wettelijke garantie (een andere benaming voor fabrieksgarantie is commerciële garantie). Vaak wordt in een dergelijke garantie bepaalde eigenschappen toegezegd aan een product door de verkoper of producent. Dit staat veelal neergelegd in een garantiebewijs. Het handige aan het hebben van zo’n garantiebewijs is dat de verkoper moet bewijzen dat het gebrek is veroorzaakt door onjuist gebruik van het product. Bij de wettelijke garantie moet de koper dit zelf bewijzen als het gebrek is ontstaan na een termijn 6 maanden na aanschaf van het product. Een voorbeeld ter verduidelijking: stel de wasmachine gaat na anderhalf jaar kapot. Als er geen fabrieksgarantie zou zijn dan is het gebrek ontstaan na de termijn van 6 maanden en dan moet je zelf bewijzen dat het gebrek niet komt door onjuist gebruik (vaak is dit voor een consument vrij lastig). Als er bijvoorbeeld een fabrieksgarantie van 5 jaar op de wasmachine zit, dan moet de verkoper/producent gedurende de gehele 5 jaren bewijzen dat er sprake is van onjuist gebruik. Let op! De fabrieksgarantie mag geen afbreuk doen aan de wettelijke garantie. Doordat dit moeilijk te beoordelen is voor een consument, geldt er een speciale informatieplicht; de koper heeft het recht exact te weten wat zijn rechten zijn en bij wie hij die rechten kan inroepen.

F.A.Q.

De verkoper zegt dat hij geen garantie geeft op de zaak en ik kan ook niets vinden over een fabrieksgarantie op mijn product. Wie moet ik nu aanspreken?

Op grond van de wet heeft u recht op herstel of vervanging van de zaak als het product binnen een redelijke termijn kapot is gegaan. Hoe lang de duur van de wettelijke garantie is, is afhankelijk van het product. Als het gebrek ontstaat binnen 6 maanden na aankoop, en je hebt het gekocht in de hoedanigheid van een consument, dan moet de verkoper bewijzen dat het gebrek is ontstaan door onjuist gebruik. Let op de klachtplicht! Bij niet consumenten ligt de bewijslast altijd bij de koper (het normale uitgangspunt is namelijk: wie stelt die bewijst. De termijn van 6 maanden is als het ware een omkering van de bewijslast).

De garantie voor mijn product is zodanig beperkt dat er bijna niets van overblijft, wat moet ik nu doen?

De verkopersgarantie is een wettelijke garantie. Je kan dus de garantie naast je neerleggen en beroepen op de wettelijke garantie. Die geldt voor een redelijke duur.

De verkoper probeert mij over te halen extra garantie te kopen voor een product. Is het verstandig dit te doen?

Dat is afhankelijk van het voorstel. Zoals gezegd heb je al garantie voor een redelijke duur. Gaat de extra garantie daar ver over (bijvoorbeeld voor 5 jaar) en kost het niet te veel geld, dan kan het interessant zijn. Belangrijk is dat je in achterhoofd houdt dat je al door de wet een garantie krijgt en het al snel niet de moeite waard is om extra garantie bij te kopen. Daarbij ontstaan de meeste gebreken binnen een half jaar (vandaar dat de wetgeven een termijn van 6 maanden heeft gesteld bij de bewijslast) of juist aan het einde van de duur die je normaal gesproken mag verwachten. Dus als je bij een wasmachine een garantie van minder dan 5 jaar afsluit, zal dit in de meeste gevallen niet meer voordeel opleveren dan de wet al biedt.